Textielfabriek Menko
Textielfabriek Menko – een Joods bedrijf tegenover de erfenis van roof
De geschiedenis van de Enschedese textielfabriek N.V. N.J. Menko laat zien hoe ingewikkeld de jaren van oorlog en bezetting konden zijn. Menko was een Joods familiebedrijf dat door de Duitse bezetter onder beheer werd geplaatst en vervolgens zelf slachtoffer werd van financiële uitbuiting. Tegelijkertijd kwam het bedrijf, door het handelen van zijn Duitse bewindvoerder, na de oorlog voor een uiterst pijnlijke kwestie te staan: vanuit de bedrijfsrekening waren tijdens de bezetting achttien woningen gekocht die eerder van Joodse eigenaren waren afgenomen.
Het was een situatie waarin daderschap en slachtofferschap op een wrange manier door elkaar waren komen te lopen. De leiding van Menko moest na de oorlog niet alleen proberen het zwaar beschadigde bedrijf overeind te houden, maar zich ook buigen over de vraag hoe het onrecht tegenover de voormalige eigenaren van deze woningen kon worden hersteld.
De geschiedenis van Menko begon in 1854. De broers Nathan Jacob en Salomon Menko hielden zich aanvankelijk bezig met de handel in katoenafval. Hun start was bescheiden. Hun familie verkeerde financieel niet in een sterke positie en de broers moesten hun kansen zelf creëren.
De handel in katoenafval bleek echter succesvol. De broers lieten het materiaal verwerken en wisten hun onderneming geleidelijk uit te bouwen. In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide het bedrijf mee met de snelle ontwikkeling van Enschede als centrum van de Nederlandse textielindustrie.
Aan het begin van de twintigste eeuw was Menko uitgegroeid tot een belangrijke onderneming. De fabriek bood werk aan grote aantallen werknemers en de naam Menko was stevig verbonden geraakt met de Enschedese textielwereld.
Ook maatschappelijk liet het bedrijf zich zien. Na de Eerste Wereldoorlog werden bijvoorbeeld Britse en Franse krijgsgevangenen die in Enschede terechtkwamen in de fabriek geholpen. Zij konden er worden verzorgd en ontluisd en kregen gelegenheid contact met hun familie te onderhouden.
In 1918 kwam de volgende generatie binnen het bedrijf aan het roer. Een belangrijke rol was daarbij weggelegd voor Sigmund, meestal aangeduid als Sig, Menko. Hij ontwikkelde zich tot een krachtige en betrokken bedrijfsleider.
Niemand kon toen vermoeden dat de onderneming ruim twintig jaar later in een situatie terecht zou komen waarin haar eigen bestaan ernstig werd bedreigd.
De ontwikkelingen in Duitsland hadden al vóór de Duitse inval gevolgen voor het Joodse leven in Enschede. Vanuit Duitsland kwamen Joodse vluchtelingen naar Nederland. Daarmee werd voor steeds meer mensen duidelijk wat er in nazi-Duitsland gebeurde.
Na de Duitse bezetting in mei 1940 veranderde ook in Enschede het dagelijks leven ingrijpend. Voor de Joodse bevolking volgden steeds meer beperkende maatregelen. Bedrijven met Joodse eigenaren werden onder toezicht geplaatst en uiteindelijk onteigend of onder Duits beheer gebracht.
Sig Menko kreeg daarnaast een bijzondere verantwoordelijkheid. In 1941 was hij voorzitter van de Joodse Raad in Enschede. Vanuit die positie waarschuwde hij voor het gevaar dat de Joodse bevolking bedreigde. Hij drong aan op onderduiken.
Zijn waarschuwingen vonden echter onvoldoende gehoor. Binnen de Joodse Raad bestond aanvankelijk de verwachting dat het opvolgen van Duitse voorschriften de gevolgen voor de Joodse bevolking zou kunnen beperken. Die verwachting bleek tragisch onjuist.
Voor de familie Menko kwam vervolgens het moment waarop ook hun eigen onderneming niet langer van hen was.
