De luchtoorlog
Van vliegveld tot doelwit
Wie tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit Enschede naar de lucht keek, zag niet alleen vliegtuigen voorbijtrekken. Boven Twente speelde zich een luchtoorlog af die rechtstreeks verbonden was met de strijd om Duitsland. Britse en Amerikaanse bommenwerpers trokken op weg naar doelen in het Ruhrgebied over de regio. Duitse nachtjagers probeerden hen te onderscheppen en vanaf vliegveld Twenthe werd een belangrijk deel van die verdediging georganiseerd.
Voor Enschede had dat grote gevolgen. Het vliegveld werd door de Duitse bezetter uitgebouwd tot een omvangrijke militaire basis. Tegelijkertijd veranderde de stad zelf in een plaats waar bommen vielen, vliegtuigen neerstortten en mensen tijdens luchtgevechten om het leven kwamen.
De luchtoorlog bleef daardoor niet ergens ver weg. Hij was letterlijk boven de stad en het omliggende land zichtbaar en hoorbaar
Van grasveld naar militair vliegveld
De geschiedenis van vliegveld Twenthe begon al vóór de oorlog.
In 1921 werd tussen Enschede en Oldenzaal een klein vliegveld aangelegd. Het terrein was ongeveer 400 bij 250 meter groot en was in eerste instantie vooral bedoeld voor vliegdemonstraties. Op 18 mei 1921 konden bezoekers er de eerste vliegtuigen bewonderen.
Het kleine vliegveld bleek echter geen lang leven beschoren. De eisen aan de veiligheid van vliegvelden werden steeds strenger. Daarom werd gezocht naar een nieuwe locatie. In 1927 werd het vliegveldcomité Twente opgericht en uiteindelijk kwam het nieuwe vliegveld op de plaats waar de vliegbasis later haar bekende omvang zou krijgen. Op 31 augustus 1931 werd het nieuwe vliegveld officieel geopend.
Hoewel de militaire betekenis aanvankelijk beperkt was, kreeg het terrein in de jaren dertig steeds meer met de krijgsmacht te maken. Er vonden militaire oefeningen en legerdagen plaats. De dreiging van een nieuwe Europese oorlog maakte duidelijk dat een vliegveld in Twente ook strategische betekenis kon krijgen.
Toen Nederland in 1939 mobiliseerde, werd het vliegveld uit voorzorg onklaar gemaakt. In de grasmat werden diepe geulen aangebracht zodat vliegtuigen er niet konden opstijgen of landen. Na de Duitse inval werden de aanwezige militaire voorzieningen verder vernietigd. Onder leiding van sergeant K.G. Olsmeijer werden de hangaars opgeblazen. Daarmee leek het vliegveld tijdelijk uitgeschakeld. Dat veranderde snel.
De Duitse uitbreiding
Vanaf het najaar van 1940 begonnen de Duitse bezettingsautoriteiten het vliegveld ingrijpend uit te breiden. Het bestaande terrein was veel te klein voor de plannen van de Luftwaffe. De werkzaamheden waren enorm. Duitse militairen en Twentse aannemers werden ingezet en grote aantallen arbeiders werkten aan de uitbreiding. Voor sommige arbeiders was werk op het vliegveld bovendien aantrekkelijk omdat het een alternatief kon bieden voor tewerkstelling in Duitsland.
In korte tijd veranderde het landschap ingrijpend. Het militaire terrein groeide uit tot ongeveer 900 hectare. Voor de uitbreiding moesten tientallen boerderijen en woningen verdwijnen. Ook buiten het eigenlijke vliegveld ontstond een omvangrijk militair landschap. Zo werd het Zuidkamp ingericht als verblijfplaats voor Duitse militairen. In de omgeving kwamen wegen, gebouwen, opslagplaatsen, bunkers, verdedigingswerken en voorzieningen die allemaal met de Luftwaffe te maken hadden. Het gebied rond Twente veranderde daarmee in een militaire zone.
