Het verzet in Enschede
Het verzet
Ondergronds Enschede: Strijd in de Schaduw van de Textiel
Na mei 1940 veranderden de karakteristieke klinkerstraten van Enschede. De stad, die tot kort daarvoor nog het ronkende hart van de textielindustrie was, werd het decor van een gevaarlijk kat-en-muisspel. Terwijl de Duitse bezetter vliegveld Twenthe transformeerde tot een militaire vesting, weefde het Enschedese verzet een onzichtbaar netwerk door de wijken en fabrieken. Meer over Leendert Overduin
De Redding van de Gedoemden
In de synagoge aan de Prinsestraat bouwde de Sicherheitsdienst (SD) cellen om angst te zaaien, maar dominee Leendert Overduin bood hoop. Hij groeide uit tot de spil in de hulp aan Joodse stadgenoten. Ondanks dat hij meerdere malen werd gearresteerd, gaf hij niet op. Door een wijdvertakt netwerk van onderduikadressen op omliggende boerderijen op te zetten, overleefden in Enschede verhoudingsgewijs veel meer Joodse burgers de oorlog dan in de rest van Nederland.
Inkt als Munitie
Niet alleen met wapens, maar ook met woorden werd de vijand bestreden. In diepe kelders ritselden de persen van Carl Enkelaar en zijn team, waar in het geheim de Twentse editie van Het Parool werd gedrukt. Het was een staaltje pure wilskracht: als de stroom uitviel, namen lokale padvinders het over. Zij draaiden met handkracht aan het vliegwiel van de pers om de stad elke ochtend te voorzien van het nieuws dat de bezetter wilde smoren.
De Bittere Prijs van de Vrijheid
Verzet was geen spannend jongensboek, maar een rauwe realiteit vol gevaar en verraad. Velen betaalden de ultieme prijs voor hun moed, zoals grenscommies Geert Schoonman, die zijn leven waagde om geallieerde piloten de grens over te loodsen. Vandaag de dag herinneren de Stolpersteine in de Enschedese stoepen ons aan deze strijders. Het zijn kleine, koperen monumenten voor grote helden die in de anonimiteit streden.
De Legendarische Kraak aan de Almeloseweg
In de zomer van 1944 vond een van de meest gedurfde acties uit de Twentse verzetsgeschiedenis plaats. Een man in een zwart pak, compleet met stijve boord en hoed, fietste kalm richting het Huis van Bewaring aan de Almeloseweg. Het was Johannes ter Horst, de leider van de Knokploeg Enschede, onherkenbaar vermomd als dominee.
Samen met zes medestrijders dwong hij met een vervalst bevel en een stalen zelfbeheersing de toegang af. Binnen enkele minuten staarden de bewakers in de loop van verzetswapens en vlogen de celdeuren open. Tientallen gevangen verzetsmensen stonden plotseling weer in de vrije buitenlucht. Terwijl de bevrijde groep zich snel verspreidde, fietste Johannes doodgemoedereerd weg. Met een minzaam knikje groette hij passerende agenten, om vervolgens geruisloos op te gaan in de anonimiteit van de stad.
Gewapend Verzet
Het is oorlog. Enschede telt een aantal verzetsgroepen. Vermoedelijk de grootste is die van dominee Leendert Overduin, die ruim duizend Joden de oorlog door zal slepen. Henk Thiadens, zenuwarts, maakt deel uit van het gewapende verzet. Verantwoordelijk voor sabotage-acties, aanslagen en smokkel van geallieerde vliegers.
Thiadens verzamelt bovendien informatie en speelt dat door, als het nodig is. Over aanstaande razzia’s, bijvoorbeeld. Maar ook over collaborateurs, inwoners die samenwerken met de Duitsers. Hij heeft niet alleen Enschedeërs als patiënt, onder wie leden van textielfamilies, maar ook vooraanstaande nazi’s en nazi-sympathisanten. En zo’n doktersspreekkamer is een beetje kapsalon: je hoort er nog wel eens wat.