De ijzeren greep van Verwalter Reible
Franz Reible krijgt de macht
In juni 1941 werd de Duitse zakenman Franz Peter Reible als Verwalter bij Menko aangesteld. Een Verwalter was geen gewone bedrijfsdirecteur. Hij werd door de Duitse bezettingsautoriteiten belast met het beheer van een onderneming waarvan de Joodse eigenaren hun zeggenschap waren kwijtgeraakt. Reible kreeg daarmee grote invloed op de bedrijfsvoering van Menko en ook op andere Twentse textielbedrijven.
Achter zijn zakelijke optreden ging een uitgesproken nationaalsocialistische overtuiging schuil. Reible was lid van de NSDAP en stond bekend om zijn antisemitische opvattingen. Binnen de bedrijven waar hij de leiding had, liet hij werknemers in de gaten houden. Er werd informatie verzameld over wat er onder het personeel werd gezegd en Joodse werknemers konden daardoor extra gevaar lopen.
Reible gedroeg zich bovendien niet uitsluitend als vertegenwoordiger van de Duitse autoriteiten. Hij gebruikte zijn positie ook om zijn eigen belangen te dienen. Een bijzonder wrang voorbeeld daarvan vormden de aankopen van Joodse woningen.
Achttien woningen
In 1943 werden achttien woningen in Enschede gekocht met geld uit de kas van N.V. N.J. Menko. De woningen waren afkomstig van Joodse eigenaren die hun bezit als gevolg van de Duitse roofpolitiek waren kwijtgeraakt.
Met de transacties was een aanzienlijk bedrag gemoeid. In de naoorlogse administratie wordt gesproken over ongeveer 280.000 gulden. Andere berekeningen komen uit op ruim 233.000 gulden voor de aankopen. Omgerekend naar de huidige waarde vertegenwoordigde het een zeer groot bedrag.
De woningen waren onder meer eigendom geweest van families die nauw verbonden waren met de Enschedese textielwereld. Onder de voormalige eigenaren bevonden zich leden van de families Frankenhuis, Rozendaal en Menko.
Een van de panden stond aan de Hengelosestraat 60. Het woonhuis was omstreeks 1900 gebouwd in opdracht van textielfabrikant I. Rozendaal. De Joodse eigenaar Israel Rozendaal overleed tijdens de oorlog, waarna de woning onderdeel werd van de ingewikkelde eigendomssituatie die na de bevrijding moest worden opgelost.
Ook aan de Varviksingel bevond zich een pand dat door Reible werd gebruikt.
Een school volgens nationaalsocialistische idealen
Reible had met een deel van het vastgoed grotere plannen. Aan het Zuiderhagen liet hij een pand dat eerder eigendom was geweest van de Joodse weduwe Froukje de Swaan aanpassen. Het moest onderdeel worden van een opleiding en internaat voor jongens van Duitse arbeiders. Het ging daarbij niet alleen om beroepsonderwijs. De manier waarop de instelling werd opgezet paste bij de ideologische doelstellingen van het nationaalsocialistische systeem. De jongens zouden worden opgeleid in een omgeving waarin Duitse discipline en nationaalsocialistische ideeën centraal stonden. De aanwezigheid van dergelijke jongens in uniform in het straatbeeld van Enschede maakte zichtbaar hoe ver de Duitse invloed inmiddels in het dagelijks leven was doorgedrongen.
Reibles positie bleek uiteindelijk echter minder sterk dan hij zelf dacht. In mei 1944 werd hij door zijn Duitse superieuren uit zijn functie gezet. Ook binnen de Duitse bezettingsorganisatie bestond kritiek op zijn manier van handelen. Reible zou zich te veel hebben verrijkt en te veel zijn eigen belangen hebben nagestreefd. Toen de oorlog ten einde liep, verdween hij naar Duitsland. Daar wist hij na de oorlog uiteindelijk aan een zware straf te ontkomen.