Een vliegveld dat zich aan het zicht moest onttrekken
Een groot vliegveld was aantrekkelijk voor de geallieerde luchtmacht. Daarom probeerden de Duitsers de aanwezigheid van vliegtuigen en andere militaire voorzieningen zo goed mogelijk te verbergen. Rond het vliegveld werden voorzieningen aangelegd die vanuit de lucht verwarring moesten veroorzaken. Er kwamen onder meer schijnvliegvelden. Een daarvan lag bij Den Dulder, in de omgeving van Weerselo. Daar waren voorzieningen aangebracht die een echt vliegveld moesten nabootsen. Ook in de omgeving van Buurse waren dergelijke misleidingsmaatregelen aanwezig. Bij Hof Espelo herinneren nog verschillende overblijfselen aan de Duitse aanwezigheid. Het landgoed kreeg tijdens de oorlog een militaire functie. Ook werden daar voorzieningen aangelegd die samenhingen met het gebruik van het vliegveld. De Duitsers probeerden bovendien vliegtuigen na een landing zo snel mogelijk buiten het eigenlijke vliegveld te brengen. Daarvoor werden speciale taxibanen aangelegd richting beschutte plaatsen. In het bos konden vliegtuigen tussen beschermende constructies worden opgesteld. Zo waren ze minder kwetsbaar wanneer geallieerde vliegtuigen het vliegveld aanvielen.
De nachtjagers van Twenthe
De belangrijkste militaire rol van vliegveld Twenthe lag tijdens een groot deel van de oorlog bij de Duitse nachtjagers.
De geallieerden voerden vooral 's nachts grote bombardementen uit op Duitse steden en industriegebieden. De Duitse luchtverdediging probeerde de bommenwerpers op hun route te onderscheppen. Vliegveld Twenthe werd een basis voor verschillende Duitse nachtjagersquadrons. Vanuit Twente gingen toestellen de lucht in om geallieerde bommenwerpers op te sporen en aan te vallen. Om de nachtjagers naar hun doelen te leiden, maakte de Duitse luchtverdediging gebruik van radar. In de omgeving van Twente werden verschillende radarposten ingericht. Onder andere bij Goor en in de omgeving van Denekamp kwamen radarinstallaties te staan. Ook op het vliegveld zelf waren voorzieningen voor de luchtverdediging aanwezig. De aanwezigheid van de nachtjagers had een dubbel effect. Voor de Duitse bezetter was Twenthe een belangrijke militaire basis. Voor de geallieerden werd het vliegveld daardoor juist een doelwit.
De eerste bommen op Enschede
De bevolking van Enschede kreeg al vroeg met bombardementen te maken. Op 10 mei 1940, de eerste dag van de Duitse inval, vielen in Enschede al bommen. De luchtoorlog zou daarna steeds zichtbaarder worden. Op 4 augustus 1940 vielen brisantbommen in de omgeving van de Voortsweg en Roomweg. Daarbij kwam een inwoner om het leven en raakten meerdere mensen gewond. Later vielen er bij het opruimen van een blindganger opnieuw slachtoffers. Op 22 januari 1942 werd Enschede, samen met delen van Boekelo en Usselo, opnieuw getroffen. Aan de Tegalstraat vielen 35 doden en 17 gewonden. Het waren gebeurtenissen die duidelijk maakten dat een oorlog vanuit de lucht ook een stad ver achter het front rechtstreeks kon raken.
10 oktober 1943 – de zwarte dag van Enschede
Het zwaarste bombardement van de eerste oorlogsjaren vond plaats op zondag 10 oktober 1943. Amerikaanse bommenwerpers waren onderweg naar Duitsland. Het eigenlijke doel lag niet in Enschede. Door omstandigheden raakte de formatie van koers en kwamen de vliegtuigen boven de stad terecht. Daar werden bommen afgeworpen. Het gebied rond het Hogeland, het Zwik en delen van het centrum werd zwaar getroffen. Brisantbommen en brandbommen veroorzaakten grote verwoestingen en op veel plaatsen ontstonden branden. De gevolgen waren verschrikkelijk. 151 burgers kwamen om het leven en 445 mensen raakten gewond. Het bombardement behoort daarmee tot de grootste rampen uit de geschiedenis van Enschede.
Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie kwalificeert de aanval als een vergissingsbombardement. Voor de inwoners van Enschede maakte die zondag duidelijk dat de oorlog niet alleen bestond uit Duitse bezetting en verzet. Ook de geallieerde strijd tegen Duitsland kon in een Nederlandse stad tot een ramp leiden. De sporen van het bombardement waren jarenlang zichtbaar.