Op advies van een goede vriend houdt de dokter een zwartboek bij. Hij noteert alles: namen, rugnummers, gebeurtenissen. Om niets te vergeten. Na de bevrijding zal hij dat boekje opendoen.
De Binnenlandse Strijdkrachten
Tegen het eind van de oorlog - de zuidelijke helft van het land is al bevrijd - roept de Nederlandse regering in Londen de sterk versplinterde verzetsgroepen op om zich te verenigen. Met als doel de vorming van een paramilitaire organisatie, de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.). Onder één centraal bevel, met regionale en lokale commandanten en Prins Bernhard aan het hoofd.
Die B.S. moet de opmars van geallieerde troepen voorbereiden en bespoedigen, en de orde handhaven zodra de Duitsers het veld ruimen. Thiadens is compagniescommandant van de eenheid Enschede-Zuid.
De Wevers in Verzet: Sabotage tussen de Spoelen
De imposante textielfabrieken van Enschede, vaak omschreven als de “bakstenen kathedralen” van de stad, vormden tijdens de Tweede Wereldoorlog een indrukwekkend decor. Fabrieken zoals die van Van Heek & Co waren niet alleen het hart van de Enschedese industrie, maar werden door de Duitse bezetter ook ingezet voor de oorlogsproductie. Terwijl de nazi’s textiel opeisten voor onder meer uniformen van de Wehrmacht, ontstond tussen de draaiende machines een stille vorm van verzet.
Onder de arbeiders heerste een sterk gevoel van saamhorigheid en een gedeelde verantwoordelijkheid om de bezetter tegen te werken. Sabotage vond vaak plaats op een manier die moeilijk te bewijzen was. Machines raakten zogenaamd toevallig defect en stoffen die bestemd waren voor de Duitse oorlogsindustrie vertoonden onverwachte fouten. Achter de dagelijkse productie ging zo een verborgen strijd schuil.
Ook de ruimtes onder de fabrieken kregen een belangrijke functie binnen het verzet. Terwijl Duitse toezichthouders boven de werkvloer controle hielden, werden de diepe kelders gebruikt als geheime opslag- en verspreidingsplaatsen. Hier werden onder andere voedselbonnen, illegale kranten en andere materialen voor de ondergrondse beweging bewaard en doorgegeven.
De Duitse bezetting bracht ook grote veranderingen en onrecht met zich mee binnen de Enschedese textielwereld. Joodse ondernemers, waaronder leden van de familie Menko, werden van hun bedrijven beroofd en hun bezittingen werden door de bezetter afgenomen. Deze vervolging en onteigening versterkten bij veel arbeiders de overtuiging dat zij zich moesten blijven verzetten tegen het naziregime. De textielfabrieken, de economische “longen van de stad”, werden daarmee ook plekken waar de hoop op vrijheid levend werd gehouden.
Vliegveld Twenthe: een brandpunt van de oorlog
Net buiten Enschede lag vliegveld Twenthe, dat door de Duitsers tijdens de oorlog werd uitgebouwd tot een grote militaire vliegbasis, de zogenoemde Fliegerhorst Twente. De basis groeide uit tot een van de belangrijkste locaties voor Duitse nachtjagers in Europa en werd daardoor een belangrijk doelwit voor geallieerde bombardementen. Deze aanvallen troffen niet alleen de vliegbasis, maar veroorzaakten ook veel schade en slachtoffers in de omgeving.
Toen de bevrijding van Enschede op 1 april 1945 begon, ontstond een bijzondere situatie. In de stad zelf heerste grote vreugde. Inwoners vierden hun vrijheid en verwelkomden de Britse bevrijders. Tegelijkertijd werd er aan de rand van de stad nog zwaar gevochten. Rond de vliegbasis en langs de Weerseloseweg hadden Duitse militairen zich ingegraven voor een laatste verdediging.
Pas toen de wapens op en rond de vliegbasis zwegen, was de bevrijding van Enschede volledig een feit. Toch liet de bezetter vlak voor zijn vertrek nog een laatste spoor van geweld achter. Op de vliegbasis werden kort voor de bevrijding nog verzetsstrijders geëxecuteerd.
