De Blokploegen van Enschede
De Onzichtbare Linies: De Blokploegen van Enschede
Tijdens de oorlogsjaren was Enschede niet alleen verdeeld in wijken, maar in 78 sectoren, de zogenaamde 'blokken'. Elk blok was een kleine vesting op zich, met een eigen hiërarchie en een enorme verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de bewoners.
Hoe was de stad georganiseerd?
In elk blok was een blokploeg actief. Deze bestond uit gewone burgers die in de wijk woonden en werkten. Een typische blokploeg bestond uit:
- De Blokleider: De eindverantwoordelijke voor de organisatie en communicatie met de centrale luchtbeschermingsdienst.
- De Blokbrandwacht: Mannen die direct na een inslag met handspuiten en zandbakken probeerden beginnende branden te blussen voordat ze de hele straat in de as legden.
- De Blok EHBO-post: Vaak ingericht in een huiskamer of garage, waar buurtgenoten direct na een bombardement eerste hulp kregen.
- De blokorganisatie van Enschede laat zien dat de stad in tijden van nood veranderde in een hechte lappendeken van hulpvaardige buren. De 'blokken' waren de voorlopers van wat we nu buurtpreventie noemen, maar dan met de inzet van leven en dood. Hoewel de nummering van de blokken na 1945 is vervallen, blijft de geschiedenis van deze burgerorganisaties een fundament van de Enschedese wederopbouw
De Blokleider: De spin in het web
Aan het hoofd van elk blok stond de Blokleider. Dit was vaak een gerespecteerde buurtbewoner — een onderwijzer, een winkelier of een opzichter uit de fabriek — die de wijk en haar bewoners door en door kende.
Zijn taken waren loodzwaar:
- Registratie en Controle: De blokleider hield nauwgezet bij wie waar woonde. Hij wist welke bewoners slecht ter been waren en extra hulp nodig hadden bij een evacuatie naar de schuilkelders.
- Handhaving van de Verduistering: Elke avond moest de blokleider controleren of er nergens licht door de kieren van de gordijnen ontsnapte. Een straaltje licht kon immers een baken zijn voor geallieerde bommenwerpers.
- Leiding tijdens de chaos: Zodra het luchtalarm loeide, trok de blokleider zijn witte helm op en nam de leiding. Hij dirigeerde de mensen naar de schuilplaatsen en hield toezicht op de blokbrandwacht.
- Rapportage: Na een aanval moest de blokleider direct inventariseren: hoeveel huizen zijn geraakt? Hoeveel gewonden zijn er? Is er gaslekkage? Deze informatie werd via een ordonnans (vaak een jongen op een fiets) naar de centrale commandopost in het stadhuis gebracht.
De Blokploeg in actie: "Blussen met de hand"
De blokbrandwachten waren de helden van de straat. Zij werkten met handkracht. Als een brandbom (fosfor- of staafbrandbom) door een dak sloeg, renden zij de trap op om de bom met zand te smoren of met een handspuit nat te houden. Dit was levensgevaarlijk werk, maar het heeft voorkomen dat hele wijken zoals het Hogeland of de Indische Buurt volledig in de as werden gelegd.
.
Waar stonden de 'Zenuwcentra' van de wijken?
Elk van de 78 blokken had een vaste uitvalsbasis. Dit was het punt waar de blokleider zich bevond tijdens een alarm en waar de reservematerialen (schoppen, zand, EHBO-tassen) lagen opgeslagen.
De Blokken
Vak A: De Binnenstad & Omgeving
- Blokken 1 t/m 15
- Locaties: Markt, Langestraat, Kalanderstraat, Haverstraat, Zuiderhagen, Noorderhagen en de Walstraat.
- Kenmerk: Hier zaten de dertien 'Kelders van Horstman'. Dit was het meest risicovolle gebied voor brandwachten vanwege de dichte bebouwing.
Vak B: Noord & Noordwest
- Blokken 16 t/m 32
- Locaties: De Krim, Twekkelerveld, Deppenbroek en de omgeving van de Hengelosestraat.
- Hoofdkwartieren: Vaak gevestigd nabij grote fabrieken zoals de Bamshoeve en de Tubantia-fabrieken.
- Belangrijk punt: Blok 24 (omgeving Lambertus Buddestraat) was zeer actief vanwege de nabijheid van de spoorlijn naar Hengelo.
Vak C: De Indische Buurt & Hogeland (Noordoost/Oost)
- Blokken 33 t/m 48
- Locaties: Floresstraat (jouw startpunt!), Beukinkstraat, Brinkstraat, Hogelandsingel en de Oliemolensingel.
- Cruciaal blok: Blok 43 (Beukinkstraat/Brinkstraat) had een van de best gedocumenteerde burger-EHBO-posten van de stad.
- Floresstraat: Maakte deel uit van deze sector, waar de schuilkelders onder het wegdek van levensbelang waren.
Vak D: Zuid & Getfert
- Blokken 49 t/m 65
- Locaties: Getfertsingel, Helmerhoek (destijds nog agrarisch), de Broekheurne en de omgeving van de Pathmossingel.
- Kenmerk: Hier lagen veel 'open' schuilplaatsen in de tuinen en plantsoenen, omdat de huizen hier vaak grotere percelen hadden dan in de binnenstad.
