de Gaarkeukens

Gaarkeukens in Enschede

I Bij de Tweede Wereldoorlog denken we niet altijd direct aan een hongerwinter in Enschede. Toch waren er aanzienlijke problemen in de voedseldistributie en veel inwoners van Enschede waren aangewezen op
voedselhulp vanuit verschillende gaarkeukens in Enschede.

De voedsel situatie in Enschede werd nijpender naarmate de oorlog vorderde. Veel winkels in Enschede hadden maar een beperkt assortiment of waren door de krappe marktsituatie al gesloten. Veel inwoners gingen daardoor letterlijk de boer op om melk, eieren en aardappelen te kunnen kopen of ruilen. Op veel plaatsen in Enschede ontstonden volkstuinen waar groente en fruit werd verbouwd. In dagblad Tubantia van 1941 was een wekelijks artikel “Tuinbouwhoekje” waar tips en adviezen werden gegeven over het verbouwen van groente en fruit

Foto 1944 Langestraat gemaakt vanaf de stadhuistoren.

Foto links: Maaltijden voor kinderen in grote gezinnen waren tijdens de tweede wereldoorlog ook in Enschede schaars en eenzijdig. Naast de psychologische druk - de Nederlandse pers is op dat moment een volledig verlengstuk van de
Duitse propaganda geworden - is er de toenemende druk van de nijpende voedselsituatie en een streng distributiesysteem. "Eten in de oorlog": het is een zaak van leven of dood geworden . Hoe vaak draaien in deze jaren bij de inwoners van Enschede de gedachten om bonnen en bommen. Een niet aflatende zorg vooral voor gezinnen met kinderen.

Al in 1934, nauwelijks een jaar nadat HitIer als rijkskanselier de macht in Duitsland in handen had gekregen, werd door de Nederlandse overheid onderzocht hoe in een oorlogssituatie de voedselvoorziening het best aangepakt kon worden. Het distributiestelsel werd ontworpen en uitgewerkt.

De grote man achter het systeem was de regeringscommissaris voor de akkerbouw en veehouderij, Dr. Ir. Stephanus Louwe Louwes (1889-1953). Deze werd op 1 april 1937 hoofd van het Rijksbureau Voorbereiding Voedselvoorziening in Oorlogstijd(RBVVO). Om ervaring met het distribueren van voedsel op te doen ging op 12 oktober 1939 suiker als eerste product op de bon. In 1940 werd al gedacht aan het verstrekken van warme maaltijden aan gezinnen die een inkomen hadden beneden een bepaalde inkomensgrens. De verstrekking moest worden opgezet in samenwerking met gemeentelijke instanties, onder begeleiding van het RBVVO. Voedzame, warme maaltijden zouden worden verstrekt tegen inlevering van distributiebonnen en een (kleine) tegemoetkoming in de kostprijs. Even grauw als hun producten, zien de  Centrale Keukens er uit, die in de jaren '40-'41 die overal in de grotere steden verrijzen. Ook in Enschede komen “gaarkeukens” onder begeleiding van het RBVVO. De in te richten keukens met een eigen stoomontwikkelaar, aangemerkt als noodgebouwen werden uitgevoerd door de firma Hoog Antink te Enschede. Ze zijn maar als zeer tijdelijk bedoeld en van eensteens muurtjes uit kalkzandsteen opgetrokken..

De gaarkeukens kwamen te staan aan de Oliemolensingel 22 en de Poolmansweg 4. De eerstgenoemde werd in gebruik gesteld op 12 mei 1941, de tweede op 2 juni van datzelfde jaar, met een gezamenlijke capaciteit van 12000 liter.
Behalve aan de beide keukens werd het eten uitgegeven aan vijf uitdeelposten: bij de Ramie Union aan de Gronausestraat, de noodschool aan de Madoerastraat, school Plein West- Indië, speeltuingebouw Schurinksweg en het gebouwtje "Wees Bereid" aan de Schoolstraat in Glanerbrug.

De deelnemers moesten het eten zelf halen en hoefden meestal niet verder dan een kwartier te lopen. Meestal kregen de mensen stamppot, af en toe afgewisseld met een maaltijdsoep en een pappot. Het eten was vaak minder lekker dan men thuis gewend was. Meestal was het zoeken naar vet, waarvoor wel een vet bon ingeleverd moest worden. Het zal er wel in gezeten hebben, maar boze tongen beweerden dat het bijzonder goed verborgen werd. In verband met de positie van de aardappelvoorraad moesten bevroren piepers toch worden verwerkt en in bevroren toestand in de schilmachines worden gedaan.

Als vlees werden veel varkenspoten en koppen gebruikt. Zo veel mogelijk werd elke keuken één maal per week door de Keuringsdienst van Waren gecontroleerd en werden de spijzen daar bemonsterd en bacteriologisch onderzocht. De Nederlandse Volksdienst met haar kantoor aan de Parkweg, was een door de bezetter ingesteld instituut, dat moest zorgen voor de sociale zorg en de gezondheidszorg. Aan de slachtoffers van  bombardementen werden altijd een week lang gratis bonnen voor een warme maaltijd afgegeven. Dit gebeurde door de Nederlandse Volksdienst(NVD) vanuit één der lokalen van het Gemeentelijk Lyceum. De leiding had de heer J.H.H . Wevers die van 1939 tot 1941 (opheffing gemeenteraad) raadslid was namens de NSB.