De strijd om voedsel: de zoektocht naar distributiebonnen
Het verzet in Enschede was afhankelijk van een goed georganiseerde ondergrondse structuur. Een van de grootste uitdagingen was het verzorgen van de duizenden onderduikers in de regio. Voedsel was schaars en zonder distributiebonnen konden mensen geen officiële voedselvoorraden verkrijgen. Voor de ondergrondse gemeenschap betekenden bonkaarten daarom letterlijk het verschil tussen overleven en verhongeren.
De Knokploeg Enschede (KP) speelde hierin een belangrijke rol. Om voldoende bonkaarten beschikbaar te krijgen, voerde de groep gevaarlijke overvallen uit op distributiekantoren. Met grote snelheid en nauwkeurige voorbereiding werden distributiebescheiden buitgemaakt en vervolgens verspreid onder onderduikers en verzetsgroepen.
Deze acties waren meer dan alleen diefstallen van papieren documenten. In oorlogstijd vertegenwoordigden de bonkaarten voedsel, veiligheid en de mogelijkheid om mensen die uit handen van de bezetter moesten blijven, in leven te houden. De strijd om distributiebonnen vormde daarmee een essentieel onderdeel van het Enschedese verzet
Sabotage op de Rails
Toen de geallieerden in 1944 oprukten, kreeg het verzet de opdracht: leg de spoorwegen plat. Rondom Enschede werden spoorlijnen gesaboteerd om Duitse troepentransporten naar het front te hinderen. Rails werden opgeblazen en telefoonlijnen doorgesneden. In zijn dagboek schreef een lokale onderwijzer hoe de treinverbindingen met Holland vrijwel volledig tot stilstand kwamen, een direct gevolg van de onzichtbare handen van het Twentse verzet.
De Schuilplaats bij de Vijand
Een van de meest gewaagde operaties was het gebruik van boerderij De Holterhof. Terwijl in de nabijgelegen villa hoge Duitse officieren dineerden, hield de KP-Enschede onder leiding van Johannes ter Horst zich schuil in de bijbehorende boerderij. Hier werden de plannen gesmeed voor de kraak van het Huis van Bewaring, letterlijk onder de neus van de vijand.
"Hoe is de boerderij "De Holterhof" bij het verzet betrokken geraakt?
De familie Mulder, de man was een douaneambtenaar, die veelvuldig op het station in Enschede dienstdeed en Jan Bredewold, chef bakker bij de coöperatie hadden een zomerhuisje in de omgeving van onze boerderij. Wanneer zij in dat huisje waren, haalden zij dagelijks melk bij ons. Op een dag, in het jaar 1942 of 1943, kwamen werd er gevraagd of een aantal mensen bij hen een nachtje onder mochten duiken. Kennelijk hadden Mulder en Bredewold door, dat de bewoners van ons dit huisj te vertrouwen waren. Beiden waren van dezelfde gereformeerde kerk in Enschede. Bosch maakte ook deel uit van deze groep.
Zo kwam van het een het andere, steeds meer onderduikers passeerden. Geallieerde piloten vonden onderdak en uiteindelijk kwam de Knokploeg ook in dit huis en kwartierden zich hier min of meer in. Dit waren Geert Schoonman, Johannes ter Horst, Harry Saathof en wat later ook Piet Alberts."
De Tragiek van 'Rooie Geert'
Niet elke actie eindigde in een overwinning. Geert Schoonman, bekend als Rooie Geert, was een sleutelfiguur die piloten en onderduikers hielp. Zijn onvermoeibare inzet werd hem fataal toen hij in 1944 werd gearresteerd. Kort daarna werd hij geëxecuteerd op vliegveld Twenthe, een van de vele offers die de stad bracht voor haar uiteindelijke vrijheid
De Onzichtbare Luchtbrug
Wanneer geallieerde bommenwerpers boven Twente werden neergehaald door de Duitse nachtjagers van vliegveld Twenthe, begon voor de overlevende piloten een tweede strijd. Het Enschedees verzet zette een geheime 'luchtbrug' op de grond op. Op landgoed De Snippert bouwde de familie Blijdenstein een verborgen kelder in het bos waar gestrande piloten konden schuilen.
