Het verzet in Enschede

Het verzet

Het Enschedese Verzet: Een Onzichtbaar Web van Moed en Strijd

In de periode na mei 1940 ondergingen de kenmerkende bakstenen wegen van Enschede een ingrijpende gedaanteverwisseling. De stad, die voordien gold als het kloppende centrum van de textielproductie, veranderde in het toneel van een riskant kat-en-muisspel. Terwijl de Duitse bezettingsmacht de vliegrichting en startbanen van vliegveld Twenthe omvormde tot de militaire vliegbasis Fliegerhorst Twente – een belangrijk bolwerk voor Duitse nachtjagers en een vast doelwit voor zware geallieerde bombardementen die veel levens en verwoestingen eisten – smeedde het Enschedese verzet een onzichtbaar web dwars door alle buurten en industriële panden heen. Toen de bevrijding van Enschede op 1 april 1945 inzette met uitbundige euforie en begroeting van Britse troepen binnen de bebouwde kom, werd er aan de periferie bij de vliegbasis en langs de Weerseloseweg nog furieus gevochten in een ultieme Duitse achterhoedegevecht, waarbij kort voor de bevrijding zelfs nog verzetsleden op het terrein van de vliegbasis werden geëxecuteerd.

Jodenhulp en de spilfunctie van Leendert Overduin

Binnen de muren van de synagoge aan de Prinsestraat richtte de Sicherheitsdienst (SD) gevangeniscellen in om terreur te zaaien. Daar tegenover vormde predikant Leendert Overduin een baken van hoop; hij ontpopte zich tot het centrale knooppunt voor de ondersteuning van Joodse inwoners. Hoewel hij meermaals werd opgepakt, gaf hij de strijd niet op. De ondergrondse activiteiten kwamen in een stroomversnelling na de ingrijpende razzia van september 1941, waarbij ruim honderd Joodse mannen uit Enschede en omgeving werden opgepakt en naar concentratiekamp Mauthausen afgevoerd. Nadat het kerkbestuur op 9 oktober de eerste tien slachtoffers herdacht, ontving de Joodse Raad voor het einde van het jaar via de SD de fatale overlijdensberichten van alle gedeporteerde mannen.

In schril contrast met het landelijke Joodse hoofdbestuur in Amsterdam dat zich aanvankelijk plooide, koos het Enschedese bestuur (bestaande uit voorzitter S.N. Menko, secretaris Isedoor van Dam en Gerard Sanders) resoluut voor verzet. Sanders legde al in oktober 1941 contacten met de kring rond dominee Overduin. Door een fijnmazig stelsel van schuilplaatsen op boerderijen in de regio op te tuigen – waaronder boerderij De Holterhof, waar de familie Mulder, Jan Bredewold en Bosch bijdroegen aan het onderbrengen van onderduikers en geallieerde vliegers – wist Enschede een relatief groter percentage van de Joodse bevolking (ongeveer vijfhonderd van de twaalfhonderd inwoners) door de oorlog te loodsen. Deze humanitaire missie stond zwaar onder druk, onder meer door een geallieerd bombardement op 10 oktober 1943 dat schuilplekken wegvaagde. Dominee Overduin ontkwam op 31 maart aan zijn arrestatie doordat de Nederlandse verrader (V-Mann) Huschka hem bij de Sumatrastraat terugstuurde. Na de bevrijding reikte Overduin overigens ook hulpvaardigheid uit aan personen met een NSB-verleden.

 

Leendert Overduin

Johannes ter Horst

Illegale pers en de kracht van het geschreven woord

De vijand werd eveneens bestreden met de kracht van het geschreven woord. Nadat de bevolking werd gesommeerd alle radio's in te leveren, doken velen de illegaliteit in om te luisteren naar Londen of in donkere souterrains de drukpersen te laten ratelen voor de regionale editie van verzetskrant Het Parool, aangejaagd door Carl Enkelaar. Viel de elektriciteit uit, dan hielden lokale padvinders met pure spierkracht de machines draaiende.

