Henk Thiadens
Henk Thiadens
Verzet, collaboratie en een zwartboek
Het is oorlog. Enschede telt een aantal verzetsgroepen. Vermoedelijk de grootste is die van dominee Leendert Overduin, die ruim duizend Joden de oorlog door zal slepen. Henk Thiadens, zenuwarts, maakt deel uit van het gewapende verzet. Verantwoordelijk voor sabotage-acties, aanslagen en smokkel van geallieerde vliegers.
Thiadens verzamelt bovendien informatie en speelt dat door, als het nodig is. Over aanstaande razzia’s, bijvoorbeeld. Maar ook over collaborateurs, inwoners die samenwerken met de Duitsers. Hij heeft niet alleen Enschedeërs als patiënt, onder wie leden van textielfamilies, maar ook vooraanstaande nazi’s en nazi-sympathisanten. En zo’n doktersspreekkamer is een beetje kapsalon: je hoort er nog wel eens wat.
Op advies van een goede vriend houdt de dokter een zwartboek bij. Hij noteert alles: namen, rugnummers, gebeurtenissen. Om niets te vergeten. Na de bevrijding zal hij dat boekje opendoen.
De Binnenlandse Strijdkrachten
Tegen het eind van de oorlog - de zuidelijke helft van het land is al bevrijd - roept de Nederlandse regering in Londen de sterk versplinterde verzetsgroepen op om zich te verenigen. Met als doel de vorming van een paramilitaire organisatie, de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.). Onder één centraal bevel, met regionale en lokale commandanten en Prins Bernhard aan het hoofd.
Die B.S. moet de opmars van geallieerde troepen voorbereiden en bespoedigen, en de orde handhaven zodra de Duitsers het veld ruimen. Thiadens is compagniescommandant van de eenheid Enschede-Zuid.
Paasmorgen 1945, bevrijdingsdag
Het is zondagochtend, Eerste Paasdag, en in de Heilige Jacobuskerk in het stadshart wordt de mis opgedragen. Dokter Thiadens zit in de banken als iemand hem in het oor fluistert: “Het is zover.” Het loopt tegen elven. De dokter weet wat hem te doen staat. Hij verlaat de kerk en gaat op weg naar een tuinhuisje in de Broekheurne. Daar liggen de blauwe overalls en wapens van zijn compagnie verborgen. De geallieerden zijn in aantocht, Enschede staat op het punt bevrijd te worden.
Het eerste monumentje op de plek waar Thiadens werd doodgeschoten.Het bestond uit een kleine stenen schoorsteen met daarop een dakje; aan de wand een plaquette met onder meer zijn naam .
Naast Thiadens fietst Piet Breugelmans, zijn adjudant. Opdracht is om de Zuiderspoorbrug te bezetten en heel te houden, zodat de Engelse tanks die in aantocht zijn toegang hebben tot de stad.
Dat het menens is, hoef je beide mannen niet te vertellen. De Duitsers zitten in het nauw. Gisteravond is een groep van acht verzetsmensen doodgeschoten in het huis van één van hen aan de Sumatrastraat. Vlak daarna werd Johannes Bosch opgepakt, de geldkoerier van een andere verzetsgroep. Die is vastgezet in de synagoge. Verraad, dat kan niet anders. Dat Bosch in alle vroegte in de tuin van de synagoge is gefusilleerd, weten de mannen niet.
Onderweg worden beide mannen staande gehouden door een Duitse soldaat die Thiadens’ fiets vordert. De vent is op de vlucht, met hordes kameraden, en dat gaat peddelend sneller dan te voet. De arts protesteert en wijst op de esculaap op het stuur. Dan mengt zich een Duitse officier in het gesprek. Dat ontspoort; Breugelmans spuugt de officier in het gezicht.
De Duitser reageert meteen. Hij drijft de verzetsman naar de overkant van de straat en schiet hem met een Schmeisser door het hoofd.
Een salvo uit een machinegeweer
Thiadens wordt meegevoerd, onder schot gehouden door de soldaat. De officier beent er een meter of dertig achteraan. Even verderop zien twee Enschedeërs uit het late verzet Thiadens aankomen, de handen omhoog. “Jongens, help me”, roept de dokter hen toe. “Ze schieten me dood.” De twee blijven toekijken, zonder iets te doen.
Dan zit er een gat in het verhaal, na de oorlog gereconstrueerd op basis van de verhalen van getuigen. Wat er precies gebeurd is, weten we niet. Maar Thiadens weet zijn belagers er van te overtuigen hem te laten gaan. En hij weet opnieuw een fiets te bemachtigen. Even verderop, ter hoogte van de Burgemeester Van Veenlaan wordt hij nogmaals staande gehouden. Mannen in Duitse uniformen. Uit op zijn fiets. Thiadens sputtert tegen, net als eerder. Als hij zijn portefeuille tevoorschijn haalt om te bewijzen dat hij arts is, valt er een oranje armband van de B.S. uit zijn zak.