Vanaf zulke schuilplaatsen werden de vliegers door verzetsmensen als Geert Schoonman naar de grens gesmokkeld. Ze kregen burgerkleding, valse papieren en werden via de zogenaamde Smit-van der Heijden lijn naar het zuiden begeleid, dwars door bezet gebied, in de hoop via Spanje Engeland weer te bereiken.
De Strijd om de Geest
Terwijl de piloten ontsnapten, vocht de illegale pers tegen de Duitse propaganda. In Enschede was Carl Enkelaar de drijvende kracht achter de lokale editie van Het Parool. Het drukken van deze kranten was een zenuwslopend kat-en-muisspel. Papier en inkt waren schaars en werden vaak onder de neus van de bezetter gestolen of "georganiseerd".
Zelfs de communistische groepen in de stad, de Waarheidsgroepen, waren al vroeg actief met het verspreiden van pamfletten over de grens naar Duitsland om ook daar het verzet aan te wakkeren. Koeriers, vaak jonge vrouwen op de fiets met kranten verstopt in dubbele bodems of tussen hun kleding, riskeerden dagelijks hun leven om de stad van echt nieuws te voorzien. Elke krant die door een brievenbus gleed, was een kleine overwinning op de angst.
In het eerste oorlogsjaar zijn er al enkele groepen actief al is het op dat moment nog weinig georganiseerd. Het zijn dan nog vaak nog speldenprikken om de verzetsgeest tot uitdrukking te brengen, zo wordt op Koninginnedag een vlag geplaatst op de schoorsteen van de Bato fabriek en krijgt het standbeeld van dr. Ariëns op het De Ruyterplein later dat jaar een bord omgehangen met de tekst "Ik alleen luister niet naar de Engelse zender".
Het verzet was er in verschillende vormen. Er was passief verzet en publieke uitingen van ongenoegen met de Duitse bezetting en de maatregelen die de bezetter trof, maar ook was er actiever verzet, de zgn. illegaliteit. Binnen de illegaliteit was een groot aantal verschillende groepen actief. Ze verschilden daarin vaak door hun achtergrond, politiek of religieus, maar ook het doel was vaak verschillend. Zo had je de hulp aan onderduikers, sabotagegroepen, knokploegen die voor bonkaarten moesten zorgen, zendgroepen en spionagegroepen. Hieronder proberen we een beknopt overzicht te geven van de verschillende groepen die in Enschede en omgeving actief waren. We kunnen ons niet tot Enschede beperken omdat de groepen in een groter gebied actief waren. Veel verzetslieden waren overigens in meerdere groepen actief. Er waren in de beginjaren van de bezetting al wel illegale groepen actief, maar het grotere georganiseerde verzet begon pas na de april/mei staking van 1943. Die staking was begonnen bij Stork in Hengelo en sloeg over naar heel Twente en op kleinere schaal naar andere delen van het land. Aanleiding voor de staking was het besluit om de Nederlandse militairen opnieuw in krijgsgevangenschap te nemen en ze naar Duitsland te sturen.
Hieronder vindt u een kort overzicht van de illegaliteit per groep in Enschede en Twente.
L.O. - landelijke hulp aan onderduikers
De Twentse afdeling van de l.o. Werd op 20 november 1942 opgericht in Hengelo. De Enschedëers Gerrit Breteler, Wieger Mink en Henk Mulder waren daarbij. Breteler wordt leider van LO Enschede.
Eén van de onderduikadressen was boerderij Holterhof gelegen naast het gelijknamige landgoed dat in gebruik was genomen door hoge Duitse officieren. De boerderij was in die tijd ook het hoofdkwartier van de Enschedese KP die onder leiding van Johannes ter Horst stond. De LO in Enschede vergaderde wekelijks aan de Sumatrastraat 3 bij G.E. Ter Borg.
De LO in Twente werd onderverdeeld in twee districten.
1 .District Hengelo waaronder de groepen Borne, Almelo, Vriezenveen, Daarle, Nijverdal, Rijssen, Wierden, Goor/Markelo en Diepenheim vallen.
