De illegale pers in Enschede
De illegale pers in Enschede
De drukpers als wapen tegen de bezetter
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd nieuws in Nederland steeds meer een zaak van de bezetter. Kranten kwamen onder Duitse controle te staan en berichten die niet in het straatje van de Duitse propaganda pasten, verdwenen uit de kolommen. Wie wilde weten wat er werkelijk aan de fronten gebeurde, was daarom steeds meer aangewezen op buitenlandse radio-uitzendingen en clandestiene informatie.
Op 13 mei 1943 werden Nederlandse radiobezitters bovendien verplicht hun toestel in te leveren. De maatregel was bedoeld om het luisteren naar zenders als de BBC en Radio Oranje tegen te gaan.
Daarmee werd betrouwbare informatie schaars. In die omstandigheden kreeg de illegale pers een belangrijke functie. Verzetsgroepen drukten kranten, nieuwsbulletins en andere publicaties die buiten de controle van de bezetter om werden verspreid.
Dat was levensgevaarlijk werk. Drukkers, koeriers en verspreiders konden bij ontdekking worden gearresteerd en zwaar worden gestraft. Toch bleven overal in Nederland clandestiene drukkerijen actief.
Ook in Enschede draaiden persen die officieel voor gewoon drukwerk werden gebruikt, voor een deel van de oorlog in het geheim voor het verzet
.
Van de Steeg: een gewone drukkerij met een geheim
Een belangrijke plaats in de Enschedese illegale pers was Drukkerij Van de Steeg.
De drukkerij moest aan de buitenwereld vooral een normaal bedrijf blijven. Dat verklaart ook waarom het illegale werk zoveel mogelijk tijdens de normale bedrijfsuren werd uitgevoerd. Activiteiten midden in de nacht zouden juist extra aandacht kunnen trekken.
Een opmerkelijk onderdeel van het gewone drukwerk bestond uit graflinten met Duitse teksten. De drukkerij vervaardigde daarmee materiaal dat gebruikt kon worden bij begrafenissen van Duitse militairen.
Voor buitenstaanders kon dat een merkwaardig beeld opleveren. Mensen die niet wisten wat zich achter de schermen afspeelde, konden daardoor zelfs de indruk krijgen dat de drukkerij de Duitse zaak welgezind was.
In werkelijkheid werd dezelfde drukcapaciteit ook gebruikt voor verboden verzetswerk.
Over de precieze locatie van de drukkerij tijdens de oorlog bestaan verschillende aanwijzingen. Een naoorlogse bron noemt de Hyacinthstraat 40b en het woonhuis aan de Vluchtestraat 64. Omdat ik dit voor de oorlogsjaren niet onafhankelijk genoeg kan vaststellen, neem ik deze adressen hier niet als vaststaand feit op
Trouw: een nieuwe verzetskrant
Een van de belangrijkste illegale kranten waarbij Enschede betrokken raakte, was Trouw.
De krant kwam voort uit onenigheid binnen de kring rond het illegale Vrij Nederland. Een groep medewerkers wilde een eigen verzetsblad beginnen. Een centrale figuur in de organisatie werd Willem Pieter (Wim) Speelman. Het eerste nummer verscheen op 18 februari 1943. Het blad droeg toen de naam Oranje-Bode, verwijzend naar de geboorte van prinses Margriet op 19 januari 1943. Het Koninklijk Huis en Oorlogsbronnen bevestigen deze ontstaansgeschiedenis.
Daarna groeide Trouw uit tot een belangrijke illegale krant met een groot verspreidingsnetwerk. Het drukken van de krant gebeurde niet op één plaats. Verschillende drukkerijen en verzetsgroepen vormden samen een netwerk waarin papier, drukmateriaal, teksten en afgewerkte kranten voortdurend van plaats wisselden. Ook de Enschedese drukkerij Van de Steeg maakte deel uit van dat netwerk.
