Verraad in Enschede
Verraad in Enschede
Inleiding
Op de laatste oorlogsdag is er door verraad te Enschede een achttal mannen tegelijk vermoord. Daaronder bevonden zich mensen uit de LO-Enschede met name de leider Piet Zandbergen.
Je kunt je afvragen: Hoe ging dat in z'n werk?
Het ging om informatie aan de Duitsers, waardoor die arrestaties konden verrichten, vaak gevolgd door de dood door de kogel of in een concentratiekamp. Er is in de oorlog veel verraad geweest. Van binnenuit en van buitenaf. Wat valt er allemaal onder dat verzamelwoord? Verraad door Nederlanders die heulden, publiek of verborgen, met de bezetter. Dat konden NSB'ers zijn of landwachters. Berucht waren de Jodenjagers die soms een tientje kregen voor elke volwassen Jood en vijf gulden voor een kind.
Verraad door mensen uit het verzet, al of niet onder druk gezet. Verder verraad door vertrouwenspersonen, contactpersonen met de SD, die zich toegang wisten te verschaffen tot verzetsorganisaties. In Enschede gaat het om de laatste vorm.
Hoe heeft het zover kunnen komen?
De zogenaamde georganiseerde illegaliteit was niet strak militair georganiseerd. Het ging om mensen met contacten op basis van vertrouwen, meestal zonder dat ze een helder inzicht hadden over het netwerk waarin ze een plaats hadden. Met opzet werd ook aan elkaar zo weinig mogelijk informatie gegeven. Wat niet weet, wat niet deert.
De bloedige SD-acties zijn gericht tegen personen in Enschede die betrokken zijn bij verschillende illegale groepen. Soms was één en dezelfde persoon betrokken bij meer dan één groep.
Verder laten de SD-acties zien dat het bij de Duitsers niet allemaal gründlich toeging, eerder chaotisch. Zeker in de laatste oorlogsdagen. Toen speelde duivelse wraakzucht de hoofdrol.
Wat is Huschka voor een soort figuur?
In Hengelo verschijnt midden december 1944 de Duitse inlichtingenofficier dr. Helmut Meyer. Voor de oorlog was hij advocaat in Wilhelmshafen. Het was een ambitieuze man met grootse plannen op inlichtingengebied. Hij maakt gebruik van vier 'Vertrauwenspersonen', de zogenaamde V-lieden. Die mannen probeerden binnen te dringen in
verzetsorganisaties door het winnen van vertrouwen. Allereerst deden ze dat via het verstrekken van informatie waar het verzet iets aan had of dacht te hebben. Zo waarschuwden ze voor overvallen die inderdaad plaatsvonden, maar voor de show. Ze deelden ook Ausweisen uit. Ze haalden desnoods weggevoerde verzetsstrijders terug naar huis en haard. Als ze voldoende wisten werd toegeslagen, altijd hard en meedogenloos. Zoals op die dag vlak voor de bevrijding van Enschede. Eén dag. Een van de V-lieden van Meyer was Carl Huschka. Hij gaat in Enschede een dodelijke rol spelen.
Hoe won Huschka het vertrouwen van verschillende illegalen?
Aan de markt te Enschede stond het café van G.J. Kolthof. Daar komt Huschka geregeld met z'n vrienden. Hij is zelf ober geweest en kent het caféleven als geen ander. Hij maakt kennis met de cafébaas en z'n dochter. Wanneer Kolthof bij een razzia naar Duitsland wordt getransporteerd, spreekt z'n dochter Huschka aan met de vraag of hij misschien iets voor haar vader kan betekenen. Huschka gaat persoonlijk Kolthof terughalen en geeft hem bovendien een Ausweis. Kolthof is zo onder de indruk dat hij Huschka nu in aanraking brengt met zijn neef, de 40-jarige Gerrit ter Borg. Gerrit ter Borg is LO-man en medewerker van de LO-leider Piet Zandbergen. Huschka voorziet ook Zandbergen van een Ausweis waarmee hij ongehinderd door het hele land kan trekken.
Een LO-man in de Tweede Wereldoorlog was een medewerker van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Dit was een van de grootste Nederlandse verzetsorganisaties, opgericht in 1942 door onder andere Helena Kuipers-Rietberg ("tante Riek") en ds. Frits Slomp ("Frits de Zwerver").
Wat een LO-man deed tijdens de oorlog:
- Onderduikadressen zoeken
- Valse papieren regelen
- Logistiek en verzorging
- Netwerk opbouwen
Opmerking: De LO werkte nauw samen met de LKP (Landelijke Knokploegen), die de gewapende tak vormden voor het plegen van overvallen op distributiekantoren en het bevrijden van gevangenen.