2. District Enschede waar de groepen Enschede, Denekamp, Oldenzaal, Haaksbergen, Glanerbrug, Eibergen en Gronau vielen.
Vunderink en Posthumus werkten in Enschede bij het distributiekantoor en ruilden inlegvellen voor bonkaarten voor het verzet. Na verloop van tijd hielpen bijna alle medewerkers daaraan mee.
Jan Reuverkamp regelde valse papieren en stempels.
Gerrit Bolks leidde de groep die de Z-kaarten procedure probeerde te saboteren. Z kaarten waren aanvragen om vrijstelling te krijgen voor werknemers voor inzet in Duitsland omdat men in Nederland niet gemist kon worden.
Gerrit Boldewijn administrateur van de L.O. Wordt op 17 juni 1944 opgepakt met een tekening van een opbergkist voor de administratie. Boldewijn overlijdt in gevangenschap.
Breteler wordt bij vergadering van de tweede distributiekaart groep opgepakt samen met meer kopstukken uit het Twentse verzet. Na die grote slag voor het verzet bouwt Roelof Blokzijl de LO weer op in Twente. De L.O. heeft dan hoofdkwartier in Ambonstraat 31. Wieger Mink onderhoudt contact met landelijke organisatie.
Piet Zandbergen volgt Blokzijl op als leider als die laatste door de SD wordt opgepakt. De naam van Blokzijl wordt na verhoor door de S.D. door Jannes ter Horst genoemd. Zowel Ter Horst als Blokzijl worden op 24 september 1944 bij Usselo geliquideerd. Dit wordt gedaan bij de duiker waarvan Ter Horst heeft toegegeven die te hebben opgeblazen.
Op de valreep van de bevrijding wordt er een laatst grote slag toegebracht aan de L.O., De V-Mann Huschka (een Nederlandse verrader in dienst van de Duitse S.D.) weet het vertrouwen van Ter Borg te winnen na een opzet waarbij Ter Borg gearresteerd wordt en later door Huschka weer vrij wordt gekregen. Op de vooravond van de bevrijding laat Huschka de leiders van de LO in Enschede bijeenkomen omdat hij belangrijke informatie over de komende bevrijding zegt te hebben. Niet iedereen die gevraagd is lukt het om naar de vergadering te komen.
Wel aanwezig zijn: Wieger Mink, G.L. Rutgers, Ter Borg, Antonie Van Essen en Pieter Zandbergen van de LO. J.J. François . Zij allen worden in het huis aan de Sumatrastraat door de SD vermoord. Jan Hendrik (Henny) Wennink (NBS) valt in de handen van de SD wanneer deze huiszoeking doen in het huis van Pieter Zandbergen. Hij wordt op later straat neergeschoten in de Zweeringsweg. Jan Harm Bosch wordt gearresteerd en net voordat de SD vertrekt in de tuin van de Synagoge neergeschoten. Ik kom hier in een latere pagina uitgebreid op terug.
Groep Overduin - De hulp aan Joden
Ds. Leen Overduin is als christen er van overtuigd dat hij de vervolgden moet helpen. In de oorlog hielp hij de Joden en in de naoorlogse jaren heeft hij N.S.B.-ers geholpen.
Na de razzia van 1941 waarbij meer dan honderd Joodse mannen uit met name Enschede maar ook uit andere Twentse steden en dorpen worden weggevoerd naar Mauthaussen komt Ds. Overduin in contact met de Joodse raad in Enschede. Overduin regelde onderduikadressen voor Joden waarvan bekend was dat ze binnenkort op transport zouden gaan. Daarbij werden de onderduikadressen soms met aandringen verkregen.
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werd in Enschede een lokale Joodse Raad opgericht, bestaande uit Sig Menko (voorzitter), Gerard Sanders (secretaris) en Isedoor van Dam (penningmeester). In tegenstelling tot de centrale Joodse Raad in Amsterdam, die voornamelijk de bevelen van de bezetter opvolgde, koos de Enschedese raad voor een actieve rol in het verzet tegen de nazi's.