Vak E: Pathmos & Stadsveld (West)
- Blokken 66 t/m 78
- Locaties: Pathmos (het Tuindorp), Stadsveld, Bruggert en de omgeving van de Haaksbergerstraat.
- Hoofdkwartier: Het Bleekerhuis was een centraal punt voor de coördinatie van de blokleiders in dit stadsdeel.
- Volkspark: De bunker aan de Parkweg diende als schuilplaats voor de omliggende blokken uit Vak E en Vak B.
De 'Bloklijst' samengevat
Hoewel we niet van elk van de 78 blokken de exacte huisnummers in dit overzicht kunnen zetten (dat zijn duizenden regels), was de logica altijd hetzelfde:
-
- Nummer 1-15: Hart van de stad (Binnen de singels).
- Nummer 16-40: De arbeiderswijken in het Noorden en Oosten.
- Nummer 41-60: De wijken aan de Zuidkant.
- Nummer 61-78: De wijken aan de Westkant.De 78 Sectoren van Enschede (1940-1945)
De stad was verdeeld in 5 hoofdvakken (A t/m E), die weer waren onderverdeeld in de 78 genummerde blokken. Elk blok had een eigen 'Blokpost' waar de witte helmen samenkwamen.
De Hiërarchie van de Blokleiders
- De Groepsleider: Boven de 78 blokleiders stonden een aantal groepsleiders. Zij overzagen 10 tot 15 blokken tegelijk (bijvoorbeeld heel Vak C).
- De Blokleider (De man met de witte helm): Hij had de dagelijkse leiding. Hij deelde de 'Luchtbeschermingskaarten' uit aan de bewoners, waarop precies stond in welke kelder zij werden verwacht.
- De Ordonnans: Vaak jongens van 14 tot 18 jaar die tijdens een bombardement op de fiets tussen de blokpost en het stadhuis reden als de telefoonlijnen uitvielen.
De Uitrusting van de Blokpost: Gereedschap tegen de Chaos
Elke blokpost, of die nu in een garage aan de Floresstraat zat of in een school bij de Brinkstraat, was uitgerust met een standaardpakket aan materialen. Dit was geen hoogwaardige techniek, maar simpel en doeltreffend materieel dat door gewone burgers bediend kon worden.
- Brandbestrijding (De vijand was het vuur)
De gevreesde staafbrandbommen moesten direct onschadelijk worden gemaakt. Daarvoor had de blokploeg:
- De Handkrachtspuit (Kruiwagenspuit): Een metalen ton op wielen met een handpomp. Terwijl twee mannen pompten, kon een derde met een slang de beginnende branden in een woning blussen.
- Zandbakken en Schoppen: Brandbommen die door het dak sloegen, moesten worden afgedekt met zand om de vlammen te smoren.
- De Brandhaak: Om smeulende balken of rieten daken uit elkaar te trekken en zo uitbreiding van het vuur te voorkomen.
- Reddings- en Stutmateriaal
Als een publieke schuilkelder beschadigd raakte, moest de blokploeg direct kunnen handelen:
- Houten Stempels: Dikke balken om een instortend kelderplafond tijdelijk te ondersteunen zodat de bewoners eronderuit konden kruipen.
- Breekijzers en Pikhouwelen: Om mensen uit het puin van een getroffen woning te bevrijden.
- Touwen en Ladders: Voor het bereiken van slachtoffers op bovenverdiepingen als de trap was weggevaagd.
- Communicatie en Herkenning
In de rook en het lawaai van een bombardement was organisatie alles:
- De Witte Helm: Gemaakt van staal, met een groot bloknummer op de voorkant. De witte kleur was gekozen zodat de blokleider ook in het donker of bij verduistering herkenbaar was.
- De Ordonnanstas: Een canvas tas voor de jonge fietsers, met daarin blocnotes en potloden om schademeldingen naar het stadhuis te brengen.
- De Signaalfluit: Om signalen te geven aan de buurtbewoners of om de aandacht van andere hulpdiensten te trekken.
- Medische Noodhulp (De EHBO-post)
In een kamer van de blokpost was vaak een kleine hulppost ingericht:
- Verbandtrommels: Gevuld met gaasjes, vette watten en jodium.
- Brancards: Vaak eenvoudige houten frames met zeildoek om gewonden naar een veiliger punt te brengen.
- Watergekoelde emmers: Voor de verzorging van brandwonden, een veelvoorkomend letsel bij de brandbombardementen op Enschede.
Conclusie: Een Erfenis van Saamhorigheid
De geschiedenis van de Enschedese luchtbescherming leert ons dat beton alleen niet genoeg was. De stad overleefde door een ongekende sociale structuur. De 'Witte Helmen' en de schuilkelders onder de trottoirs vormden een onzichtbaar netwerk van vertrouwen.
De 78 blokken van Enschede waren meer dan een noodmaatregel; ze waren de geboorteplaats van het moderne Enschedese nabuurschap. De discipline in de Deurningerstraat, de moed in de Brinkstraat en de onzichtbare kelders in de Floresstraat laten zien dat een stad niet gebouwd is van stenen, maar van mensen die voor elkaar opkomen als de lucht zwart ziet van de vliegtuigen.
Gebruikte bron(nen)
Maak jouw eigen website met JouwWeb