Rechtsherstel en veerkracht
Een merkwaardige erfenis na de bevrijding
Toen Nederland in 1945 was bevrijd, lag bij Menko een groot aantal problemen op tafel. Het bedrijf had de oorlog economisch zwaar doorstaan. De onderneming was door Reible financieel uitgehold en had bovendien geen normale zeggenschap over haar eigen bezittingen gehad.
Bij de inventarisatie van het bedrijf in 1946 kwam vervolgens een bijzonder probleem naar voren. Menko bleek achttien woningen te bezitten die tijdens de bezetting met geld uit de bedrijfskas waren gekocht en waarvan de oorspronkelijke eigenaren Joods waren geweest. De situatie was buitengewoon ingewikkeld.
Menko was zelf een Joodse onderneming waarvan de eigenaren en medewerkers zwaar door de bezetting waren getroffen. Tegelijkertijd stond het bedrijf juridisch geregistreerd als eigenaar van vastgoed dat eerder door de nazi's van andere Joodse Nederlanders was geroofd. De vraag was daarom niet alleen wie juridisch eigenaar was, maar ook hoe het financiële verlies van Menko moest worden behandeld.
Rechtsherstel
De leiding van Menko koos ervoor de woningen niet simpelweg als bedrijfsbezit te behouden. In overleg met de instanties die zich bezighielden met het naoorlogse Joodse rechtsherstel werd gezocht naar een manier om de woningen zo snel mogelijk aan de oorspronkelijke eigenaren of hun erfgenamen terug te geven. Daarbij moest tegelijkertijd worden vastgesteld wie de financiële schade moest dragen.
Een belangrijk onderdeel van de discussie was het geld waarmee Reible de woningen had gekocht. Dat geld was afkomstig uit de kas van Menko. Het bedrijf had dus zelf schade geleden door de transacties. De accountant werkte verschillende mogelijkheden uit. Een daarvan was dat de staat de schade zou vergoeden. Een andere mogelijkheid was dat de schade tussen Menko en de voormalige eigenaren zou worden verdeeld. Uiteindelijk werd gekozen voor een procedure waarmee duidelijkheid over de financiële afwikkeling moest worden verkregen.
Hengelosestraat 60 als voorbeeld
Een van de belangrijkste gevallen was de woning aan de Hengelosestraat 60. Omdat Israel Rozendaal inmiddels was overleden, trad Sig Menko op als beheerder van de woning. Het pand werd gebruikt als voorbeeld voor de manier waarop de kwestie van de overige woningen moest worden geregeld. De aandeelhouders van Menko werden hierover geïnformeerd. Uit het verslag van de aandeelhoudersvergadering van 19 augustus 1949 blijkt dat het bedrijf aanspraak wilde maken op een vergoeding van de overheid voor het geld dat bij de transacties verloren was gegaan.
Tegelijkertijd was het herstel van de eigendomsrechten al begonnen. Verschillende woningen waren toen inmiddels aan de rechtmatige eigenaren teruggegeven. Daarmee werd een duidelijke scheiding gemaakt tussen twee zaken: het herstellen van de eigendomsrechten van de slachtoffers enerzijds en het regelen van de financiële schade van Menko anderzijds.
De laatste woningen terug
In de daaropvolgende jaren werd de regeling verder uitgevoerd. Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 23 mei 1950 werd gemeld dat vrijwel alle onrechtmatig verkregen Joodse eigendommen waren teruggegeven. Alleen enkele dossiers waren nog niet volledig afgerond. In 1951 volgde de teruggave van de laatste woning.
Daarmee was het vastgoedprobleem voor Menko feitelijk opgelost. De financiële afwikkeling duurde echter nog langer.
Toen Reibe naar Nederland werd gebracht, kende men hem nauwelijks terug.
Reible zou er ook hoogstpersoonlijk voor hebben gezorgd dat Sig en zijn vrouw tegen het einde van de oorlog opgepakt en gedeporteerd worden. Het echtpaar Menko overleeft concentratiekamp Theresienstadt. Daarnaast komen meerdere verhalen naar buiten dat Reible de Mauthausen-lijst liet samenstellen om alle Joodse textielwerkers uit de weg te ruimen. De rechter heeft echter niet voldoende bewijs om hem te veroordelen.