De leden van de Joodse Raad in Enschede waren nauw betrokken bij het helpen van Joodse inwoners om onder te duiken. Ze werkten samen met dominee Leendert Overduin, die een netwerk van onderduikadressen opbouwde en zo honderden Joden hielp te ontsnappen aan deportatie. Van de circa 1.200 Joden in Enschede overleefden ongeveer 500 de oorlog, een relatief hoog percentage vergeleken met andere Nederlandse steden.
In september 1941 vond een grote razzia plaats in Enschede, waarbij meer dan honderd Joodse mannen werden opgepakt en gedeporteerd naar kamp Mauthausen. Deze gebeurtenis versterkte de vastberadenheid van de Joodse Raad om verzet te bieden en hun gemeenschap te beschermen tegen verdere vervolging.
De acties van de Joodse Raad in Enschede tonen aan dat zelfs in de meest duistere tijden, moed en solidariteit het verschil kunnen maken. Hun inzet blijft een belangrijk voorbeeld van morele moed en menselijkheid tijdens de Holocaust.
Het bombardement op 10 oktober 1943 zorgde voor grote problemen voor de groep. Veel onderduikers waren na het bombardement op slag opnieuw dakloos.
Overduin was op 31 maart ook aanwezig op de Sumatrastraat maar werd min of meer weggestuurd door Huschka, wat voor Overduin zijn redding betekende.
Katholiek verzet - groep Kapelaan v/d Brink
Er was in Twente een katholieke groep die onderdak regelde voor katholieke onderduikers. Deze stond onder leiding van kapelaan v.d. Brink hij werd geholpen door een katholieke jongerenorganisatie. Zo'n 500 onderduikers zijn door de groep verzorgt. V.d. Brink wilde geen contact met andere organisaties en met katholieken die door andere organisaties werden geholpen werd al het contact verbroken. V.d. Brink kreeg bonkaarten, valse persoonsbewijzen e.d. Via zijn broer in noord Brabant. Het weigeren van communicatie met de andere verzetsgroepen werd v.d. Brink niet in dank afgenomen door die andere groepen.
In 1944 neemt J.J. Franssen contact op met kapelaan de Hossen van de St. Jacobuskerk in Enschede om een knokploeg op te richten. Deze groep krijgt de naam Prins Bernhard. De groep krijgt niet de gelegenheid om tot veel daden te komen. De vriendin van een van de leden krijgt een relatie met een Nederlandse SD-er en verraad de groep. De broers Hulsbeek en Hessel Zwarts worden opgepakt en op het vliegveld geliquideerd. De Hosson wordt ook opgepakt en in Gronau doodgeschoten.
De LKP (landelijke knokploegen)
Na de april/mei staking in 1943 neemt het aantal onderduikers stevig toe. Dit leidt tot de oprichting van de landelijke knokploegen. De knokploegen krijgen als opdracht om de bonkaarten te verzorgen die nodig zijn om de onderduikers van voedsel te voorzien. De bonkaarten worden verkregen door overvallen op distributiekantoren. Ook bevolkingsregisters en arbeidsbureau's waar de registratie van de Arbeidseinsatz werd geregeld waren doelwitten van de Landeljke knopploeg. Later kwam daar ook de bevrijding van verzetsmensen bij en het liquideren van verraders die een gevaar vormden voor de illegaliteit. Dat laatste moest door de zware Duitse represailles goed overwogen worden gedaan. De knokploeg in Enschede werd eind februari 1944 opgericht. Directe aanleiding van de oprichting van de Enschedese KP is de overval van het distributiekantoor in Markelo door een groep van Trouw. De Trouwmedewerkers waren nauw verbonden met de L.O. ( landelijke hulp onderduikers). Omdat de Twentse LO eerst niet weet wat er met die buit is gedaan besluit men tot een nieuwe KP-ploeg. Leider van de groep was Johannes Ter Horst die later leider zou worden van de Twentse tak van de L.K.P.. Leden van de groep waren Geert Schoonman, Dries Nijenhuis, Piet Albers en Joop van Amerongen. Van Amerongen werd later vervangen door Harry Straathof. Het duurt enige tijd voordat de KP Enschede het vertrouwen krijgt van de Landelijke KP. De KP Enschede wist uiteindelijk diverse succesvolle acties uit te voeren, waaronder twee overvallen op het huis van bewaring in Arnhem daarbij werd de tweede keer aan 130 gevangen de mogelijkheid geboden om te vluchten. 54 van hen maakten daarvan gebruik. Bij die laatste overval werd samengewerkt met de KP Zenderen.