De soldaten slepen Thiadens naar de overkant van de straat, het weiland langs de Kotmanweg in en sommeren hem door te lopen. Dan maaien ze hem vanaf een meter of tien met een machinegeweer neer. Zijn hoed waait over het weiland.
Twee buurjongens zien het gebeuren. Ze zitten verscholen in een indianenhut in de houtwal, een kleine vijftig meter ervandaan. Een paar honderd meter verderop denderen de eerste Britse tanks over de Haaksbergerstraat de stad binnen. Thiadens is 37 jaar oud.
Raadsels en vragen
De moord op Thiadens en Bosch is omgeven door raadsels. Net als het verhaal over de slachtpartij aan de Sumatrastraat. Beide gebeurtenissen vinden plaats op het moment dat er voor de Duitsers niets meer te winnen valt. Waren die liquidaties op het randje van de bevrijding noodlot? Was het de laatste stuiptrekking van een vijand die wist dat ‘ie verloren had? Of was het opzet? Wisten Thiadens, Bosch en andere verzetsstrijders te veel?
Vraagtekens zijn er nog altijd, ruim tachtig jaar na dato. Niet zonder reden. Uit de lijkschouw van Thiadens bleek bijvoorbeeld dat de kogels uit het machinegeweer waarmee hij om het leven werd gebracht, waren afgevuurd door een stengun. Een geallieerd wapen, vaak bij wapendroppingen geleverd aan het verzet.
Dat zwartboek van Thiadens is nooit gevonden. Naar alle waarschijnlijkheid werd het achterover gedrukt door twee B.S.-strijders, die vrijwel meteen na de dood van de dokter op de stoep van zijn woning stonden en zijn kantoor overhoop haalden.
Op de plek waar Thiadens gefusilleerd werd [tegenover de huidige flatwoningen 43- 55 aan de Kotmanlaan], hebben buurtbewoners en vrienden in 1945 een monumentje te zijner nagedachtenis geplaatst. Het bestond uit een kleine stenen schoorsteen met daarop een dakje; aan de wand een plaquette met onder meer zijn naam . Rondom stonden struiken, waardoor de plek in de volksmond het 'Thiadens-bosje' ging heten . De moeder van Thiadens, woonachtig in Utrecht, was een trouwe bezoeker van de jaarlijkse herdenking op 1 april. Hans Schukkink begeleidde haar tijdens die dagen. Rond het midden van de jaren vijftig is het gedenkteken, tijdens de bouw van de wijk Boswinkel. verwijderd. De plaquette werd overgebracht naar een onopvallende plaats aan de muur van het flatgebouw Speenkruidstraat 21,, op de hoek van de in 1955 vernoemde Dr. H.A. Thiadensstraat in de wijk het Ribbelt. Wie het niet weet loopt er zonder erg aan voorbij . Naar Piet Breugelmans is pas veel later, in de tweede helft van de jaren tachtig, een straat genoemd: de Breugelmansgaarde op het voormalige Van Heekcomplex nabij het Muziekcentrum.
Hoe Hendrik Arend (Henk) Thiadens om het leven kwam, is vrij nauwkeurig bekend. Een aantal Enschedeërs was getuige, onder hen twee jochies die de liquidatie zagen gebeuren, vlak voor hun neus. Over de achtergronden van zijn dood - en die van een aantal andere verzetsstrijders tijdens de laatste paar uren van de oorlog in Enschede - tasten we nog in het duister. Er lijkt meer aan de hand dan je op het eerste gezicht zou denken.
De dood van Thiadens valt samen met die van elf andere Enschedeërs, betrokken bij de ondergrondse strijd tegen de bezetter. Eén van hen werd neergeschoten in de tuin van de synagoge, anderen werden de avond ervoor in koelen bloede neergemaaid in een huis in de Sumatrastraat. Dat was op 31 maart 1945, enkele uren voordat Thiadens het laatste slachtoffer van de oorlog werd.
Het is 31 maart 1945, nog geen halve dag voordat Enschede bevrijd zal worden. Rond de klok van zeven uur 's avonds scheuren drie overvalwagens van de Sicherheitsdienst (SD) de Sumatrastraat in. Ze stoppen bij het huis van de familie Ter Borg, waar zich een aantal leden uit de verzetskring rond dominee Leendert Overduin heeft verzameld. Op verzoek van Karl Ludwig Huschka, een informant die het vertrouwen van de groep heeft gewonnen. Het lokaas: hij heeft belangrijke inlichtingen over de ophanden zijnde bevrijding.