Zo zie je in een paar zinnen hoe een V-persoon het vertrouwen kon winnen van de top van de LO-Enschede. De grenscommies Gerard Rutgers die ook tot de LO-Enschede behoort, zegt tegen zijn vrouw dat die Huschka moet waarschuwen als hem wat overkomt. Ondertussen strooit Huschka met Ausweisen, zelfs waarop staat dat de eigenaar ervan voor de Wehrmacht werkt.
Op deze manier heeft Huschka het illegale circuit rond Piet Zandbergen omstreeks kerst 1944 nauwkeurig in kaart gebracht. Toen al!
Huschka kan het net op elk moment laten dichtklappen. Maar hij ziet nog meer kansen. Vooral zijn baas Meyer ruikt meer bloed. Hij wil de inlichtingendienst rond de zender 'Packard' oprollen. Daar is het hem nu om te doen.
Huschka vertelt Zandbergen dat hij rechtstreeks berichten van de Wehrmachttelex kan plukken. Als die naar Engeland kunnen worden doorgegeven met een zender, kunnen die directe invloed hebben op bespoediging van het einde van de oorlog, suggereert de verrader.
Zandbergen zal voor een zender moeten zorgen, die geplaatst kan worden in de villa van Huschka. Die villa heeft hij speciaal voor dat doel van zijn chef Meyer gekregen. Zandbergen neemt over deze zender contact op met de belastingambtenaar Arien Onderweegs. Hij is actief in de Enschedese afdeling van het Nationaal Comité van Verzet, die geleid wordt door de 39-jarige inspecteur van belastingen Jan Harm Bosch. Zowel Zandbergen als Onderweegs nemen contact op met de Haaksbergse textielfabrikant W.J. ter Kuile.
Deze Ter Kuile maakt deel uit van een inlichtingengroep 'Packard' genaamd. Deze groep beschikt over twee zenders. Hoe er ook op Ter Kuile wordt ingepraat over de betrouwbaarheid van Huschka, hij vertrouwt het zaakje niet en weigert medewerking. Ook aandringen van Bosch vermurwt hem niet. Men zoekt het hogerop. Maar de baas van Ter Kuile is niet bereikbaar op dat moment. Huschka heeft ditmaal geen succes. Hij krijgt daarom op z'n duvel van z'n chef Meyer.
Ter Kuile was niet de enige die vraagtekens zette bij de betrouwbaarheid van Huschka. De douaneman Henk Mulder van de LO-Enschede zag in Huschka evenmin een bondgenoot. Hij kreeg ook een uitnodiging voor die laatste vergadering voor de bevrijding bij de familie Ter Borg aan de Sumatrastraat. Hij bleef thuis en overleefde hierdoor de oorlog. Zo hadden Ter Kuile en Mulder een betere antenne voor verraders dan veel andere verzetsmensen. Ze stonden sterk in hun schoenen, want ze stonden zeker onder druk van hun makkers.
Het net van Huschka gaat zich sluiten
Op 31 maart 1945 zegt Meyer tegen z'n secretaresse dat ze die avond mee moet naar Enschede. Hij zegt: "De Engelsen staan voor de deur en het is onze plicht eerst nog een illegale beweging te Enschede te ontmaskeren en te vernietigen." Hij vertelt haar ook dat deze mensen door de SD zullen worden doodgeschoten. Hij wil 'die Schweine aus der Sache Huschka' liquideren. De SD van Hengelo bevindt zich in 'Kampfeinsatz' (gevechtsomstandigheden), waardoor Meyer eigenmachtig executies kan uitvoeren.
Meyer is kwaad, omdat een andere V-man Izaks, naaste medewerker van Huschka, de 44-jarige predikant Leendert Overduin heeft laten gaan.En dat tegen Meyers uitdrukkelijke orders.
Ds. Overduin is leider van de organisatie die te Enschede de hulp aan honderden Joodse onderduikers verzorgt. Hij is tijdens een razzia gepakt. Dominee Overduin is duidelijk 'Todeskandidat'.
Piet Zandbergen heeft Overduin namens de LO-Enschede steeds van bonkaarten voorzien. En deze bonkaarten kwamen weer bij de KP van Johannes vandaan.
Zandbergen spreekt V-man Izaks bij Ter Borg en vraagt of die er bij Huschka op wil aandringen iets voor ds. Overduin te doen. Hij is bang dat die gefusilleerd gaat worden. Hij had zelf geprobeerd Huschka te bellen, maar die was de stad uit naar Rotterdam.