Op 22 september 1944 werd Johannes Ter Horst bij een Duitse controle neergeschoten nadat hij zelf een Duitse officier neer wist te schieten. Ter Horst was gewond en werd meegenomen door de S.D. Zijn arrestatie leidde tot andere arrestaties waarna de S.D. achter het hoofdkwartier van KP Zenderen kwam, de villa Liduina. Een overval verraste enkele KP-ers en de villa werd met de grond gelijkgemaakt.
Op aandringen vanuit Londen wordt de LKP samen met de RVV ( raad van verzet) en OD (het O.D. in de Tweede Wereldoorlog stond voor Ordedienst, een verzetsorganisatie die vooral informatie verzamelde en voorbereidingen trof om na een Duitse aftocht de orde in Nederland te helpen herstellen) gebundeld tot de Binnenlandse Strijdkrachten in de tweede helft van 1944. Onderling blijft dan nog steeds veel strijd. Veel KP-ers kunnen niet begrijpen dat er veel hoge functies naar OD-ers gaan die tijdens de bezetting weinig actief zijn geweest. De sabotageacties worden na het wegvallen van Johannes Ter Horst beperkt. De wapendroppings om de BS te bevoorraadden gaan wel door. Tussen de RVV en KP Twente loopt het vanaf het begin erg moeizaam.
De eerste negen dagen van 1944 wordt door de Twentse knokploegen op verschillende plaatsen het treinverkeer naar Duitsland onmogelijk gemaakt. Het spoor wordt met derailleurs onderbroken. Deze acties hangen samen met de spoorwegstaking waartoe is opgeroepen door de regering in Londen. Naast de belemmeringen op het spoor worden ook wegen versperd en sluisdeuren vernield om ook het verkeer via het water te bemoeilijken.
De KP-ers waren hoofdzakelijk protestants. De overvallen op distributiekantoren deden zij dan ook met name in hun eigen gebied omdat daar de beste contacten waren.
Pilotenhulp
Uitgereikt door de Amerikaanse President aan Arend Jan Rompelman uit Enschede voor de hulp aan piloten tijdens de Tweede wereldoorlog.
De hulp aan geallieerde bemanningsleden die met hun vliegtuig waren neergeschoten was minder gebundeld dan de andere groepen. Er waren veel plaatselijke groepjes die meestal begonnen bij een boer waar een bemanning aanklopte.
Een van de grote pilotenlijnen in Twente werd geleid door Jules Haeck uit Hengelo die van origine Fransman was. In de eerste wereldoorlog had hij hulp geboden aan gevluchte Franse krijgsgevangenen en ook nu wisten deze hem weer te vinden. Zo'n 250 tot 300 bemanningsleden werden door de groep geholpen. Die werden ook door andere groepen zoals de LO en de RVV doorgestuurd naar de groep. Haeck werd na de arrestatie door andere verzetsmensen verraden en opgepakt in oktober 1944. Hij werd op vliegveld Twente geliquideerd. Ondanks martelingen liet Haeck geen informatie los.
In Enschede werd een pilotenlijn geleid door de gemeente-ambtenaar Dirk van der Meer. Hij had daarvoor een groep van zo'n 20 personen opgezet. Van der Meer werd op 8 augustus 1942 opgepakt door de SD op verdenking van zwarthandel en gevangengezet in Kamp Amersfoort. Jan Morsink uit Wiene zette toen de lijn voort. In april 1943 werd van der Meer vrijgelaten
Illegale pers.