22 februari 1944 – opnieuw een stad in brand
Nog geen vijf maanden later werd Enschede opnieuw zwaar getroffen. Op 22 februari 1944 waren geallieerde bommenwerpers onderweg naar doelen in Duitsland. Door navigatieproblemen en omstandigheden tijdens de vlucht werd Enschede opnieuw getroffen. Ditmaal vielen grote hoeveelheden brandbommen op delen van de stad. Vooral de binnenstad, het gebied rond Pathmos en de Veldkamp werden zwaar getroffen. Straten veranderden in een aaneenschakeling van brandende woningen. Ook fabrieken, scholen, kerken en andere gebouwen liepen grote schade op. Het aantal slachtoffers was lager dan op 10 oktober 1943, maar de materiële verwoesting was enorm. Veertig mensen kwamen om het leven. Daarnaast raakten tientallen mensen zwaar en nog veel meer mensen lichtgewond. In totaal werden honderden woningen geheel of gedeeltelijk verwoest. De schadekaarten van Erfgoed Enschede laten nog altijd zien hoe groot het getroffen gebied was. De bombardementsschade is daar per straat en gebied in kaart gebracht.
Vliegveld Twenthe zelf onder vuur
Niet alleen de stad was een doelwit. Ook het vliegveld werd meerdere malen aangevallen. Op 15 augustus 1944 werd Fliegerhorst Twenthe zwaar gebombardeerd door Amerikaanse B-17-bommenwerpers. De aanval maakte deel uit van geallieerde luchtoperaties die verband hielden met de strijd in West-Europa. Volgens de historische gegevens van de 486th Bomb Group namen 75 Amerikaanse bommenwerpers aan de aanval deel. Het vliegveld liep zware schade op. Onder meer een reparatiewerkplaats en andere militaire voorzieningen werden getroffen. De Duitse luchtmacht bleef het vliegveld echter gebruiken. In de daaropvolgende maanden kwamen opnieuw Duitse jachtvliegtuigen naar Twenthe. Het vliegveld bleef daarmee een belangrijke schakel in de Duitse luchtverdediging.
De strijd in de laatste oorlogsmaanden
Begin 1945 werd de situatie voor de Duitsers steeds moeilijker. De geallieerde legers rukten vanuit het westen op en de Duitse luchtmacht verloor steeds meer terrein. Op 14 januari 1945 kwamen Duitse jagers vanaf Twenthe in gevecht met geallieerde Spitfires. Voor de Duitse vliegers was die dag bijzonder zwaar. Verschillende toestellen gingen verloren. De geallieerde luchtmacht kreeg ondertussen steeds meer controle over het luchtruim boven Nederland. Toch was de strijd nog niet voorbij.
24 maart 1945 – de laatste grote aanval op het vliegveld
Op 24 maart 1945 werd Fliegerhorst Twenthe opnieuw het doelwit van een zeer zware aanval.
Die dag begonnen de geallieerden aan Operatie Varsity, de grote luchtlandingsoperatie bij de Rijn. Duitse vliegvelden die een bedreiging konden vormen voor de geallieerde luchtmacht werden daarom aangevallen. Ook Twenthe werd gebombardeerd. In de middag verschenen grote formaties Amerikaanse B-17-bommenwerpers boven het vliegveld. Volgens de beschikbare missiegegevens bereikten 152 toestellen het doel. Het vliegveld werd zwaar getroffen en de start- en landingsbanen werden grotendeels onbruikbaar. Voor de Duitse luchtmacht was het een zware klap. Het vliegveld was nauwelijks nog geschikt om als normale operationele basis te functioneren. Een week later bereikten de geallieerde grondtroepen Enschede.
1 april 1945 – de bevrijding
Op 1 april 1945 werd Enschede bevrijd. Ook Fliegerhorst Twenthe kwam daarmee in geallieerde handen. De militaire betekenis van het terrein veranderde vrijwel onmiddellijk. Wat jarenlang een belangrijke Duitse basis was geweest, werd nu gebruikt door de bevrijders. De geallieerden maakten het vliegveld opnieuw bruikbaar. Geallieerde vliegtuigen konden er vervolgens landen en het terrein kreeg een nieuwe functie binnen de geallieerde operaties.
Voor de inwoners van Enschede betekende de bevrijding het einde van een periode waarin het geluid van Duitse vliegtuigen, luchtalarm en bombardementen onderdeel van het dagelijks leven was geworden. Maar de oorlog had diepe sporen achtergelaten.
