De tweede wereldoorlog in Enschede

De Stad van Rook en Textiel (1930-1940)

In de jaren dertig is Enschede een stad van uitersten. Wie de stad nadert, ziet de skyline gedomineerd door een woud van bakstenen schoorstenen. Het is de 'Textielstad van Nederland', een plek waar het ritme van de dag wordt bepaald door de stoomfluiten van de fabrieken. Maar achter de gevels van de vooruitgang broeit een onzekerheid die langzaam de overhand krijgt.

Enschede is in deze periode het domein van de grote fabrikantenfamilies, zoals Van Heek, Ter Kuile, Jannink en Tattersall. Hun enorme fabriekscomplexen, zoals de Bamshoeve en de Spinnerij Oosterveld, vormen steden binnen de stad.

Terwijl de directeursvilla’s in het groen rondom de stad (zoals in de wijk Stadsveld of rond het Volkspark) getuigen van enorme rijkdom, wonen de arbeiders in de schaduw van de fabrieken. De economische wereldcrisis van 1929 heeft diepe sporen nagelaten: de lonen zijn laag, de werkloosheid stijgt en de sociale spanningen tussen de socialistische vakbonden en de fabrikanten zijn aan de orde van de dag. In de volkswijken heerst een sterke saamhorigheid, maar ook een groeiende angst voor de toekomst.

Nergens in Nederland is de dreiging van het opkomende nationaalsocialisme zo voelbaar als in Enschede. De grens met Duitsland ligt op steenworp afstand. In de jaren dertig is de grens bij Glanerbrug een plek van contrasten: aan de ene kant de vertrouwde handel en smokkel, aan de andere kant de steeds grimmiger wordende sfeer in nazi-Duitsland.

Vanaf 1933, direct na de machtsovername door Hitler, wordt Enschede een toevluchtsoord. Joodse vluchtelingen uit steden als Gronau en Münster steken de grens over, vaak met niet meer dan een koffer. De Enschedese bevolking ziet de eerste tekenen van wat komen gaat: verhalen over uitsluiting, geweld en de Kristallnacht bereiken de stad uit de eerste hand.

 

De Joodse gemeenschap in Enschede is in 1930 een integraal onderdeel van de stad. Veel Joden werken in de textielhandel of bekleden belangrijke maatschappelijke functies.

  • De Synagoge: In 1928 wordt de indrukwekkende synagoge aan de Prinsestraat ingewijd, een van de mooiste van Europa. Het gebouw, ontworpen door Karel de Bazel, staat symbool voor het zelfbewustzijn en de bloei van de Joodse Enschedeërs.

  • Maatschappelijke rol: De familie Menko en andere Joodse ondernemers zijn nauw betrokken bij het culturele leven in de stad. Niemand kan op dat moment bevroeden dat dit fundament binnen enkele jaren systematisch vernietigd zal worden.

In de laatste jaren voor de oorlog (1938-1939) probeert men in Enschede het normale leven vast te houden. Er wordt gewinkeld in de Haverstraatpassage en men wandelt door het Volkspark. Toch is de mobilisatie onvermijdelijk. Nederlandse militairen verschijnen in het straatbeeld en er worden versperringen aangebracht bij de grensovergangen.

De stad bevindt zich in een vreemde spagaat: aan de ene kant de nuchtere Twentse werkethiek ("het zal wel loslopen"), aan de andere kant de tastbare dreiging van een buurland dat zich in razend tempo bewapent. Als de zon ondergaat op 9 mei 1940, is Enschede nog een vrije industriestad. Een paar uur later zou het de eerste stad zijn die de Duitse laars op haar straten hoorde.

De ochtend van 10 mei 1940 begon stiller dan normaal. Alsof de stad haar adem inhield. Enschede lag nog half te slapen toen het geluid kwam: eerst vaag, bijna onwerkelijk, daarna onmiskenbaar. Vliegtuigen. Geen oefening, geen gerucht meer — dit was oorlog.

De grens lag te dichtbij om te doen alsof het ver weg was. Terwijl mensen hun gordijnen opzijschoven en de radio harder zetten, trokken Duitse soldaten de stad binnen. Geen grote gevechten, geen heldhaftige verdediging. De bezetting voltrok zich snel, bijna ongemerkt, en juist dat maakte haar zo angstaanjagend. Binnen een paar uur was alles anders.

Nederland was neutraal geweest, had men gezegd. Enschede had het willen geloven.

In de dagen die volgden veranderde het straatbeeld. Uniformen verschenen waar eerst arbeiders liepen. Openbare gebouwen kregen nieuwe bewoners. Duitse vlaggen wapperden boven straten die gisteren nog gewoon van iedereen waren. Vrijheid verdween niet in één klap, maar stukje bij beetje — met regels, verboden en stiltes.

De radio werd een lifeline. Mensen verzamelden zich eromheen, luisterden fluisterend, bang om iets te missen of te veel te horen. Al snel kwamen de beperkingen: avondklok, censuur, verenigingen die niet meer mochten bestaan. De stad leerde wat het betekende om bekeken te worden.

Voor sommige inwoners werd het leven niet alleen zwaarder, maar gevaarlijk.
Enschede had een grote Joodse gemeenschap — families die hier al generaties woonden, winkels hadden, kinderen opvoedden. Eerst kwamen de registraties. Toen de verboden. Parken, scholen, winkels: steeds meer deuren sloten zich. In 1942 begonnen de deportaties. Mensen verdwenen. Huizen bleven achter, stil en leeg. Slechts enkelen keerden terug.

Ook voor arbeidersgezinnen veranderde alles. De textielfabrieken, ooit het kloppende hart van de stad, kregen te maken met tekorten. Mannen werden opgeroepen voor dwangarbeid in Duitsland. Voedsel werd schaars. Wat er nog was, werd geruild, verstopt, gedeeld — of niet.

Toch was er, onder de angst en de honger, iets dat bleef leven.
Verzet.
Enschede, zo dicht bij de grens, werd een plek van onderduik en hulp. Mensen namen risico’s die niemand hardop uitsprak. Ze verborgen anderen, hielpen in stilte, wetend dat ontdekking alles kon kosten.

De oorlog kwam niet met één explosie, maar sloop de stad binnen en nestelde zich in het dagelijks leven. In keukens, op straat, in de stilte tussen buren.

En zo begon de oorlog in Enschede.
Niet met heldendom, maar met angst.
Niet met lawaai, maar met het besef dat niets ooit nog hetzelfde zou zijn.

Terwijl de echo’s van verhalen en herinneringen door de straten van Enschede blijven nazinderen, heeft de stad die herinnering ook verankerd in steen, brons en stille plekken. Op verschillende plaatsen door de stad vind je monumenten en herdenkingsplekken die niet alleen getuigen van verlies en verdriet, maar ook van moed, verzet en de hoop op vrede. Deze plekken vormen tastbare aanknopingspunten voor iedereen die wil stilstaan bij wat hier gebeurd is — locaties waar de namen, gezichten en gebeurtenissen nooit vergeten mogen worden.