Een belangrijke positie in de Tweede Wereldoorlog was er voor de Nederlandse verzetskranten. Nadat iedereen verplicht was de radiotoestellen in te leveren, kon een groot gedeelte van de bevolking geen betrouwbaar nieuws meer ontvangen. De zenders op het radio gaven alleen dat nieuws door, dat politiek gezien het Duits belang hielp. De pers werd gecensureerd en werd verplicht om Duitse propaganda te publiceren.
Gelukkig hadden niet alle Nederlanders hun radiotoestel ingeleverd. Op verschillende plaatsen kon nog geluisterd worden naar Nederlandse uitzendingen die vanuit Engeland met betrouwbare berichten kwamen over het verloop van de oorlog. Met behulp van codes werden bovendien berichten doorgegeven aan het verzet. Met behulp van eigen zendapparatuur en –installaties werd contact gehouden met Engeland.
Men kwam al snel tot de conclusie dat het belangrijk was dat ook de Nederlanders zonder radio moesten weten hoe het er werkelijk aan toe ging. Daarom ging men illegale blaadjes, vlugschriften en brochures drukken en verspreiden. Bovendien verschenen er plaatselijk gestencilde blaadjes. Deze groeiden uiteindelijk uit tot een aantal landelijke dagbladen. De belangrijkste landelijke- en provinciale bladen in die tijd waren Vrij Nederland, Trouw, Het Parool en De Waarheid.
Verder verschenen er ook nog kleinere bladen zoals “Ons Volk”, “Je Maintiendrai” en “De Oranjekrant” en lieten Engelse piloten uit Engeland afkomstige blaadjes op Nederlands grondgebied vallen. Het ging hier om bladen zoals “De Luchtpost”, “De Wervelwind” en “De Vliegende Hollander”.
Alle mensen die voor de illegale pers werkzaam waren liepen een groot risico. Zowel de mensen die zich bezig hielden met het produceren van deze kranten, als zij die ze verspreidden. Dit gold ook voor de mensen die berichten opvingen en doorzonden. Als de Duitsers je betrapten, was de kans dat je het overleefde zeer klein. Er vielen hierbij veel slachtoffers, maar men bleef toch doorgaan met dit belangrijke werk.
Dankzij de illegale pers was de Nederlandse bevolking toch op de hoogte van de werkelijke stand van zaken van de oorlog. De burgers wisten bovendien moed te putten uit de berichtgeving en wisten zo beter stand te houden in deze tijden van bezetting.
De werkwijze van de illegale pers kwam vaak op hetzelfde neer. Alles moest in het geheim gebeuren. Drukpersen en stencilmachines stonden verborgen in schuren, op zolders of onder de grond. Vaak moest er bij het zwakke licht van olielampjes en kaarsen gewerkt worden. De kranten zelf gingen van hand tot hand. Vooral meisjes waren verantwoordelijk voor het verzorgen van het vervoer en de verspreiding van de kranten. Grote estafettediensten zorgden er op hun beurt voor dat de kopij van de hoofdredacties bij de plaatselijke afdelingen terechtkwam. Deze mensen voerden, los van wat de (weer)omstandigheden ook mochten zijn, op hun fietsen met houten (of van andere harde materialen gemaakte) banden hun taken uit.
Bronnen:
Enschedeinwo2.nl,
SecondWorldWar.nl (Sectie Enschede)
De illegalen: Illegaliteit in Twente en het aangrenzende Duitse grenspark 1940-1945.
Muizenest.nl. website van Henk Berends.
Archief Ds. L. Overduin / Stichting Overduin
Gedenkboek van het Verzet in Enschede
Dossiers van de naoorlogse processen tegen de SD (o.a. tegen Alfred Schöber)
Historisch Centrum Overijssel (HCO)
Stadsarchief Enschede (Collectie Dagboeken & Verzetsgeschiedenis).
Hilbrink, C. (1989). De illegalen: Illegaliteit in Twente en het aangrenzende Duitse grenspark 1940-1945.
Cornelissen, C.B. (2006). Sipo en SD in Twente: De geschiedenis van de dienststelle Enschede.
Joodsmonument.nl
Familiearchief Mulder
Digitaal Monument Joodse Gemeenschap
Stadsarchief Enschede / Erfgoed Enschede
Maak jouw eigen website met JouwWeb