De luchtoorlog liet een zwaar litteken achter
De gevolgen van de luchtoorlog waren niet beperkt tot enkele grote bombardementen. In en rond Enschede stortten geallieerde en Duitse vliegtuigen neer. Bemanningen kwamen om, werden gevangen genomen of probeerden na een crash uit handen van de Duitsers te blijven. In de omgeving van de stad zijn nog steeds plaatsen die aan deze gebeurtenissen herinneren. Daarnaast waren er gedurende de oorlog talrijke kleinere aanvallen en beschietingen. Ook na de bevrijding was het gevaar nog niet helemaal verdwenen. Op 12 april 1945, ruim een week nadat Enschede was bevrijd, wierpen twee Duitse vliegtuigen nog bommen af boven de stad. Waarschijnlijk was een geallieerd konvooi het doelwit. Er vielen opnieuw drie doden. De oorlog was voor Enschede dus militair voorbij, maar de gevolgen van de luchtaanvallen waren nog overal zichtbaar.
De schade aan de stad
De bombardementen hadden een enorme invloed op het stadsbeeld. Woningen verdwenen, fabrieken werden beschadigd of verwoest en complete straten moesten na de oorlog worden herbouwd. Op sommige plaatsen veranderde het karakter van een hele buurt. Bij het bombardement van 22 maart 1945 kwamen bijvoorbeeld 65 mensen om het leven. Het zwaar getroffen gebied rond de Berkenkamp, Brinkstraat en omgeving werd na de oorlog ingrijpend veranderd. Op een deel van het verwoeste gebied ontstond later de Boulevard 1945. Volgens een historische gemeentelijke inventarisatie raakten tijdens de oorlog duizenden percelen beschadigd. De verschillende bronnen hanteren daarbij soms verschillende tellingen, afhankelijk van de vraag of alleen burgerslachtoffers, alle slachtoffers of verschillende soorten schade worden meegerekend. Daarom moeten totaalcijfers altijd in hun broncontext worden gelezen. Wat wel vaststaat, is dat de luchtoorlog een zeer zware menselijke en materiële tol eiste.
Een oorlog die boven de stad zichtbaar werd
De luchtoorlog boven Enschede was onderdeel van een veel groter conflict. De bommenwerpers die vanuit Engeland naar Duitsland vlogen, de Duitse nachtjagers die hen probeerden te onderscheppen en de gevechten boven Twente waren schakels in de internationale luchtstrijd van de Tweede Wereldoorlog. Maar voor de inwoners van Enschede was het geen abstracte militaire operatie. Het waren de sirenes die hen uit bed haalden. Het waren vliegtuigen die boven de stad verschenen. Het waren brandende huizen, ingestorte woningen en verwoeste fabrieken. En het waren de namen van stadsgenoten die niet meer thuiskwamen. Wie vandaag naar de overblijfselen van de voormalige vliegbasis kijkt, ziet daarom meer dan een militair terrein. De bunkers, oude gebouwen, schuilplaatsen en andere sporen herinneren aan een periode waarin Twente een belangrijke plaats werd in de Duitse luchtverdediging en Enschede zelf zwaar werd getroffen door de strijd vanuit de lucht.
De luchtoorlog is daarmee niet alleen een verhaal over vliegtuigen en vliegvelden. Het is vooral een verhaal over de gevolgen van een oorlog voor een stad en haar inwoners.
Bronnen:
- T. Wiegman, Enschede 1940–1945.
- Oorlogsbronnen.nl – Bombardement op Enschede, 10 oktober 1943.
- Oorlogsbronnen.nl – Bombardement op Enschede, 22 februari 1944..Stichting Cultureel Erfgoed Enschede. Cultureel Erfgoed Enschede 4.
- Oorlogsbronnen – Enschede. Oorlogsbronnen – Enschede
- SecondWorldWar – luchtoorlog in Enschede. SecondWorldWar – Luchtoorlog Enschede
- SecondWorldWar – bombardementen op Enschede. SecondWorldWar – Bombardementen Enschede
- Traces of War – Vliegveld Twente. Traces of War
- Stichting Cultureel Erfgoed Enschede. Cultureel Erfgoed Enschede
Maak jouw eigen website met JouwWeb