Daarnaast circuleerden bladen als Vrij Nederland, Trouw, De Waarheid, Ons Volk, Je Maintiendrai, De Oranjekrant, en door geallieerde vliegers uitgestrooide bladen als De Luchtpost, De Wervelwind en De Vliegende Hollander. Koeriers – vaak jonge meiden op de fiets met houten of massieve banden en kranten verstopt onder hun kleren of in dubbele bodems – trotseerden het gevaar. In het eerste oorlogsjaar bleef het verzet soms klein en pesterig, zoals het heersen van een vlag op de schoorsteen van de Batofabriek op Koninginnedag of een bordje om het standbeeld van dr. Ariëns op het De Ruyterplein ("Ik alleen luister niet naar de Engelse zender").

Gewapend verzet, de LKP en de Knokploeg Enschede

Het georganiseerde verzet kwam in een stroomversnelling na de April-meistaking van 1943, die begon bij machinefabriek Stork in Hengelo en oversloeg naar Twente en de rest van het land naar aanleiding van het Duitse besluit om oud-militairen als krijgsgevangene naar Duitsland weg te sturen.

In de lastige omstandigheden ontstond de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en de Landelijke Knokploegen (LKP). De Twentse LO werd op 20 november 1942 opgericht in Hengelo door Gerrit Breteler, Wieger Mink en Henk Mulder (waarbij Breteler leider van LO Enschede werd en de LO wekelijks vergaderde aan de Sumatrastraat 3 bij G.E. Ter Borg). De LO in Twente kende twee districten: District Hengelo (met Borne, Almelo, Vriezenveen, Daarle, Nijverdal, Rijssen, Wierden, Goor/Markelo, Diepenheim) en District Enschede (met Enschede, Denekamp, Oldenzaal, Haaksbergen, Glanerbrug, Eibergen, Gronau). Binnen de illegaliteit hielpen Vunderink en Posthumus op het distributiekantoor met het ruilen van inlegvellen voor bonkaarten, regelde Jan Reuverkamp valse papieren en stempels, leidde Gerrit Bolks de sabotage van de Z-kaartenprocedure (vrijstellingen voor inzet in Duitsland), en werd L.O.-administrateur Gerrit Boldewijn op 17 juni 1944 opgepakt met een tekening van een opbergkist en overleed hij in gevangenschap. Na arrestaties van kopstukken als Breteler, bouwde Roelof Blokzijl (hoofdkwartier Ambonstraat 31) de LO weer op, waarna Piet Zandbergen hem opvolgde.

De Enschedese tak van de Knokploeg (KP) zag het levenslicht in de laatste week van februari 1944 onder leiding van Johannes ter Horst, met een harde kern bestaande uit Geert Schoonman, Dries Nijenhuis, Piet Albers en Joop van Amerongen (later vervangen door Harry Straathof / Harry Saathof). Zij pleegden overvallen op distributiekantoren om de levensreddende rantsoenbonnen te bemachtigen. Bekende operaties omvatten invallen in het Huis van Bewaring in Arnhem en de gewaagde overval in de zomer van 1944 op het Huis van Bewaring aan de Almeloseweg in Almelo, waarbij Johannes ter Horst – vermomd als geestelijke in een donker kostuum met stijve boord en hoed, en gesteund door zes kompanen met een nagemaakte lastbrief – gevangenen bevrijdde en al bellend/fietsend met een vriendelijk knikje naar dienders wist te ontkomen.

Ook vonden er spoorblokkades en sabotageacties plaats: in de eerste negen dagen van 1944 legden knokploegen op bevel van de Londense regering het treinverkeer naar Duitsland lam met ontspoortoestellen (derailleurs), bliezen sluisdeuren op en versperden landwegen, vastgelegd in dagboeken van een plaatselijke onderwijzer.

