Het begin van de oorlog

De eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog in Enschede

Schijnbedrieglijke rust aan de grens

De Duitse inval op 10 mei 1940 betekende voor Enschede een abrupte breuk met het verleden. Omdat de stad direct tegen de grens ligt, was de dreiging hier al langere tijd tastbaar. Via de grensovergang bij Gronau rolden de vijandelijke colonnes binnen. Anders dan elders in het land waar felle gevechten woedden, voltrok de inname van Enschede zich in hoog tempo, waardoor het straatbeeld al snel werd overspoeld door Duitse militairen. Na de verwoesting van Rotterdam capituleerde Nederland op 15 mei, waarmee de vijfjarenlange bezetting voor de grensstad definitief aanbrak.

De aanloop naar die bezetting werd gekenmerkt door verstikkende onzekerheid. Hoewel grootschalig wapengekletter in de stad zelf uitbleef, hielden burgers zich schuil achter de muren, gekluisterd aan de radio en aangewezen op fluisterverhalen. Het lokale stadsbestuur, met de burgemeester en het ambtenarenapparaat aan het roer, bleef aanvankelijk op post onder strenge surveillance. Die schijnbare stabiliteit moest rust bewaren, maar hakenkruisvlaggen en patrouillerende legervoertuigen maakten pijnlijk duidelijk dat de machtsbalans was gekanteld.

Beeldnummer 118421  Collectie Verzetsmuseum Friesland

Van regels naar restricties

Aanvankelijk leek de bezetting in het eerste jaar best mee te vallen. De aanleg van vliegbasis Fliegerhorst Twenthe bood arbeiders een goede vergoeding en de soldaten gedroegen zich doorgaans correct. Maar al gauw sloeg de stemming om door een reeks ingrijpende beperkingen. In september 1940 werd de persoonsbewijsplicht ingevoerd, vanaf 31 oktober ging er een avondklok in tussen middernacht en vier uur 's ochtends, en tegen het einde van het jaar vorderde de Wehrmacht paarden.

Ook het dagelijks leven onderging een radicale transformatie. Eerste levensbehoeften gingen op de bon; met distributiebescheiden kregen burgers slechts mondjesmaat brood, vlees, suiker en kleding. Winkelschappen raakten leeg, een harde klap voor het textielrijke Enschede waar fabrieken nu moesten produceren volgens Duitse dictaten. In de avonduren moesten huizen hermetisch worden verduisterd en verdween de straatverlichting, waardoor de stad letterlijk en figuurlijk in het duister weggleed. Tevens werd de pers aan banden gelegd: onafhankelijke journalistiek verdween, buitenlandse zenders werden strafbaar en propagandaposters dicteerden het straatbeeld.

Terugkeer van de krijgsgevangenen en Joodse uitsluiting

Na de demobilisatie waren vele Nederlandse militairen als krijgsgevangene naar Duitsland afgevoerd. Als zogenaamd vriendelijk gebaar bepaalde Adolf Hitler dat zij op mochten terugkeren, op de hogere officieren na. Toen dit nieuws op 4 juni Enschede bereikte, liep de spanning hoog op. Een paar dagen later arriveerden de eerste soldaten via Oldenzaal en Zevenaar terug. De groep voor Enschede werd in het Volkspark opgevangen.

Ondertussen werd de lokale Joodse gemeenschap — voor de oorlog bloeiend en hecht — al in 1940 getroffen door gerichte treiterijen. Registratie werd verplicht en Joodse ambtenaren werden uit hun ambt ontheven. Dit sluipende gif joeg de angst flink aan, lang voordat de massatransporten op gang kwamen.

Een getekende stad

De lokale economie balanceerde op een dun koord. Collaboreren of meewerken betekende economisch behoud, maar steunde indirect de vijand, en hoewel de Arbeitseinsatz haar volledige gewicht pas later zou tonen, diende de druk zich in 1940 al aan.

Hoewel de openingsfase in Enschede betrekkelijk kalm verliep zonder openlijk verzet of verwoestende bombardementen, bracht mei 1940 een sluipend proces teweeg waarin grondrechten systematisch werden ontmanteld. Regels vervingen vrijheden en mistrouwen verdreef de openheid. De strijd stond nog in de kinderschoenen, maar Enschede was onomkeerbaar getekend.

Bronnen:

Maak jouw eigen website met JouwWeb