Als Huschka in de middag van 30 maart terugkomt in Hengelo, hoort hij van de zaak Overduin en spreekt daarover met dr. Meyer. Het resultaat van die bespreking is dat Meyer Izaks opdracht geeft via ds. Overduin met de mensen van de zender in contact te komen. Als hem dat niet lukt moet hij ds. Overduin terugbrengen.
"Als Izaks met Overduin op straat staat, vraagt hij de dominee met hem mee te gaan naar de woning van Gerrit ter Borg, waar hij de mensen kan ontmoeten die zich voor zijn vrijlating hebben ingezet.
Bij Ter Borg thuis drinken Overduin en Izaks een kop koffie. Zandbergen, Rutgers en Arend Jan van Veen, een kennis van Ter Borg, die Huschka wil spreken over zijn zwager die in de villa van de V-man is ondergedoken, zijn daar eveneens aanwezig. Van Veen vertrekt voor de komst van Huschka. Izaks zegt Huschka 's middags even bij Van Veen langs te gaan. Zandbergen vraagt Huschka of die nog berichten heeft over het front. 'Nee', antwoordt deze, 'maar ik zal daar wel voor zorgen.' De mannen maken daarop een afspraak om 's avonds om zeven uur een bijeenkomst te houden ten huize van Ter Borg. Huschka zal dan de laatste berichten brengen en deze zullen worden opgenomen in Trouw.Zandbergen vraagt Overduin of hij ook komt, maar deze geeft een ontwijkend antwoord. Hij vertrouwt Huschka en Izaks niet, verlaat kort daarna ongezien de woning en begeeft zich langs omwegen naar een onderduikadres.
Rond elf uur fietsen Huschka, Izaks en Rutgers naar de Bolhaarslaan, waar Van Veen het gezelschap in zijn woning een borrel aanbiedt en Huschka bedankt in verband met het onderduiken van zijn zwager. Rutgers is inmiddels even naar zijn chef Jan Harm Bosch geweest die ook aan de Bolhaarslaan woont, om hem te vertellen dat hij bij Van Veen zit met Huschka die belangrijke dingen heeft te vertellen. Bosch vertrouwt Huschka niet en weigert met Rutgers mee te gaan. Als Rutgers en Huschka daarop tegen half één Van Veens woning verlaten en het huis van Bosch voorbijfietsen, neemt Rutgers zijn hoed af voor Bosch die in zijn voorkamer staande vanaf de straat zichtbaar is.
Struikelsteen voor Rutgers
De beide V-mannen fietsen vervolgens terug naar de SD-Dienststelle te Hengelo, waar Izaks gaat eten en Huschka een bespreking heeft met dr. Meyer.
Na de maaltijd krijgt Izaks van Huschka de opdracht om weer naar Enschede te gaan en daar Gerrit ter Borg te vragen er toch vooral voor te willen zorgen dat 'de club' om zeven uur in zijn woning aan de Sumatrastraat aanwezig is, omdat hij, Huschka, belangrijke berichten verwacht, die hij persoonlijk wil komen meedelen. Hij waarschuwt op diens verzoek ook Gerard Rutgers. Ter Borg zelf gaat naar Piet Zandbergen, die toezegt te zullen komen. Als Ter Borg weer weg is, komt Wieger Mink bij Zandbergen aan de deur. Ook Mink belooft om zeven uur aanwezig te zullen zijn.
Kort na het vertrek van Mink krijgt Piet Zandbergen bezoek van zijn buurman, de 31-jarige onderwijzer J.J. François, die de laatste dagen op verzoek van de LO-leider berichten van de Engelse zender stenografisch heeft opgenomen, opdat ze kunnen worden afgedrukt in Trouw. Hij wil weten hoe de toestand is en ook hem verwijst Zandbergen naar de bijeenkomst bij Ter Borg. Gerrit ter Borg komt intussen op weg naar zijn woning de politieman Antonie van Essen tegen, die bij de Centrale Inlichtingen Dienst van de NBS actief is en de LO'ers regelmatig van inlichtingen voorziet. Zandbergen vertelt hem, dat hij zojuist vernomen heeft dat de geallieerden al in Eibergen zijn. Ook vraagt hij Van Essen om zeven uur bij Ter Borg te komen om er de laatste berichten te horen, die in Trouw zullen worden opgenomen.