 

Henk Thiadens

Textielverzet en katholieke netwerken

De "bakstenen kathedralen" van Enschede, zoals stoomweverij ‘De Nijverheid’ van de familie Van Gelderen (Nijverheidsstraat 2) en Van Heek & Co, werden door de bezetter ingezet voor oorlogsproductie, waaronder de massaproductie van meer dan een half miljoen gele Jodensterren (waar Henk van Gelderen na de bevrijding een rol gele stof vond die naar het Joods Historisch Museum ging). Tegelijkertijd ontkiemde op de werkvloer geruisloos verzet door sabotage (vastlopende apparatuur en gebrekkige materialen) en dienden donkere kelders als opslag voor onderduikgoederen. Joodse ondernemers zoals de familie Menko werden beroofd van hun bedrijven.

Naast het protestantse verzet opereerde een afgezonderd katholiek netwerk onder aanvoering van kapelaan Van den Brink, die weigerde samen te werken met andere groepen en zo'n vijfhonderd geloofsgenoten hielp. In 1944 sloeg J.J. Franssen de handen ineen met kapelaan De Hosson van de Sint-Jacobuskerk voor de knokploeg Prins Bernhard; door verraad liep dit spaak, waarna de broers Hulsbeek, Hessel Zwarts en kapelaan De Hosson (gefusilleerd in Gronau) het leven lieten.

Verrraad, de Binnenlandse Strijdkrachten en de tragische ontknoping

Het verzet eiste zware offers door dreiging en verraad. Zo zette grenscommies Geert Schoonman zijn leven op het spel om vliegers te smokkelen (onder meer via landgoed De Snippert waar de familie Blijdenstein een verborgen kelder liet graven en de Smit-van der Heijden-lijn). Zenuwarts Henk Thiadens verrichte sabotage, bracht piloten over de grens, verzamelde inlichtingen over razzia's en landverraders vanuit zijn praktijk (die weg heeft van een kapsalon waar men wat opvangt) en hield op aandringen van een vriend een zwartboek bij.

In de tweede helft van 1944 werden LKP, RVV en OD gebundeld tot de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) onder algemene leiding van Prins Bernhard, waarin Thiadens compagniescommandant werd voor Enschede-Zuid, ondanks interne spanningen over leidingposities. Het tij keerde definitief toen Johannes ter Horst op 22 september 1944 na een vuurgevecht bij een controle werd gearresteerd, waarna de SD villa Liduina (het hoofdkwartier van KP Zenderen) vernietigde. Ter Horst en Blokzijl werden op 24 september 1944 bij Usselo geliquideerd bij een duiker die Ter Horst had opgeblazen.

Op de valreep van de bevrijding sloeg het V-Mann Huschka toe. Na een opgezet spel waarbij G.E. Ter Borg door de SD werd vrijgelaten, lokte Huschka op de vooravond van de bevrijding de leiders naar de Sumatrastraat 3. Daar werden Wieger Mink, G.L. Rutgers, G.E. Ter Borg, Antonie van Essen, Pieter Zandbergen en J.J. François op gruwelijke wijze door de SD vermoord. Jan Hendrik (Henny) Wennink (NBS) werd op de Zweeringsweg neergeschoten bij een huiszoeking bij Pieter Zandbergen, en Jan Harm Bosch werd gearresteerd en in de tuin van de synagoge neergeschoten.

Heden ten dage vormen de Stolpersteine in het plaveisel van Enschede een tastbare herinnering aan deze anonieme helden en strijders die hun leven gaven voor de vrijheid

Schaduwspel bij De Holterhof en Sabotage op het Spoor

In de hectische oorlogsjaren vormde Enschede en haar directe omgeving het toneel van gedurfde ondergrondse operaties. Terwijl de bezetter vanuit nabijgelegen locaties de touwtjes strak in handen hield, voerde het verzet een listige en gevaarlijke strijd om de Duitse legers te dwarsbomen en vervolgden een schuilplaats te bieden.