Tijdens de oorlog was het vervoeren van goederen altijd moeilijk. Van alle benodigde producten moesten voorraden worden aangelegd, met uitzondering van verse groente, vlees en vet. Het vet werd betrokken van de Ned. Zuivelcentrale, het vlees via de plaatselijke slagersorganisaties en de verse groente kwam van de firma G.W. Assink, Ledeboerstraat 52.

Op het laatst worden de porties wel kleiner, want ook de Centrale Keuken kan geen voedsel uit het niets bereiden. De grote voorraden peulvruchten, opgeslagen in het slachthuis van Enschede, zijn in het voorjaar van '45 tot vrijwel nihil geslonken. Gelukkig blijkt er twee dagen na de bevrijding in de Hengelose haven een tot zinken gebracht schip te liggen, waarvan de deklading nog net boven water uitsteekt. Die lading van het schip bestaat uit mollenbonen. Een mollenboon is een geroosterde paardenboon (een soort tuinboon). Gedwee eten de klanten van de gaarkeuken zes dagen achtereen Groninger mollenbonen. Maar niemand moppert.

 HET MENU.
Het ligt in de bedoeling op den openingsdag, Maandag 12 Mei, stamppot andijvie te verstrekken. Men heeft verder de volgende menu's ontworpen: stamppot snijbonen. -prinsessenbonen. -zuurkool en erwtensoep Het ligt in het voornemen om zodra dit mogelijk is versche groente te gebruiken.
GOED EN GOEDKOOP ETEN
Het streven is er vooral op gericht goed en goedkoop eten te verstrekken. Houders van vetkaarten zullen een portie kunnen krijgen a 10 cent, terwijl houders van boterkaarten 23 cent zullen moeten betalen. Het is duidelijk, dat deze bedragen lager zijn dan de kostprijs zodat van gemeentewege het ontbrekende moet worden bijgepast. Velen zullen op deze wijze aan een goedkoop en goed middagmaal kunnen komen.
Van belang is tevens dat hierdoor aanzienlijke brandstofbesparing wordt verkregen vooral voor degenen die niet over gas kunnen beschikken is zulks van betekenis. Wil men in aanmerking komen voor eten uit de Centrale Keukens, dan moet men zich eerst voorzien van een knipkaart. Deze knipkaarten zijn kosteloos verkrijgbaar tegen afgifte van een geldige vleeschbon, V4 vet- of boterbon, 1/3 peulvrüchtenbon en een aantal aardappelbonnen. Aangezien het publiek geen 1/4 of 1/3 bonnen in het bezit heeft, levert men de gewone bonnen in. Men krijgt er wisselbonnen voor terug.

Op elke knipkaart zijn 6 porties te krijgen. Van belang is te vermelden, dat op één knipkaart welke 4 weken geldig is. slechts één portie per dag voor één persoon is te krijgen

Zij die dagkaarten wenschen te ontvangen moeten deze den dag van tevoren halen met dien verstande. dat
wanneer men des Maandags voedsel van de keukens wil betrekken men de kaartjes des Zaterdags moet halen

Op 20 januari 1946 ging de keuken aan de Oliemolensingel dicht. Die aan de Poolmansweg was toen al in gebruik bij een stalhouderij. In de tijd toen de nood het hoogst was, leverden de beide keukens per dag eten voor meer dan 20.000
personen. Vele handen waren er nodig om alles goed te laten verlopen. In die tijd was er ongeveer 75 man personeel, aan de Poolmansweg onder leiding van H. Klaassen en aan de singel zwaaide J.G. Fortuin de scepter. Het was niet altijd gemakkelijk werken. Meerdere malen kwam het tijdens de grote bombardementen voor, dat men zonder licht of water kwam te zitten. Desondanks slaagde men er in de gasten te bedienen. De voedselvoorziening verbeterde gelukkig geleidelijk, met het gevolg dat de "hulp in nood" buiten de deur kon worden gezet. 

Even grauw als hun producten, zien de Centrale Keukens er uit, die in de jaren '40-'41 die overal in de
grotere steden verrijzen. Overal in Enschede werden tijdens de oorlog posters opgehangen om gebruik te maken van de gaarkeuken.
De propaganda tijdens de oorlog was optimistisch en vaak leugenachtig, maar de posters geven de indruk dat het allemaal prima geregeld is. 
De dagelijkse krant en posters waren eigenlijk de belangrijkste communicatiekanalen naar burgers. De radio werd immers ten strengste verboden en televisie bestond nog niet. In de bioscopen werd wel (Duitse) propaganda getoond

Bronnen:
-Aantekeningen van Adriaan Buter, (1970)
-Wiegman. T . Enschede 1940-1945.
-Tubantia, 2/ 4/ 1941 – 6/5/1941 – 12/5/1941.-
- ‘N Sliepsteen 21.
-Frits te Lintelo
Auteur: John Nijhuis

enschedeinwo2.nl,

Maak jouw eigen website met JouwWeb