De Joodse Raad in Enschede

Hoe moed, verzet en solidariteit honderden levens redden in Enschede

Tijdens de Tweede Wereldoorlog leken de keuzes die organisaties en bestuurders maakten soms op voorhand vast te staan. Toch liet de stad Enschede een heel ander gezicht zien dan de rest van bezet Nederland. Terwijl de centrale Joodsche Raad in Amsterdam de bevelen van de bezetter opvolgde in een wanhopige poging om 'erger te voorkomen', sloeg de Joodse Raad in Enschede resoluut een ander pad in: dat van actief verzet en onderduik. Het resultaat was de zogeheten 'Twentse Paradox': van de circa 1.200 Joodse inwoners van Enschede overleefden maar liefst 500 de Holocaust — een uitzonderlijk hoog percentage in vergelijking met andere Nederlandse steden.

Het Keerpunt: De Mauthausen-razzia van september 1941

De directe aanleiding voor deze doortastende houding was een inktzwarte gebeurtenis in het najaar van 1941. Op 13 en 14 september vond in Enschede en omgeving een grote razzia plaats, waarbij meer dan honderd Joodse mannen werden opgepakt en afgevoerd naar het Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen.

Binnen enkele weken droppelden de eerste overlijdensberichten binnen in Twente. De boodschap was genadeloos helder: deportatie betekende geen 'werkverschaffing' in Duitsland, maar een wisse dood. Deze schokgolf veranderde alles. Voor zowel het lokale Joodse bestuur als voor oplettende burgers werd het zonneklaar dat lijdzaam afwachten gelijkstond aan een doodvonnis.

 

Een wereld van verschil: Enschede versus Amsterdam

In Amsterdam werd de landelijke Joodsche Raad door de Duitse bezetter gebruikt als een bureaucratische spreekbuis en instrument. De Raad kreeg de gruwelijke taak om transportlijsten op te stellen en quota te vullen. De Amsterdamse leiding klampt zich vast aan de illusie dat meewerken de gemeenschap kon beschermen of tijd kon winnen. In de praktijk raakten zij verstrikt in een machteloze valstrik van collaboratie.

Hoe anders was de situatie in Enschede. De lokale Joodse Raad – bestaande uit voorzitter Sig Menko, secretaris Gerard Sanders en penningmeester Isedoor van. Dam De Enschedese afdeling week op een belangrijk punt af van de koers die de Joodse Raad in Amsterdam volgde: zij waarschuwde Joden nadrukkelijk voor deportatie en stimuleerde onderduik..

Sig Menko, tevens directeur van het grote textielbedrijf N.V. N.J. Menko, reisde zelfs af naar een landelijke vergadering van de Joodse Raad in Amsterdam. Daar pleitte hij vurig voor onderduik als noodzakelijke overlevingsstrategie. De reactie van de Amsterdamse voorzitter David Cohen op zijn pleidooi was ijzig en veelzeggend:

"Mijnheer Menko, dat woord komt in onze vocabulaire niet voor."

Menko keerde verslagen door de reactie, maar vastberaden terug naar Enschede.

Dominee Leendert Overduin: De architect van het Twentse verzet

De Joodse Raad in Enschede stond er gelukkig niet alleen voor. Ze vonden een onmisbare bondgenoot in dominee Leendert Overduin (1900–1976). Deze predikant van het 'Hersteld Verband' (een vrijzinnige afsplitsing binnen de gereformeerde kerk) besloot al vroeg in de oorlog dat toekijken geen optie was. De Mauthausen-razzia was ook voor hem het definitieve keerpunt.

Overduin transformeerde zijn pastorie tot het zenuwcentrum van een grootschalige reddingsoperatie, die zou uitgroeien tot de 'Groep-Overduin' — een van de eerste en best gestructureerde lokale verzetsorganisaties van ons land. Het netwerk regelde niet alleen duizenden onderduikadressen, maar verzorgde ook:

  • Logistiek op maat: Vervalste distributiebonnen en financiële steun voor gezinnen.
  • Persoonlijke steun: Regelmatig contact met onderduikers om hun moreel hoog te houden.
  • Unieke samenwerking: De band tussen voorzitter Sig Menko en dominee Overduin was uniek in Nederland.  Historici schatten dat de Groep-Overduin ongeveer duizend Joodse medeburgers het leven heeft gered.

Overduin bewees zijn onwrikbare humanitaire kompas ook na de bevrijding. Toen de oorlog voorbij was, ontfermde hij zich over de kinderen van NSB'ers en collaborateurs. Hoewel dit hem bij sommigen onpopulair maakte, bleef hij trouw aan zijn christelijke principes: een kind mocht nooit de dupe worden van de fouten van de ouders. Sinds het jaar 2000 herinnert een gedenksteen in de Grote Kerk aan de Oude Markt in Enschede aan deze 'held van Twente'.

Het persoonlijke lot van Sig Menko

Voor Sig Menko en zijn echtgenote Emmy werd de grond in mei 1943 te heet onder de voeten. Ze doken onder, maar werden een jaar later, in 1944, verraden. Het echtpaar werd gedeporteerd naar concentratiekamp Theresienstadt.

Wonder boven wonder overleefden zij de barre omstandigheden in het kamp. Op 8 mei 1945 werden Sig en Emmy bevrijd door het Rode Leger. Na de oorlog keerde Menko terug naar Enschede, waar hij tot zijn overlijden in 1962 in relatieve rust leefde en maatschappelijk betrokken bleef."

Leendert Overduin

De Bevrijding van Enschede: Pasen 1945

Terwijl grote delen van West-Nederland in het voorjaar van 1945 nog gebukt gingen onder de vreselijke Hongerwinter, naderde voor Twente de vrijheid. Op Paaszondag 1 april 1945 bereikten de geallieerde Britse troepen de buitenwijken van Enschede.

De terugtrekkende Duitse Wehrmacht probeerde de opmars wanhopig te vertragen door vitale infrastructuur te vernietigen; zo bliezen zij onder meer de strategische Lonnekerbrug op. De Britse genie handelde echter razendsnel en legde een noodbrug aan over het Twentekanaal, waardoor de tanks alsnog het stadscentrum konden binnentrekken. Op Tweede Paasdag, 2 april, viel ook de belangrijke vliegbasis Fliegerhorst Twente in geallieerde handen.

De vreugde over de bevrijding ging gepaard met rouw. Tijdens de gevechten rondom de toegangswegen en het vliegveld lieten 21 Britse militairen het leven. Zij liggen begraven op de Oosterbegraafplaats in Enschede, en bij de Lonnekerbrug herinnert een monument sinds 1985 aan hun ultieme offer.

Een blijvende erfenis van morele moed

De bevrijding op 1 april markeerde voor Enschede het einde van de onderdrukking en het begin van een moeizame wederopbouw. Voor de Joodse gemeenschap begon de zoektocht naar overlevenden en het herstel van verscheurde levens.

De geschiedenis van de Enschedese Joodse Raad en de Groep-Overduin dwingt tot nadenken. Het laat zien dat zelfs tegenover de machtige terreur van een bezetter, individuen de keuze houden hoe ze reageren. De besluiten van Sig Menko, de daadkracht van Leendert Overduin en de hulp van honderden Twentse gezinnen bewijzen dat moed, menselijkheid en solidariteit in de donkerste tijden het verschil kunnen maken tussen leven en dood.

Bronnen

Maak jouw eigen website met JouwWeb