 Sabotage van het Spoorwegennet

Tijdens de opmars van de geallieerde legers in 1944 kreeg de ondergrondse beweging de expliciete opdracht om het spoorwegennet lam te leggen. In en om Enschede werd hier hard gehoor aan gegeven door middel van gerichte sabotagehandelingen. Om vijandelijke troepentransporten richting het front effectief te blokkeren, werden spoorstaven opgeblazen en vitale communicatielijnen doorgesneden.

De impact van deze acties liet niet lang op zich wachten. Een plaatselijke onderwijzer hield in zijn dagboek bij hoe de treinverbindingen met de rest van het land nagenoeg volledig tot stilstand kwamen—een tastbaar en krachtig resultaat van de inspanningen van het Twentse verzet.

Boerderij De Holterhof: 

Een van de meest risicovolle en opmerkelijke operaties voltrok zich op en rond boerderij De Holterhof. De locatie bevond zich in een uiterst precaire setting: in de nabijgelegen villa zaten hooggeplaatste Duitse officieren rustig te dineren, terwijl de Knokploeg Enschede onder aanvoering van Johannes ter Horst zich schuilhield in de bijbehorende opstallen. Onder de neus van de bezetter werden hier de blauwdrukken getekend voor de gedurfde kraak van het Huis van Bewaring.

De oorsprong van deze schuilplaats lag in een kleinschalig netwerk van vertrouwelingen:

  • De familie Mulder: De heer des huizes werkte als douaneambtenaar en deed geregeld dienst op het station van Enschede.
  • Jan Bredewold: Chef-bakker bij de coöperatie.

Zij bezaten een zomerverblijf vlak bij de boerderij en haalden daar dagelijks melk op. Toen in de loop van 1942 of 1943 de vraag rees of een handvol mensen er konden onderduiken, schatten Mulder en Bredewold de bewoners van de boerderij betrouwbaar in. Zij deelden dezelfde gereformeerde kerk in Enschede, net als een andere betrokkene, Bosch.

Een Toevluchtsoord voor Vliegers en Knokploegen

Wat begon met een enkele onderduiker, groeide al snel uit tot een grootschalig toevluchtsoord. Steeds vonden meer mensen er een heenkomen, onder wie neergestorte geallieerde vliegers die er een veilige plek vonden. Uiteindelijk streek ook de Knokploeg neer op de boerderij, waar de mannen zich min of meer kwartierden. Het ging om kopstukken uit het verzet, onder wie Geert Schoonman, Johannes ter Horst, Harry Saathof en even later eveneens Piet Alberts.

Vluchtroutes en Clandestiene Pers: De Strijd in de Schaduw

Tijdens de bezettingsjaren was het verzet in Twente op vele fronten actief. Naast gewapende acties en sabotage werd er een levensgevaarlijk netwerk opgetuigd om neergestorte vliegers te redden en de bevolking te voorzien van ongecensureerd nieuws.

Geheime Vluchtroutes en het Netwerk op Landgoed De Snippert

Als geallieerde bommenwerpers boven Twente werden neergeschoten door Duitse nachtjagers vanaf vliegveld Twenthe, begon er voor de overlevende piloten een acute noodtoestand. Het Enschedese verzet bedacht hier een slimme ondergrondse vluchtroute voor:

  • De verborgen kelder: Op landgoed De Snippert liet de familie Blijdenstein een geheime kelder in het bos graven, waar gestrande vliegers veilig konden onderduiken.
  • De Smit-van der Heijden-lijn: Vanuit dergelijke schuilplaatsen werden de militairen door verzetsmensen, onder wie Geert Schoonman, naar de grens geloodst. Voorzien van gewone kleren en valse papieren werden ze via deze bekende lijn naar het zuiden gebracht — dwars door vijandelijk gebied, met als ultieme droom om via Spanje weer in Engeland te komen.

De Strijd met Pen en Papier: Clandestiene Pers en Pesterijtjes

Terwijl piloten probeerden te ontkomen, voerde de illegale pers een felle strijd tegen de Duitse propaganda. Nadat de bevolking werd gesommeerd alle radio's in te leveren, raakten velen verstoken van objectieve informatie. Toch luisterden sommigen in het geheim naar Londen, terwijl ondergrondse drukpersen draaideuren vormden voor de waarheid.