Twaalf mannen, in het uniform van de SD, stormen de kamer binnen en schieten iedereen overhoop. Er is één overlevende, oma Ter Borg die zich verstopt onder de tafel die is afgedekt met een kleed. Na de oorlog verklaart zij dat in elk geval een paar van de overvallers Nederlands spraken. Niet Duits.
Nadat die klus is geklaard, rijdt de troep naar de Bolhaarslaan en arresteert Johannes Bosch. Bosch is belastinginspecteur en ritselt geld voor onderduikers, samen met Helmich Ledeboer, firmant van het textielimperium Van Heek & Co. Hij wordt overgebracht naar de gevangenis van de SD in de Enschedese synagoge.
Overduin zat daar ook, de dominee die ruim duizend Joden de oorlog door hielp. Maar die is eerder die dag ontkomen. Een loopjongen van Huschka heeft hem opgehaald uit de cel en naar het huis van Ter Borg in de Sumatrastraat gebracht. Met de bedoeling dat hij zou wijzen waar de geheime zender van de verzetsgroep staat.
Daar heeft de dominee de kuierlatten genomen, vermoedelijk via een wc-raampje. Hij zit ondergedoken in de stad, in afwachting van de bevrijding. Hij is al twee keer eerder opgepakt, in vermomming en met bonkaarten op zak. Elk ander mens was stante pede geëxecuteerd, Overduin werd vrijgelaten. Als een Daniël die ontsnapte aan de leeuwenkuil.
Later die dag wordt Thiadens omgebracht. In een weiland langs de Kotmanweg, op enkele honderden meters van de Haaksbergerstraat waar op dat moment de eerste Britse tanks de stad binnenrijden.
Overduin heeft geen directe banden met de verzetsgroep van Thiadens. De laatste zat bij het gewapende verzet, de tak die sabotage, overvallen en aanslagen pleegt en neergeschoten vliegeniers uit bezet gebied smokkelt. Overduin en de zijnen bieden hulp aan onderduikers en mijden geweld. Maar hun paden kruisten zo nu en dan wel.
Dokter Henk Thiadens met zijn twee zoons. Deze foto ging rond bij de plaatsing van een struikelsteen voor de verzetsman op 31 maart 2026.
Onenigheid tussen Enschedese verzetsgroepen
De stad telt meer verzetsgroepen. Veel contact is er niet; dat is niet nodig en bovendien gevaarlijk. Maar ze kunnen ook niet altijd goed met elkaar door een deur. Er bestaan grote verschillen van inzicht. Over hoe je de Duitsers aan moet pakken, maar ook over wat er moet gebeuren wanneer de moffen het veld ruimen.
Die rivaliteit was er niet tussen de dominee en de zenuwarts. Beide mannen hebben een groot rechtvaardigheidsgevoel. Overduin vertelt tijdens verhoren wat hij doet. En dat hij daar mee door zal gaan; wat moet een dominee anders? Ook Thiadens nam geen blad voor de mond. Hij was rechtdoorzee en heel kritisch op de opportunisten in de kringen van het verzet.
Dat geldt vooral het stadsbestuur, en dan met name secretaris Jan Willem Arnold Van Hattum en de notabelen met wie deze zich graag omgeeft.
Voorsorteren op een positie na de bevrijding
Van Hattum heeft aan het begin van de oorlog weliswaar een verzetsgroep opgericht, werd opgepakt en voor een paar maanden naar kamp Vught gestuurd, maar regelt inmiddels weer bestuurlijke zaakjes voor NSB-burgemeester Oonk. En die Orde Dienst van Van Hattum is vooral bedoeld om het machtsvacuüm na de bevrijding op te vullen. De protocollen daarvoor liggen al klaar.
Veel van die leden van de Enschedese high society hebben zich in september 1944 aangemeld bij het verzet. Onder hen Ben ter Kuile en andere fabrikantenzonen. Volgens Thiadens om alvast voor te sorteren op een positie na de bevrijding. Of om mooi weer te spelen. Sommigen hebben geen vinger uitgestoken, anderen slaan vooral een slaatje uit de Duitse oorlogsmachine.
Een zwartboek, verdwenen bewijs
Thiadens was goed geïnformeerd. Niet alleen fabrikanten en notabelen waren patiënt, ook Duitse officieren. Hij hoorde nog wel eens wat, had contacten. Een goede vriend adviseerde hem een zwartboek bij te houden. Aantekeningen van Enschedeërs die scheve schaatsen rijden, samenwerken met de Duitsers: naam, rugnummer en incidenten.