Als Izaks terug is op de SD-Dienststelle in Hengelo krijgt hij van dr. Meyer bevel mee te rijden naar Enschede. Op Izaks vraag naar het doel van de tocht antwoordt zijn chef: "Ich gehe die ganze Bande verhaften." Ook vraagt hij Izaks of hij die middag in Enschede is geweest en de boodschap van Huschka heeft afgegeven en gaat vervolgens heftig tegen de V-man tekeer als hij hoort dat die dominee Overduin heeft laten lopen.
Nadat dr. Meyer versterking heeft gehaald bij de Enschedese SD, rijdt hij met een man of twaalf naar Ter Borgs woning aan de Sumatrastraat. Daar worden alle aanwezigen door SD-beambten doodgeschoten, op de 67-jarige moeder van Gerrit ter Borg na, die zich onder een tafel weet verbergen.
Vermoord werden Gerrit ter Borg, zijn 39-jarige echtgenote Jonetta, zijn 69-jarige vader Gerard ter Borg, Johannes J. Françoys, Gerard Rutgers, Antonie van Essen, Wieger Mink en Piet Zandbergen.
Piet Zandbergen was leider van de LO-Enschede
toen de ramp zich voltrok.
Hetty Meulink is als koerierster zelf ook uitgenodigd op Sumatrastraat 3.
Ze schrijft in haar dagboek:
"Frans" (Piet Zandbergen) kwam ook nog even aan.
Z'n hele gezicht straalde, zo heerlijk vond hij het dat de bevrijding nabij was. Als ik één de vreugde van de vrijheid gunde, dan was hij het. Ik vond dat hij veel ouder geworden was. Hij ging nu op weg naar een vergadering. Hij had zijn beste pak aan, jarenlang zuinig bewaard. Hij had het al aangetrokken vanwege de aanstaande bevrijding.
Hij wou dat ik meeging, maar wie moest de kleine baby dan verzorgen 's avonds? Het was toch al zo'n geknoei om een flesje warm te maken op de kachel, gestookt met papier en takjes uit de tuin. Ik bleef maar thuis. Echt vergaderen was het toch niet meer.Het was alleen maar om naar de Engelse berichten te luisteren. Ik hoorde immers het gebulder al."
Een van de slachtoffers was de LO-man Wieger Mink. Hij verborg ook de belangrijke Packardzender in zijn schuur. Tussen de bouwmaterialen. Hij was aannemer. Met zijn zoon Erik zat ik van 1956-1960 op de gereformeerde jongelingsvereniging. Daar was het met Johannes ter Horst en zijn verzetsvrienden begonnen in 1940. Daar stond ik toen niet bij stil. Met Erik heb ik heel fijn contact. Daar ben ik blij mee. Hij vertelde me dat hij met zijn moeder bij familie in Drenthe was, toen zijn vader werd doodgeschoten. Zijn moeder hoorde pas wat er gebeurd was bij haar terugkomst. Dat was zes dagen na de begrafenis. 'De schok die het haar heeft gegeven is ze nooit echt te boven gekomen', aldus Erik.
Mink werd begraven op de Algemene begraafplaats Noord-Eschmarker Rondweg in Enschede."
Het moorden is nog niet afgelopen
Na deze actie rijdt dr. Meyer met zijn SD-kommando naar de woning van Piet Zandbergen om er huiszoeking te laten verrichten. Als hij vervolgens met enkele SD-beambten op het punt staat de woning van de LO-leider te verlaten, loopt de typograaf Jan H. Wennink ('Henny'), actief in de NBS, het gezelschap in de armen. Ofschoon fouillering en het daaropvolgende doorzoeken van zijn woning niets belastend opleveren, wordt de 31-jarige Wennink meegenomen en aan de Zweeringsweg doodgeschoten.
Teruggekeerd in het SD-gebouw laat dr. Meyer een van de SD'ers op een stadplattegrond de Bolhaarslaan opzoeken. Met drie auto's vertrekt de marine-officier met een SD-kommando naar de woning van Jan Harm Bosch. De inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen blijkt thuis te zijn, wordt gearresteerd en vervolgens naar de synagoge gebracht. De volgende ochtend op 1 april 1945, eerste paasdag, wordt Jan Harm Bosch waarschijnlijk door Alfred Schöber in de tuin achter de synagoge doodgeschoten.
Jan Harm Bosch ligt op de Westerbegraafplaats te Enschede
Schöbers collega's hebben Enschede inmiddels in noordelijke richting verlaten.
Enkele uren later rijden Geallieerde soldaten de stad binnen.
Het kind van familie Ter Borg blijft gespaard.
