Verraad in Enschede

Verraad in Enschede

Verraad in Enschede – de laatste slag van het verzet

In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog leek de bevrijding van Enschede nog slechts een kwestie van tijd. De geallieerde legers rukten vanuit het oosten en zuiden steeds verder op en het Duitse leger trok zich op verschillende plaatsen terug. Toch waren de gevaren voor het Enschedese verzet nog lang niet geweken.

Op 31 maart 1945, één dag voordat de stad werd bevrijd, voltrok zich een van de bloedigste drama's uit de geschiedenis van het Enschedese verzet. Een groep verzetsmensen werd door de Sicherheitsdienst (SD) in een val gelokt. Acht mensen kwamen daarbij om het leven. Onder hen bevond zich Piet Zandbergen, een van de belangrijkste leiders van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) in Enschede.

De gebeurtenissen waren het gevolg van maandenlang infiltratiewerk. Een Duitse agent had zich weten voor te doen als vriend van het verzet en had daarmee toegang gekregen tot mensen en informatie die voor de bezetter van grote waarde waren.

Verraad had vele gezichten

Verraad was tijdens de bezetting een voortdurend gevaar voor de illegaliteit. De Duitsers konden informatie op verschillende manieren verkrijgen. Sommige Nederlanders werkten vrijwillig met de bezetter samen. Anderen deden dat uit financieel gewin of uit angst. Weer anderen waren aanvankelijk onderdeel van het verzet, maar bezweken tijdens verhoren en martelingen.

Er waren bovendien mensen die bewust als infiltrant werden ingezet. Zij deden zich voor als betrouwbare helpers, boden verzetsmensen bescherming of beschikten ogenschijnlijk over contacten binnen Duitse instanties. Juist die methode kon verwoestend zijn. Wie eenmaal als betrouwbaar werd beschouwd, kreeg toegang tot namen, adressen en onderlinge contacten.

Dat was precies de methode die Carl Huschka in Twente toepaste.

Carl Huschka

Een infiltrant in dienst van de SD

In december 1944 kwam de Duitse inlichtingenofficier dr. Helmut Meyer naar Hengelo. Meyer was voor de oorlog advocaat geweest in Wilhelmshaven, maar hield zich tijdens de bezetting bezig met de bestrijding van het verzet. Hij beschikte over verschillende zogenaamde Vertrauenspersonen, kortweg V-lieden. Deze mannen moesten zich tussen verzetsmensen bewegen en proberen hun vertrouwen te winnen. Een van hen was Carl Huschka.

Huschka beschikte over eigenschappen die hem voor deze taak bijzonder geschikt maakten. Hij had eerder als ober gewerkt en kon gemakkelijk contact leggen met mensen. Hij bewoog zich zonder veel moeite in cafés en andere plaatsen waar mensen elkaar ontmoetten. Zijn methode was niet om zich nadrukkelijk als vriend van Duitsland te presenteren. Integendeel. Hij deed zich juist voor als iemand die verzetsmensen kon helpen.

Het vertrouwen van cafébaas Kolthof

In Enschede kwam Huschka regelmatig in het café van G.J. Kolthof aan de Markt. Daar raakte hij bevriend met Kolthof en diens dochter. Toen Kolthof tijdens een razzia werd gearresteerd en naar Duitsland werd overgebracht, raakte zijn dochter ten einde raad. Zij wendde zich tot Huschka met de vraag of hij iets voor haar vader kon doen. Huschka zag hierin een belangrijke kans. Hij reisde naar Duitsland, wist Kolthof terug naar Nederland te krijgen en gaf hem bovendien een Duits persoonsbewijs, een Ausweis. Voor Kolthof leek Huschka daarmee een man die daadwerkelijk iets voor hem had betekend. Het vertrouwen was gewekt.

Via Kolthof kwam Huschka vervolgens in contact met diens neef Gerrit ter Borg. Ter Borg was ongeveer veertig jaar oud en actief voor de LO. Hij werkte bovendien nauw samen met LO-leider Piet Zandbergen. Daarmee had Huschka een deur geopend naar de kern van het Enschedese verzet.

De LO en de kwetsbaarheid van het verzet

De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers was tijdens de oorlog uitgegroeid tot een omvangrijk netwerk. De organisatie hield zich bezig met het vinden van onderduikadressen, het verzorgen van voedsel en bonkaarten en het regelen van valse identiteitspapieren.