  • Het Parool en Carl Enkelaar: In Enschede was Carl Enkelaar de grote aanjager van de lokale editie van Het Parool. Het drukken was een hachelijk kat-en-muisspel vanwege schaarse inkt en papier; viel de elektriciteit uit, dan hielden lokale padvinders de machines met pure spierkracht draaiende.
  • Bladen en koeriers: Naast landelijke titels als Vrij Nederland, Trouw, De Waarheid, Ons Volk, Je Maintiendrai en De Oranjekrant verspreidden geallieerden vliegers bladen als De Luchtpost, De Wervelwind en De Vliegende Hollander. Jonge koeriersmeiden op fietsen met massieve houten banden trotseerden dagelijks het gevaar om de kranten van hand tot hand te brengen.

Klein verzet: In het eerste oorlogsjaar was het verzet nog klein en baldadig. Zo werd er op Koninginnedag een vlag gehesen op de schoorsteen van de Batofabriek, en kreeg het standbeeld van dr. Ariëns op het De Ruyterplein een bordje met de tekst: "Ik alleen luister niet naar de Engelse zender".

Het Ondergrondse Netwerk: De Landelijke Organisatie (L.O.) in Enschede en Twente

De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (L.O.) vormde een van de ruggengraatstructuren van het verzet. In Twente en Enschede was dit netwerk fijnmazig georganiseerd, maar het kende ook een bikkelharde werkelijkheid vol verraad, arrestaties en offers.

Oprichting en Districtenstructuur

De Twentse afdeling van de L.O. werd opgericht op 20 november 1942 in Hengelo, waarbij de Enschedëers Gerrit Breteler, Wieger Mink en Henk Mulder betrokken waren. Breteler werd de leider van L.O. Enschede. Het werkgebied in Twente werd opgedeeld in twee hoofddistricten:

  • District Hengelo: Omvatte de groepen Borne, Almelo, Vriezenveen, Daarle, Nijverdal, Rijssen, Wierden, Goor/Markelo en Diepenheim.
  • District Enschede: Omvatte de groepen Enschede, Denekamp, Oldenzaal, Haaksbergen, Glanerbrug, Eibergen en Gronau.

De L.O. in Enschede hield wekelijkse vergaderingen aan de Sumatrastraat 3 bij G.E. Ter Borg. Boerderij Holterhof fungeerde daarnaast als belangrijk onderduikadres en tevens als hoofdkwartier van de Enschedese Knokploeg onder leiding van Johannes ter Horst.

Sabotage, Valse Papieren en Administratief Verzet

Binnen de structuur van de L.O. en daarbuiten zetten diverse mensen hun leven op het spel om de administratie te ontwrichten en hulpmiddelen te regelen:

  • Distributiekantoor: Vunderink en Posthumus ruilden inlegvellen om voor bonkaarten; na verloop of tijd hielpen bijna alle medewerkers hieraan mee.
  • Valse papieren: Jan Reuverkamp was verantwoordelijk voor het regelen van valse identiteitspapieren en stempels.
  • Z-kaarten: Gerrit Bolks leidde de groep die de Z-kaartenprocedure probeerde te saboteren (de aanvragen voor vrijstelling van werknemers voor inzet in Duitsland).

Arrestaties, Verrraad en de Tragedie aan de Sumatrastraat

Het verzet werd zwaar getroffen door tegenslagen en verraad:

  • Gerrit Boldewijn: De L.O.-administrateur werd op 17 juni 1944 opgepakt met een tekening van een opbergkist voor de administratie en overleed in gevangenschap.
  • Gerrit Breteler en Roelof Blokzijl: Breteler werd opgepakt tijdens een vergadering. Blokzijl bouwde de L.O. vervolgens weer op (met hoofdkwartier aan de Ambonstraat 31), maar nadat zijn naam werd genoemd na verhoren, werd hij samen met Johannes ter Horst op 24 september 1944 bij Usselo geliquideerd bij een duiker.
  • De val van Huschka: Op de valreep van de bevrijding sloeg de V-Mann (de Nederlandse SD-verrader) Huschka toe. Nadat hij het vertrouwen van Ter Borg had gewonnen door een doorgestoken kaart, lokte hij de kopstukken op de vooravond van de bevrijding naar de Sumatrastraat 3 onder het mom van belangrijke informatie over de bevrijding.
  • De moorden: Aanwezig op deze fatale bijeenkomst waren Wieger Mink, G.L. Rutgers, G.E. Ter Borg, Antonie van Essen, Pieter Zandbergen en J.J. François. Zij werden allen in het huis aan de Sumatrastraat door de SD vermoord.
  • Laatste slachtoffers: Jan Hendrik (Henny) Wennink (NBS) werd gearresteerd tijdens een huiszoeking bij Pieter Zandbergen en op de Zweeringsweg neergeschoten. Jan Harm Bosch werd eveneens gearresteerd en vlak voor het vertrek van de SD in de tuin van de Synagoge neergeschoten.

. Ik kom hier in een latere pagina uitgebreid op terug.

Kapelaan de Hosson

Groep Overduin en het Katholieke Verzet: Humaniteit en Geloof in de Strijd

Naast de gewapende strijd en de Landelijke Organisatie speelden humanitaire netwerken en religieus gemotiveerde groepen een onmisbare rol in de bescherming van vervolgden in Enschede en omstreken.

Groep Overduin: Mensen in Nood Behoeden

Vanuit een diepgeworteld geloof zette de bekende Enschedese dominee Leendert Overduin zich onvermoeibaar in. Opvallend genoeg reikte hij diezelfde hulpvaardigheid na de bevrijding ook uit aan personen met een NSB-verleden.

  • De Razzia van 1941: De ondergrondse activiteiten kwamen in een stroomversnelling na de ingrijpende razzia van september 1941, waarbij ruim honderd Joodse mannen werden opgepakt en naar Mauthausen afgevoerd. De predikant legde direct contact met het plaatselijke Joodse bestuur.
  • Lokaal Verzet versus Landelijk Hoofdbestuur: In tegenstelling tot het landelijke Joodse hoofdbestuur in Amsterdam dat zich aanvankelijk plooide, koos de lokale tak onder leiding van voorzitter Sig Menko, secretaris Gerard Sanders en penningmeester Isedoor van Dam resoluut voor verzet.
  • Het Resultaat: Dankzij dit hechte bondgenootschap met dominee Overduin werden honderden mensen gered. Van de circa twaalfhonderd Joodse inwoners doorstonden zo'n vijfhonderd de oorlog — een opmerkelijk hoog cijfer in vergelijking met de rest van het land.
  •  Ontkomen: Op 10 oktober 1943 vaagde een zwaar geallieerd bombardement diverse schuilplekken weg. Dominee Overduin ontkwam op 31 maart zelf maar nauwelijks aan de ondergang: toen hij zich naar de Sumatrastraat begaf, werd hij daar door de verrader Huschka teruggestuurd, wat zijn arrestatie verhinderde.

Een Afgezonderd Katholiek Netwerk en KP Prins Bernhard

Naast de groep-Overduin kende de regio specifiek katholieke verzetsstructuren die opvallend solistisch of juist tragisch verliepen:

  • Het Netwerk van Kapelaan Van den Brink: Onder aanvoering van kapelaan Van den Brink, gesteund door een katholieke jeugdbeweging, vonden zo'n vijfhonderd geloofsgenoten in de illegaliteit een veilig heenkomen. De geestelijke weigerde steevast samen te werken met andere ondergrondse organisaties en stuurde katholieke onderduikers die elders hulp kregen direct weg. Zijn bonnen en papieren ontving hij via zijn broer in Noord-Brabant.
  • Knokploeg Prins Bernhard: In 1944 sloegen J.J. Franssen en kapelaan De Hosson van de Sint-Jacobuskerk de handen ineen om een gewapende knokploeg op te richten onder de naam Prins Bernhard.