Hengelosestraat 60
Het oorspronkelijke woonhuis is gebouwd omstreeks 1900 in opdracht van de textielfabrikant I. Rozendaal
Verloop van rechtsherstel
Pas op 24 november 1953 stelde het Ministerie van Financiën de schadevergoeding vast en ontving Menko in totaal ongeveer 1,6 miljoen gulden. Een deel daarvan, ongeveer 280.000 gulden, had betrekking op de woningen die tijdens de oorlog waren aangekocht. Het bedrijf had daarmee jarenlang moeten wachten op de vergoeding van geld dat tijdens de bezetting uit zijn kas was verdwenen.
Een ingewikkelde geschiedenis
Het verhaal van de achttien woningen laat zien hoe ingewikkeld de gevolgen van de Duitse roofpolitiek na 1945 konden zijn. De woningen waren tijdens de bezetting door Joodse eigenaren afgenomen. Vervolgens waren ze met geld van een Joods bedrijf gekocht, terwijl dat bedrijf zelf onder Duits beheer stond en financieel werd uitgebuit.
Na de oorlog kwam Menko daardoor voor een bijna paradoxale situatie te staan. Het bedrijf was slachtoffer van de bezetting, maar bezat tegelijkertijd goederen die voortkwamen uit de vervolging van andere slachtoffers. De keuze om de woningen terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaren of hun erfgenamen maakte duidelijk dat Menko het eigendomsherstel los wilde zien van de eigen financiële schade. Eerst moesten de eigendomsrechten worden hersteld; daarna moest worden vastgesteld hoe het bedrijf voor zijn verlies kon worden gecompenseerd. Dat proces duurde jaren.
Wat bleef er van Menko over?
De grote betekenis die Menko ooit voor Enschede had, is vandaag de dag nog maar beperkt zichtbaar. De Twentse textielindustrie verdween in de tweede helft van de twintigste eeuw grotendeels uit de stad. Fusies en reorganisaties veranderden het bedrijf en uiteindelijk verdween de fabriek als zelfstandige onderneming. Toch is de naam Menko niet volledig uit Enschede verdwenen. In Roombeek herinneren de overgebleven gebouwen en de letters N.J. MENKO op de gevel aan de tijd waarin Enschede een van de belangrijkste textielsteden van Nederland was. Achter die letters gaat echter meer schuil dan een industriële geschiedenis. Het verhaal van Menko is ook een geschiedenis van vervolging, roof, macht en rechtsherstel. Het is bovendien een geschiedenis waarin de grenzen tussen slachtoffer en bezit tijdens de oorlog op een pijnlijke manier door elkaar werden gehaald. De achttien woningen waren daarvan een tastbaar voorbeeld.
Dat Sig Menko na zijn terugkeer uit Theresienstadt vervolgens meewerkte aan het teruggeven van deze woningen, terwijl zijn eigen onderneming nog wachtte op vergoeding van de geleden schade, vormt een opmerkelijk laatste hoofdstuk van deze geschiedenis. De oorlog had Menko niet alleen mensen en geld gekost. Hij had ook een erfenis achtergelaten waarmee de familie en het bedrijf nog jarenlang moesten leven. De letters N.J. MENKO aan de gevel herinneren daarom niet alleen aan een verdwenen textielfabriek, maar ook aan een geschiedenis waarin vervolging, roof en rechtsherstel onlosmakelijk met elkaar verbonden raakten.
Bronnen
- Stichting Cultureel Erfgoed Enschede – Villa Menko-Edersheim en historische collectie.
- Stichting Joodse Raad Enschede – historische informatie.
- Sjoel-Enschede – historische informatie over Menko.
- Pointer / KRO-NCRV – Menko en de achttien geroofde woningen. Pointer – Menko en geroofde woningen
- Stichting Cultureel Erfgoed Enschede. Cultureel Erfgoed Enschede
- Archief Twentse Textielfamilies. Archief Twentse Textielfamilies
- Joods Monument – familie Menko. Joods Monument
Maak jouw eigen website met JouwWeb