De LO werkte op verschillende plaatsen nauw samen met andere verzetsorganisaties, waaronder de Landelijke Knokploegen. Daardoor ontstonden verbindingen tussen mensen die ieder afzonderlijk slechts een deel van het netwerk kenden. Die beperkte kennis was bewust. Een verzetsman wist meestal zo weinig mogelijk over andere onderdelen van de illegaliteit. Wanneer iemand werd gearresteerd, kon hij daardoor niet gemakkelijk het hele netwerk prijsgeven. Maar juist mensen die in meerdere organisaties actief waren, vormden een kwetsbaar punt. Via hen konden verschillende netwerken met elkaar verbonden raken. Huschka wist daar gebruik van te maken.

Van hulpverlener naar vertrouwenspersoon

Nadat Huschka het vertrouwen van Ter Borg had gewonnen, kwam ook Piet Zandbergen met hem in contact. Huschka wist Zandbergen ervan te overtuigen dat hij daadwerkelijk iets voor de illegaliteit kon betekenen. Hij beschikte over Ausweisen die verzetsmensen een zekere bescherming konden geven. Sommige documenten wekten zelfs de indruk dat de drager werkzaamheden voor de Wehrmacht verrichtte. Voor mensen die voortdurend gevaar liepen om bij een controle te worden gearresteerd, waren dergelijke documenten buitengewoon waardevol. Het vertrouwen in Huschka groeide daardoor steeds verder.

Hoe ver dat vertrouwen inmiddels ging, blijkt uit een opmerkelijk detail. Gerard Rutgers, een grenscommies die zelf voor de LO werkte, vond Huschka zo betrouwbaar dat hij tegen zijn vrouw zei dat zij juist Huschka moest waarschuwen wanneer hem iets zou overkomen. Huschka had daarmee iets bereikt wat voor een infiltrant van enorme betekenis was: hij werd niet langer als buitenstaander gezien, maar als iemand die bij het netwerk hoorde.

De lokroep van geheime informatie

Huschka wilde echter meer. Samen met zijn chef Meyer probeerde hij de weg te vinden naar de geheime inlichtingenorganisatie rond de zender Packard. Deze zender onderhield contact met Engeland en was daardoor voor de Duitse inlichtingendienst van grote waarde. Huschka vertelde Zandbergen dat hij toegang had tot geheime informatie van de Duitse Wehrmacht. Volgens zijn verhaal kon hij berichten onderscheppen die voor de geallieerden van grote betekenis zouden zijn. Hij stelde voor om deze informatie via een radioverbinding naar Engeland door te geven. Om zijn verhaal geloofwaardig te maken, bood Huschka zelfs een villa aan waarin een zender kon worden opgesteld. Het pand was hem door Meyer ter beschikking gesteld. Zandbergen zag hierin een mogelijkheid om de geallieerden rechtstreeks van belangrijke militaire informatie te voorzien.

Maar niet iedereen liet zich overtuigen.

Leendert Overduin

Ter Kuile vertrouwt Huschka niet

Voor de uitvoering van het plan kwam onder anderen de Haaksbergse textielfabrikant W.J. ter Kuile in beeld. Hij was betrokken bij de geheime inlichtingengroep Packard, die over twee radiozenders beschikte. Ter Kuile vertrouwde Huschka echter niet.Ondanks aandringen van andere verzetsmensen bleef hij weigeren om de zenders aan Huschka toe te vertrouwen. Ook pogingen om hem alsnog over te halen hadden geen resultaat.

Daarmee mislukte een belangrijk onderdeel van het plan.Ook Henk Mulder, douanebeambte en lid van de LO-Enschede, had ernstige twijfels over Huschka. Hij werd uitgenodigd voor een bijeenkomst bij de familie Ter Borg aan de Sumatrastraat, maar besloot niet te gaan.Dat besluit zou hem het leven redden.

Dominee Leendert Overduin

In dezelfde periode speelde een andere belangrijke kwestie. Dominee Leendert Overduin was een centrale figuur in de hulp aan Joodse onderduikers in Enschede. Hij had een groot netwerk opgebouwd en hielp vele mensen uit handen van de bezetter te blijven. 