Papier, drukmateriaal en verborgen transporten
Een illegale krant maken betekende veel meer dan alleen tekst op papier zetten. Er was papier nodig, er moesten drukvormen worden gemaakt en het gedrukte materiaal moest vervolgens worden afgevoerd zonder dat de Duitse autoriteiten het ontdekten. Volgens de regionale bronnen werd bij Van de Steeg gewerkt met materiaal dat via het ondergrondse netwerk naar Enschede kwam. Zetsel en clichés konden vanuit andere plaatsen worden aangevoerd en moesten daarna weer worden doorgegeven.
Ook het transport van de gedrukte kranten vroeg om grote voorzichtigheid. Stapels illegale kranten konden immers bij een controle onmiddellijk tot arrestatie leiden. De drukkerij moest daarom voortdurend twee gezichten hebben: overdag een normaal bedrijf en tegelijkertijd, achter gesloten deuren en binnen een kleine kring van ingewijden, een onderdeel van de illegale pers.
Valse Ausweise
De activiteiten van Van de Steeg beperkten zich niet tot kranten. Er werden ook Ausweise, Duitse persoons- en controlebewijzen, nagemaakt. Zulke documenten konden voor mensen die gevaar liepen bij razzia's van grote betekenis zijn. Bij het maken van deze vervalsingen kon gebruik worden gemaakt van kennis en materiaal uit de reguliere drukwereld. Een medewerker van Drukkerij Van der Loeff, de heer Weissink, zou volgens de regionale bronnen 's avonds zetsel en origineel papier hebben meegenomen naar Van de Steeg. Daar werden de documenten nagemaakt. De volgende ochtend keerde het materiaal terug naar de oorspronkelijke drukkerij.
Ook bij de officiële stempels werd gebruikgemaakt van vakkennis. Reuvekamp tekende de Duitse stempels na; Weissink zou deze vervolgens hebben gegraveerd. Het maken van dergelijke documenten was uiterst riskant. Een ontdekking kon niet alleen voor de drukker, maar ook voor de mensen die de papieren gebruikten ernstige gevolgen hebben. Volgens de regionale overlevering werden er bedragen geboden voor een Ausweis, maar ging de drukker daar niet op in.
Het Geuzenliedboek
De persen van Van de Steeg werden ook gebruikt voor een ander belangrijk verzetsproject: het Geuzenliedboek. In 1944 verscheen bij Van de Steeg een uitgave van het Geuzenliedboek in een oplage van duizend genummerde exemplaren. Volgens de regionale bron waren de eerste drie exemplaren bestemd voor het Koninklijk Huis in Londen. De overige exemplaren werden verkocht om geld beschikbaar te krijgen voor het illegale drukwerk.
De verkoop was dus niet alleen bedoeld om een boek onder belangstellenden te verspreiden. De opbrengst hielp tegelijkertijd het ondergrondse drukwerk financieel mogelijk te maken.
Een deel van de exemplaren werd vanuit Enschede verder vervoerd. Volgens de regionale bronnen werd een zending via de Enschedese haven richting Amsterdam gebracht, waarbij gebruik werd gemaakt van valse aanduidingen en stempels.
Een onverwachte bezoeker
Een van de opmerkelijkste verhalen uit de geschiedenis van de drukkerij gaat over een Duitse militair. Tijdens het drukken van Trouw kwam op enig moment een Duitser de drukkerij binnen. Hij vertelde dat hij zelf drukker was in Münster en het vak miste. Hij vroeg of hij mocht helpen. Voor de mensen in de drukkerij moet dat een buitengewoon spannend moment zijn geweest. De Duitser had immers geen idee dat hij zich midden tussen verboden drukwerk bevond. Volgens de regionale overlevering hielp hij zelfs mee aan het bedienen van de persen. Dat verhaal is bijzonder juist vanwege de tegenstelling: een Duitse militair die nietsvermoedend hielp bij het vervaardigen van een krant die door zijn eigen bezettingsmacht verboden was.
Het gevaar komt dichterbij
Het illegale werk betekende voortdurend leven met het risico van ontdekking. Een belangrijk moment deed zich voor nadat in Enschede een illegale protestbrief van Nederlandse artsen tegen Duitse maatregelen was gedrukt. De Duitse autoriteiten probeerden aan de hand van het drukwerk te achterhalen waar de brief was vervaardigd. De gebruikte letters en het drukwerk konden aanwijzingen geven over de drukkerij.