Niet alleen Thiadens wist veel. Dat gold ook voor belastinginspecteur Bosch, die op dezelfde dag is vermoord.
Thiadens had zich uitgesproken over wat hij na de bevrijding zou doen. Meermaals. Dat zwartboek was niet voor de grap bijgehouden; hij zou een boekje opendoen. Geen stadsbestuur, straks, met mensen die langs de zijlijn hebben gestaan. Of aan de verkeerde kant.
Rond het middaguur, enkele uren nadat de dokter is vermoord, staan er twee mannen op de stoep van Ripperdastraat 1, het huis van Thiadens. Ze dragen een blauwe overall en oranje banden om de arm, daarop B.S. in zwarte letters. Thiaden’s huisgenote, Annie van Kesteren, doet open. De heren komen wat papieren halen. Van de dokter. Of zij even in zijn kantoor mogen.
Als zij weer vertrekken en Annie de deur naar het kantoortje opent, treft ze een puinhoop aan. Alles is doorzocht.
Een zelfbenoemde burgemeester
Van Hattum heeft sinds juni in onderduik gezeten en duikt op diezelfde 1 april weer op. Hij benoemt zichzelf tot waarnemend burgemeester, in lijn met wat zijn verzetsgroep aan het begin van de oorlog heeft bedacht. Dik twee weken later wordt dat bekrachtigd door het militair gezag.
In verzetskringen is weerstand. Van Hattum ligt niet goed. Er is kritiek op de bijdrage die hij tijdens de oorlog heeft geleverd en hier wordt weer een potje partijpolitiek gespeeld. Dat willen de Enschedese verzetsmensen niet. Het komt tot een verzoekschrift aan koningin Wilhelmina; zij weten wie er wèl burgemeester moet worden: Leendert Overduin.
Geschiedschrijvers menen dat Van Hattum eieren voor zijn geld heeft gekozen. Hij blijft aan tot 15 april 1946, dient na decennia gemeentedienst zijn ontslag in en vertrekt plotseling. Per 1 juni is hij consul in Zuid-Afrika.
Verhaallijnen, vreemde incidenten en vragen
Hier komen verschillende verhaallijnen samen. Dat van de moord op Thiadens en Bosch, die wisten wie in het kleine Enschede goed en fout was geweest. Dat van het verraad van infiltrant Huschka, die leden van de groep rond Overduin in de val lokte. Dat van Van Hattum, de zelfbenoemde burgemeester, en zijn groep.
En dat van het zwartboek met namen en de daden van Enschedeërs die aasden op posities. Dat zwartboek is zoek, hoogstwaarschijnlijk meegenomen door de mannen in blauwe overall op de stoep bij het huis van de schrijver ervan.
Thiadens, werd omgebracht met kogels uit een stengun. Een lichte mitrailleur van Britse makelij dat met wapendroppingen werd geleverd aan het verzet. Oma Ter Borg hoorde moordenaars in de Sumatrastraat Nederlands spreken.
Willy Berends stuitte een paar jaar geleden in Jeruzalem, bij Yad Vashem, op een geheim dossier over Overduin. ‘Dan zien we ineens de letters TOP SECRET op haar scherm’, vertelt hij in het boek dat hij schreef over ‘pastor Pimpernel’.
Berends en zijn cameraman werden wat paniekerig de kamer uitgebonjourd. Zijn contact liet hem later weten dat Overduin niets op zijn kerfstok heeft; zijn naam staat gebeiteld in de muur in de Tuin der Rechtvaardigen. Dat was anders nooit gebeurd. “Er moet iets of iemand beschermd worden”, meldt dat contact nog. Meer niet.
Zo blijven er vragen. Nog altijd. Waren die liquidaties van Thiadens, Bosch en de anderen meer dan een laatste eruptie van rancuneuze verliezers en werd hen de mond gesnoerd? Door wie, dan? Wat stond er op het spel? En voor wie?
Voor dit artikel is geput uit verschillende bronnen, waaronder:
’Leen, iets dat te maken heeft met God’, Willy Berends;
‘Leendert Overduin: het levensverhaal van een pastor Pimpernel (1900-1976)’, door Arnold Bekkenkamp;
‘De strijd van verzetsman Dirk van der Meer’, door Ties Wiegman;
’Geschiedenis van Enschede - 44 - Een doodgewone jongen van de Bruggertstraat’;
‘Geschiedenis van Enschede - 40 - Een burgemeester van Enschede: “NSB moet zijn als strenge vader”’;
Sliepsteen 2005 - voorjaar;
Sliepsteen 2005 - herfst;
de website van de oorlogsgravenstichting
Maak jouw eigen website met JouwWeb