De N.S.B. in Enschede
De N.S.B. in Enschede
De Opkomst en Ondergang van de N.S.B. in Enschede (1931-1945)
Sociaal-Economische Voedingsbodem en Oprichting
De geschiedenis van de Nationaal-Socialistische Beweging (N.S.B.) in Enschede begon niet zomaar. Toen ir. Anton Mussert en Cornelis van Geelkerken de beweging op 14 december 1931 oprichtten, verkeerde Nederland midden in de economische crisis van de Grote Depressie. Vooral in een industriestad als Enschede waren de gevolgen zwaar voelbaar. De textielindustrie, jarenlang de economische motor van de stad, werd hard getroffen door werkloosheid, armoede en onzekerheid. In die omstandigheden vonden de beloften van de N.S.B. over orde, tucht en economisch herstel bij een deel van de bevolking aanvankelijk gehoor.
De beweging presenteerde zich als een alternatief voor de volgens haar verdeelde en zwakke parlementaire democratie. In mei 1933 kreeg de N.S.B. ook in Enschede een eigen afdeling. Het plaatselijke hoofdkwartier, het zogenoemde Kringhuis, werd gevestigd in Hotel Twente aan de Molenstraat. Deze centrale en goed zichtbare locatie gaf de beweging een herkenbare plek in het stadsbeeld en onderstreepte haar ambitie om een blijvende politieke factor te worden.
In de jaren die volgden beleefde de N.S.B. in Twente haar grootste politieke successen. Tijdens de Provinciale Statenverkiezingen van 1935 behaalde de partij in Enschede 11,34 procent van de stemmen, aanzienlijk meer dan het landelijke gemiddelde van 7,9 procent. Daarmee groeide Enschede uit tot een van de sterkere steunpunten van de beweging. Het succes bleek echter van korte duur. Naarmate de N.S.B. zich verder radicaliseerde en haar bewondering voor nazi-Duitsland steeds openlijker werd, keerden veel kiezers haar de rug toe. Ook interne conflicten speelden de partij parten. Bij de verkiezingen van 1937 verloor de beweging in Enschede ongeveer de helft van haar aanhang.
De Duitse inval van 10 mei 1940 betekende een ingrijpende verandering in de positie van de N.S.B. Wat voorheen een politieke minderheid was geweest, groeide tijdens de bezetting uit tot een instrument van de Duitse machthebbers. In Enschede werd dit zichtbaar toen een N.S.B.-burgemeester werd benoemd, waardoor het stadsbestuur rechtstreeks onder nationaalsocialistische invloed kwam te staan. Tegelijkertijd breidde de organisatie haar activiteiten uit via verschillende politieke, ideologische en paramilitaire afdelingen.
Op straat was vooral de Weerbaarheidsafdeling (W.A.) zichtbaar. De leden, herkenbaar aan hun zwarte uniformen, vormden de harde kern van de beweging en traden op als de “vuist” van de partij. Voor jongeren bestond de Nationale Jeugdstorm, waarin kinderen en tieners tussen de tien en achttien jaar werden opgevoed volgens nationaalsocialistische idealen. In Enschede werd het voormalige Station Noord aan de Hengelosestraat ingericht als uitvalsbasis voor deze jeugdorganisatie. Hier kregen jongeren een combinatie van fysieke training, discipline en ideologische scholing, vaak bedoeld als voorbereiding op een latere rol binnen de S.S. of andere nationaalsocialistische organisaties. Daarnaast konden leden zich aanmelden voor het Vrijwilligerslegioen of de Waffen-SS, waardoor zij rechtstreeks aan de zijde van de Duitse strijdkrachten aan het front terechtkwamen.
Een belangrijk middel om invloed uit te oefenen was propaganda. De bevolking van Enschede werd geconfronteerd met kranten en pamfletten waarin racistische en antisemitische boodschappen centraal stonden. Publicaties zoals De Doodsklok en het Volksblad bij de opruiming van het Jodendom verspreidden openlijk haat tegen Joden en ondersteunden de nationaalsocialistische ideologie. Ook cultuur en symboliek speelden een rol in de indoctrinatie. Leden van de W.A. waren verplicht oefenavonden bij te wonen waar zij Duitse en Nederlandse partijliederen uit het hoofd moesten leren. Deze zangbijeenkomsten moesten niet alleen de onderlinge saamhorigheid versterken, maar waren ook bedoeld om tijdens optochten en marsen een gevoel van macht en eensgezindheid uit te stralen.
De actieve medewerking van N.S.B.-leden aan de opsporing van Joodse inwoners en verzetsmensen zorgde ervoor dat de beweging steeds meer werd gehaat door grote delen van de Enschedese bevolking. De spanningen liepen zo hoog op dat het verzet tijdens de oorlog twee Enschedese N.S.B.-leden liquideerde. Tegelijkertijd begon binnen de beweging zelf de twijfel toe te nemen. Van de oorspronkelijke 1.243 leden zegden 33 hun lidmaatschap al op voordat de Duitse bezetting begon. Tijdens de oorlog keerden nog eens 295 leden de partij de rug toe. Toch bleef een aanzienlijke harde kern trouw aan de beweging. Toen Nederland in 1945 werd bevrijd, werden de 907 leden die tot het einde loyaal waren gebleven vrijwel direct gearresteerd. Zij moesten zich vervolgens voor tribunalen verantwoorden voor hun collaboratie met de bezetter en hun rol in het nationaalsocialistische bestuur van Nederland.
De geschiedenis van de N.S.B. in Enschede laat daarmee zien hoe economische onzekerheid en politieke onvrede een voedingsbodem konden vormen voor extremistische ideeën, maar ook hoe snel aanvankelijke politieke steun kon omslaan in afkeer zodra de ware aard van de beweging zichtbaar werd. De gebeurtenissen tijdens de bezetting en de afrekening na de oorlog hebben diepe sporen nagelaten in de geschiedenis van de stad
Bronvermelding
Redactie Enschede in W.O.II
De N.S.B. in Enschede | Enschede in W.O.II’
Enschede in W.O.II.nl
Maak jouw eigen website met JouwWeb