"Op dat moment gieren drie overvalwagens van de S.D. de Sumatrastraat in. Onder leiding van de SD-chef Schöber springen de SD'ers de auto uit, omsingelen de woning en dringen naar binnen.
Oma ter Borg ziet de Duitsers en duikt onder de tafel. De anderen raken in paniek en vluchten het hele huis door, op zoek naar een uitweg of een plaats om zich te verstoppen. Ieder persoon, die door de Duitsers wordt ontdekt, wordt vervolgens ter plaatse doodgeschoten.
Wanneer een Duitser moeder Jonetta ter Borg met het kleine kind op de arm ziet en hij aanlegt om te schieten, smeekt zij de Duitser of hij haar kind wil sparen.
De Duitser gaat hiermee akkoord en laat de vrouw het kind naar buiten brengen, daarbij haar onder schot houdend.
Mevrouw ter Borg steekt vervolgens met het kind de straat over en drukt het kind in de armen van de vrouw van de slager Amelink, op de hoek van de Sumatrastraat met de Kuipersdijk.
Mevrouw Ter Borg zegt tegen mevrouw Amelink: "Hier is mijn kind. Ik word zo doodgeschoten. Mijn man is al dood!"
Zij steekt de straat weer over en gaat haar woning binnen. Nauwelijks binnengekomen wordt zij in de gang doodgeschoten...
De woning wordt daarna geplunderd en in brand gestoken."
Arrestatie van Huschka
Huschka weet zich tot 22 mei 1945 in Nederland schuil te houden en gebruikt onder andere de namen: Schreuder, Jansen en Van der Voort.
Uiteindelijk wordt hij dan toch door het speurwerk van de Politieke Opsporings Dienst (P.O.D.) van Enschede gearresteerd en wordt, voor verdere berechting, overgedragen aan het Bureau Nationale Veiligheid. Daar wordt veilig in de gevangenis in Den Haag opgeborgen.
In de zomer van 1946 zag Huschka kans te ontsnappen, omdat een rechercheur van het Bureau Nationale Veiligheid die hem naar de plaats van verhoor moest brengen, toestond dat Huschka eerst naar de kapper ging. Zo sluw als hij was wist hij natuurlijk van deze situatie gebruik te maken en vluchtte naar België. Daar werkte hij als boerenknecht onder de naam Bob in het boerengehucht Denderwindeke nabij Nivove in Oost-Vlaanderen.
Op aanwijzing van de Belgische Rijkswacht konden de Enschedese P.R.A.-rechercheurs J.G.L. Krabbe en H.J. van Dijk op 18 december 1946 Bob als Huschka ontmaskeren.
Er volgde een langdurig onderzoek, waarbij meer dan 250 getuigen werden gehoord. In september-oktober 1951 kwam de zaak voor de Bijzondere Strafkamer te Zutphen.
Op 17 oktober 1951 werd hij veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf.
Enschede, een geteisterde stad
Zo was Enschede op de dag van zijn bevrijding 1 april 1945 een verscheurde stad.Enerzijds was daar verslagenheid en diepe droefheid: zovelen in één keer vermoord als zinloze wraakoefening op 31 maart 1945.
Tegelijk was daar tomeloze vreugde over de bevrijding waarnaar zo lang was gesmacht.Nog een aspect wil ik niet ongenoemd laten. Verschillende delen van de stad lagen in puin. Vergissingsbombardementen van de geallieerden troffen verscheidene malen de stad. Omdat Enschede zo dicht tegen de Duitse grens ligt, werd de stad aangezien voor een Duitse stad.
Niet alleen door vergissingsbombardementen werd de stad getroffen, ook door gerichte aanvallen vooral op spoorlijnen. Er ging geen nacht voorbij of er trokken Engelse vliegtuigen over de stad. Een angstige situatie. Steeds weer de vraag: Ze zullen ons toch niet voor een Duitse stad aanzien.
Tenslotte
Zo erg was de oorlog. Geen spannend jongensboek, maar een strijd op leven en dood tegen de duivelse macht van het nazidom. Daar heeft Enschede als stad en daar hebben zijn bewoners een flink deel van te verwerken gekregen.
Dit artikel is een samenvatting van het verhaal dat te lezen is op:
https://www.johannesterhorst.nl/joh24.htm
Bronnen:
-
Het verraad in Enschede, via johannesterhorst.nl.
-
Archieven van de Bijzondere Rechtspleging (zaak-Huschka).
-
Dagboekfragmenten H. Meulink en getuigenissen familie Mink.
Maak jouw eigen website met JouwWeb