Volgens de regionale bronnen waarschuwde verzetsman Johannes ter Horst daarop de familie Van de Steeg. Zij moesten tijdelijk onderduiken. Daarna werd bij de drukkerij extra rekening gehouden met de mogelijkheid van een inval. Vluchtmogelijkheden waren geen overbodige luxe: wanneer de Duitsers onverwacht binnen zouden vallen, kon iedere seconde van belang zijn.
Het slachtoffer Willem Kok
Niet iedereen kwam er zo goed vanaf. Toen Van de Steeg door ziekte tijdelijk niet zelf kon drukken, werd het werk volgens de beschikbare bronnen overgenomen door collega-drukker Willem Kok. Kok was betrokken bij het verzet en werd gearresteerd. Hij werd naar Duitsland gedeporteerd en kwam uiteindelijk in het concentratiekamp Neuengamme terecht. Op 22 januari 1945 kwam Willem Kok daar om het leven. Zijn overlijden en zijn betrokkenheid bij het illegale werk zijn in regionale bronnen vastgelegd. Zijn geschiedenis maakt duidelijk welk risico er achter het illegale drukwerk schuilging. Een drukpers, een vel papier en een verboden tekst konden voldoende zijn om iemand in handen van de bezetter te brengen.
Meer dan alleen een krant
De geschiedenis van Van de Steeg laat zien dat de illegale pers veel groter was dan het verspreiden van nieuws. De drukkerij werd gebruikt voor verschillende vormen van verzetswerk. Daarbij waren verschillende mensen nodig. De één leverde papier, een ander zorgde voor drukmateriaal, weer een ander vervoerde de documenten. Drukkers zorgden ervoor dat de teksten daadwerkelijk op papier kwamen. Geen van die activiteiten stond op zichzelf. Het waren onderdelen van een netwerk waarin geheimhouding essentieel was.
Na de bevrijding
Na de bevrijding veranderde de situatie ingrijpend. Het Twentsch Nieuwsblad, dat tijdens de bezetting als NSB-krant had gefunctioneerd, mocht niet meer verschijnen. De drukkerij van de krant kwam vervolgens onder het toezicht van het Militair Gezag. Van de Steeg werd volgens de regionale bronnen ongeveer een jaar beheerder van deze drukkerij. Op de persen werden vervolgens onder meer Trouw en De Waarheid gedrukt. De ironie was groot: een drukkerij die tijdens de bezetting in het geheim tegen de Duitse propaganda had gewerkt, kon na de bevrijding weer gewoon in vrijheid drukken.
De kracht van het gedrukte woord
De illegale pers was een belangrijk onderdeel van het Nederlandse verzet. In Enschede was Drukkerij Van de Steeg een van de plaatsen waar dit verzet letterlijk van de persen kwam. De mensen die eraan meewerkten, wisten dat ontdekking ernstige gevolgen kon hebben. Toch bleven zij drukken, vervoeren en verspreiden.
Een illegale krant lijkt tegenwoordig misschien maar een stapel papier. Tijdens de bezetting kon zo'n krant echter iets veel belangrijkers vertegenwoordigen: de zekerheid dat de Duitse bezetter niet bepaalde wat iedereen moest geloven.
Bronnen:
- Oorlogsbronnen.nl – dossier Trouw en de illegale pers.
- Koninklijke Bibliotheek / Delpher – bibliografische gegevens over illegale publicaties.
- DBNL – Dirk de Jong, Het vrije boek in onvrije tijd.
- LO-LKP-documentatie.
- T. Wiegman, Enschede 1940–1945.
- Johannes ter Horst / Gert Slings – De illegale pers in Enschede. Johannes ter Horst – illegale pers
- Koninklijke Bibliotheek – illegale pers tijdens de Tweede Wereldoorlog. KB – De illegale pers tijdens de Tweede Wereldoorlog
- KB/Delpher – Trouw 1943–1945. KB – Trouw 1943–1945
- Delpher – historische kranten. Delpher
- DBNL – Het vrije boek in onvrije tijd. DBNL – Het vrije boek in onvrije tijd
Maak jouw eigen website met JouwWeb