Tragisch Verval: Door verraad — de vriendin van een van de groepsleden begon een relatie met een Nederlandse medewerker van de Sicherheitsdienst — liep de operatie spaak. De broers Hulsbeek en Hessel Zwarts werden ingerekend en op de vliegbasis omgebracht, en kapelaan De Hosson werd even over de grens in Gronau door een vuurpeloton geëxecuteerd.

De Landelijke Knokploegen (LKP): Gewapend Verzet in Enschede en Twente

De massale stroom onderduikers die opgang kwam door de stakingen in het voorjaar van 1943, leidde direct tot de oprichting van de Landelijke Knokploegen (LKP). Hun primaire missie was het bemachtigen van rantsoenbonnen via gewapende overvallen op distributiekantoren, zodat mensen in de illegaliteit van voedsel konden worden voorzien. Ook bevolkingsregisters en arbeidsbureaus — waar de administratie voor Duitse dwangarbeid werd bijgehouden — vormden vaste doelwitten. Later kwamen daar risicovolle operaties bij, zoals het bevrijden van verzetsmensen en het uitschakelen van gevaarlijke informanten en landverraders (wat overigens vanwege de dreiging van harde Duitse represailles altijd uiterst omzichtig werd overwogen).

Oprichting van de Enschedese Knokploeg

In Enschede zag de lokale tak van de knokploeg in de laatste week van februari 1944 het levenslicht. De directe aanleiding was een bonnenkraak in Markelo door een cel verbonden aan de illegale krant Trouw, die nauw samenwerkte met de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Omdat de Twentse LO destijds geen enkel inzicht had in de verblijfplaats van die buit, besloot men een eigen gewapende eenheid op te richten.

  • Leiding: Johannes ter Horst nam de leiding op zich en groeide uit tot de leider van de Twentse LKP.
  • Harde Kern: De kern bestond verder uit Geert Schoonman, Dries Nijenhuis, Piet Albers en Joop van Amerongen (laatstgenoemde werd later vervangen door Harry Straathof).
  • Achterban: Qua achtergrond bestond de achterban van deze KP'ers hoofdzakelijk uit protestantse jongemannen, die hun overvallen bij voorkeur uitvoerden binnen hun eigen vertrouwde streek waar hun netwerken het sterkst waren.

Spraakmakende Acties en de Inval in Arnhem

Het koste de groep wat tijd om het volledige vertrouwen te winnen van de landelijke leiding, maar de Enschedese ploeg wist diepe indruk te maken met stoutmoedige operaties:

  • Invallen Huis van Bewaring: Zij pleegden tweemaal een gewaagde inval in het Huis van Bewaring in Arnhem. Tijdens de tweede poging — uitgevoerd in samenwerking met de KP Zenderen — kregen ruim honderdtachtig gevangenen de kans om te ontkomen, van wie er uiteindelijk vierenvijftig daadwerkelijk wisten weg te komen.
  • Spoor- en Routesabotage: Toen de Londense regering opriep tot een landelijke spoorwegstaking, gaven de knokploegen in Twente hier begin 1944 extra kracht aan. In de eerste negen dagen van dat jaar legden zij het treinverkeer naar Duitsland effectief lam door rails te voorzien van ontspoortoestellen (derailleurs). Daarnaast werden landwegen versperd en sluisdeuren opgeblazen om het scheepvaartverkeer te hinderen.

Het Noodlot: De Val van Ter Horst en de Vorming van de B.S.

Het tij keerde drastisch op 22 september 1944:

  • Arrestatie van Ter Horst: Johannes ter Horst belandde tijdens een willekeurige Duitse controle in een heftig vuurgevecht, waarbij hij een vijandelijke officier neerhaalde maar zwaargewond raakte en door de Sicherheitsdienst (SD) werd ingerekend. Zijn arrestatie ontketende een grote razzia- en aanhoudingsgolf, waardoor de SD ook het hoofdkwartier van de KP Zenderen (villa Liduina) wist te achterhalen en te vernietigen. Na zijn wegvallen liep het aantal sabotageacties terug.

