De Jodenvervolging

De Enschedese uitzondering: Waarom deze Twentse stad de nazi's dwarsboomde

Als je denkt aan de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog, denk je vaak aan Amsterdam, Anne Frank en de deportaties waar bijna niemand aan ontsnapte. Maar wist je dat het er in Enschede heel anders aan toe ging? Hoewel de nazi's ook hier keihard toesloegen, overleefden in deze Twentse textielstad relatief veel meer Joodse mensen de oorlog dan in de rest van Nederland. Dat was geen toeval, maar het resultaat van moed, geld en een flinke dosis Twentse opstandigheid.

Een rol gele stof in het museum

Stel je voor: je bent de eigenaar van een grote textielfabriek en de bezetter dwingt je om een half miljoen gele Jodensterren te maken. Het overkwam de Joodse familie Van Gelderen. Hun stoomweverij ‘De Nijverheid’ stond aan de Nijverheidsstraat — precies de plek waar later het Enschedese politiebureau werd gebouwd. Vanaf april 1942 moest iedere Joodse inwoner zo'n ster dragen, thuis en op straat. Direct na de bevrijding vond Henk van Gelderen in de fabriek nog een achtergebleven rol van die bedrukte gele stof. Dit bizarre stuk geschiedenis ligt tegenwoordig in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. De oude directiewoning aan de Nijverheidsstraat 2 herinnert nog altijd aan dit verhaal.

Hoe het begon: van de 18e eeuw tot de Prinsestraat

De Joodse gemeenschap was in de jaren 40 al heel lang verweven met Enschede; de eerste sporen liepen al terug tot de achttiende eeuw. In 1827 openden ze hun eerste gebedshuis aan de Stadsgravenstraat. Ruim honderd jaar later, in december 1928, kreeg de stad er een architectonisch kunstwerk bij: de grote synagoge aan de Prinsestraat. Zelfs burgemeester Bergsma was destijds onder de indruk van dit mooie gebouw.

De Joodse gemeenschap had haar eigen dynamiek. De Enschedese Joodse leiders Sig Menko, Gerard Sanders en Isedoor van Dam trokken na de gebeurtenissen rond Mauthausen belangrijke conclusies. Zij waarschuwden hun geloofsgenoten en stimuleerden onderduik.

Omdat gewone Joodse arbeiders destijds door de felle verzuiling in de samenleving bijna nergens een vaste baan kregen, besloten velen van hen om voor zichzelf te beginnen als zelfstandig ondernemer. In de jaren 30 vluchtten veel Joden naar Nederland. Een klein deel kwam in Enschede terecht. Omdat zij de taal en cultuur nog niet kenden, leefden ze wat geïsoleerd en hielden ze strenger vast aan hun orthodoxe tradities dan de Joden die al generaties in Twente woonden

Foto:Afbeelding: Museum Rotterdam, object 42410. Foto via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0.

Dit was de  woning van  Mathieu Leonard van Gelderen.    (Nijverheidsstraat 2 in Enschede)

https://beeldbankwo2.nl/nl/achter-de-ster-beeldbank

De knop ging om na september 1941

In het begin probeerden de nazi's de Joodse inwoners stap voor stap te isoleren. In juni 1942 moesten ze bijvoorbeeld allemaal hun fiets inleveren bij het oude gemeentehuis van Lonneker. Maar de echte horror begon al in september 1941. Na het doorsnijden van telefoonkabels van de Wehrmacht bij Enschede volgde op 13 en 14 september 1941 een zware Duitse represaille. In Enschede werden 71 mensen opgepakt, onder wie 69 Joodse mannen. In totaal werden 106 Joodse mannen uit Twente naar concentratiekamp Mauthausen gedeporteerd. Nog vóór het einde van het jaar ontvingen veel families bericht dat hun vader, echtgenoot, zoon of broer was overleden.

Dit vreselijke nieuws was een keiharde 'eye-opener'. In Amsterdam geloofde de Joodse Raad nog lang dat meewerken met de Duitsers de beste manier was om de schade te beperken. In Enschede dachten de lokale Joodse leiders —  Menko, I en . Sanders en  van Dam — daar na het drama van Mauthausen heel anders over. Ze besloten: we werken niet mee.

Het Enschedese onderduiknetwerk

Toen de nazi's in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 na eerdere oproepen voor de werkkampen een grote razzia hielden en 114 mensen deporteerden naar kamp Westerbork, was het Enschedese verzet al in volle gang. De Joodse leiders moedigden iedereen actief aan om onder te duiken, ook al was dat levensgevaarlijk voor de gastgezinnen en zat je vol morele dilemma's.

Dat dit slaagde, kwam door een slim netwerk:

  • Het geld: Textielbaron S.N. Menko gebruikte zijn contacten met andere rijke fabrikanten om grote sommen geld in te zamelen. Hiermee werden onderduikadressen betaald.
  • De kerk: Gerard Sanders zocht al in het najaar van 1941 contact met de ondergrondse verzetsgroep van de Enschedese dominee Leendert Overduin, die overal in de regio schuilplaatsen regelde.
  • De politie: Zelfs agenten van het Enschedese politiekorps deden mee. Zij riskeerden hun eigen leven door Joodse gezinnen stiekem te waarschuwen als er een razzia aankwam.

Dankzij dit snel opgebouwde en goed georganiseerde netwerk wist een heel diverse groep Joodse Enschedeërs de oorlog kruipend, schuilend en vechtend te overleven. Het percentage overlevers lag hierdoor in Enschede uiteindelijk veel hoger dan in de rest van het land. Een lokaal succesverhaal midden in een donkere geschiedenis.

Bronnen

Maak jouw eigen website met JouwWeb