Vorming Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.): In de tweede helft van 1944 werden op uitdrukkelijk bevel vanuit Londen de LKP, de Raad van Verzet (RVV) en de Ordedienst (OD) gebundeld tot de B.S. Dit samengaan verliep allerminst soepel; veel doorgewinterde knokploegers konden er met hun verstand niet bij dat leidinggevende posities naar OD-leden gingen die tijdens de bezetting nauwelijks iets hadden uitgevoerd. Ook tussen de RVV en de KP Twente verliep de samenwerking vanaf dag één uiterst stroef, al gingen geallieerde wapendroppings om de B.S. te bewapenen gewoon door

Johannes ter Horst

De Wervelwind" die door de RAF (Royal Air Force, de luchtmacht uit Engeland) boven Nederlands grondgebied werd gedropt

Leden van een verzetskrant bezig in de de drukkerij

De Kracht van de Ondergrondse Pers: Informatie als Wapen

Tijdens de bezettingsjaren was de informatiestroom naar de burgerbevolking nagenoeg volledig lamgelegd. Nadat alle radio's moesten worden ingeleverd, werden de officiële omroepen en gevestigde media ingezet voor nazi-propaganda en strakke censuur. Om de bevolking toch van objectieve feiten te voorzien, ontstond er een gevaarlijk netwerk van illegale pers en geheime verbindingen.

Geheime Radio-ontvangst en Contact met Londen

Ondanks de strenge inleverplicht doken velen de illegaliteit in door hun radio's te verbergen. Hierdoor kon men in het geheim luisteren naar de uitzendingen vanuit Londen, die nauwkeurige updates over het front gaven. Via deze radio's en eigen ondergrondse zendapparatuur werden bovendien versluierde codes en berichten uitgewisseld met Engeland.

Clandestiene Kranten en Luchtpost

Om ook de 'radioloze' burgers te bereiken, verschenen er gestencilde blaadjes en vlugschriften die uitgroeiden tot invloedrijke dagbladen:

  • Bekende titels: Vrij Nederland, Trouw, Het Parool en De Waarheid.
  • Kleinere periodieken: Ons Volk, Je Maintiendrai en De Oranjekrant.
  • Geallieerde uitgaven: Vliegtuigen strooiden bladen als De Luchtpost, De Wervelwind en De Vliegende Hollander uit boven Nederland.

Levensgevaarlijke Productie en Distributie

Het maken en verspreiden van deze verboden publicaties was een hachelijke onderneming waarbij drukkers, radiotelegrafisten en koeriers constant risico liepen; betrapping door de Sicherheitsdienst betekende doorgaans een zekere dood.

  • Drukken bij kaarslicht: Drukpersen en stencilapparaten stonden verborgen op zolders, in schuren en diepe kelders, waar men werkte bij het schaarse licht van kaarsen en olielampen.

De rol van koeriers: De verspreiding verliep via hand-tot-hand-estafettes. Vooral jonge vrouwen namen dit gevaarlijke werk voor hun rekening. Op rijwielen — vaak voorzien van houten of massieve banden vanwege het ontbreken van rubber — trotseerden zij weer en wind om de kranten en kopij veilig bij de lokale afdelingen te bezorgen

Bronnen:

  • T. Wiegman, Enschede 1940–1945.
  • Oorlogsgravenstichting – biografieën van verzetsmensen.
  • LO-LKP-documentatie.Oorlogsbronnen –
  • Enschede. Oorlogsbronnen – Enschede
  • Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker. SHSEL
  • Johannes ter Horst – geschiedenis van het verzet in Enschede. Johannes ter Horst
  • SecondWorldWar – Enschede, illegaliteit en verzet. SecondWorldWar – illegaliteit Enschede
  • Oorlogsgravenstichting. Oorlogsgravenstichting