Overduin was door de Duitsers gearresteerd. Voor de bezetter was hij een belangrijke gevangene. Een van de andere V-lieden, Izaks, had hem echter laten gaan. Dat gebeurde tegen de uitdrukkelijke bedoeling van Meyer in. Meyer was woedend. Voor hem vormde Overduin niet alleen een belangrijke gevangene, maar ook een mogelijke ingang naar andere verzetsnetwerken. Piet Zandbergen wilde voorkomen dat Overduin alsnog zou worden geëxecuteerd. Hij probeerde daarom via Izaks en Huschka iets voor de predikant te regelen. Zonder dat Zandbergen het wist, bood hij daarmee de Duitsers een nieuwe mogelijkheid om het verzet te lokaliseren.

E

De bijeenkomst bij Gerrit ter Borg

Op 30 maart 1945 werd Overduin door Izaks meegenomen naar het huis van Gerrit ter Borg. Daar ontmoette hij onder anderen Piet Zandbergen, Gerard Rutgers en Arend Jan van Veen. Overduin voelde zich niet op zijn gemak. Hij vertrouwde de situatie en vooral Huschka en Izaks niet volledig. Toen werd afgesproken dat de groep die avond opnieuw bij elkaar zou komen, besloot Overduin niet terug te keren. Hij wist het huis ongemerkt te verlaten en vond opnieuw een veilige plaats om onder te duiken.

Voor Meyer betekende het ontsnappen van Overduin een nieuwe vernedering. De Duitse commandant besloot daarop dat er geen tijd meer verloren mocht gaan. "Ich gehe die ganze Bande verhaften"

Op 31 maart 1945 gaf Meyer opdracht om in Enschede toe te slaan. De geallieerden waren inmiddels zo dichtbij dat de Duitsers wisten dat hun tijd beperkt was. Meyer wilde volgens de overgeleverde verklaringen nog vóór de bevrijding een belangrijk deel van het Enschedese verzet uitschakelen. Izaks kreeg opdracht om naar Enschede te gaan en Gerrit ter Borg ertoe te bewegen de verzetsmensen die avond bijeen te brengen. Het voorwendsel was aantrekkelijk: Huschka zou beschikken over de nieuwste informatie over de ontwikkelingen aan het front. Die informatie kon vervolgens worden gebruikt voor de illegale krant Trouw.

Ter Borg ging ervan uit dat het om een normale verzetsbijeenkomst ging. Hij bracht Piet Zandbergen op de hoogte. Daarna raakte de bijeenkomst steeds verder gevuld.

Steeds meer mensen worden naar de val gelokt

Zandbergen werd bezocht door Wieger Mink, een aannemer die eveneens binnen de LO actief was. Ook Mink werd verteld dat er die avond belangrijke informatie beschikbaar zou komen. Vervolgens kwam de 31-jarige onderwijzer Johannes J. Françoys bij Zandbergen langs. Hij hield zich bezig met het beluisteren en verwerken van berichten van de Engelse radio voor Trouw. Ook hij kreeg te horen dat er 's avonds nieuws beschikbaar zou zijn.

Onderweg kwam Ter Borg politieman Antonie van Essen tegen. Van Essen werkte voor de Centrale Inlichtingendienst van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten en had regelmatig contact met de LO. Ook hij werd voor de bijeenkomst uitgenodigd. Zo groeide de groep die Huschka en Meyer wilden treffen steeds verder.

De laatste uren

Terwijl in Enschede mensen nietsvermoedend afspraken maakten voor de bijeenkomst, bevond Huschka zich opnieuw in Hengelo. Daar overlegde hij met Meyer. De Duitse commandant was inmiddels vastbesloten om de groep op te rollen. Toen Izaks terugkeerde, kreeg ook hij te horen wat er zou gebeuren. Meyer liet volgens de later afgelegde verklaringen weten dat hij de hele groep wilde arresteren.

In werkelijkheid zou de operatie uitlopen op een executie

Gerrit Engelbert ter Borg

De inval aan de Sumatrastraat

Op de avond van 31 maart 1945 vertrok een groep SD'ers vanuit Hengelo naar Enschede. De woning van Gerrit ter Borg aan de Sumatrastraat werd het doelwit. De Duitsers omsingelden het huis en drongen naar binnen. De aanwezigen werden volkomen verrast. Wat zich daarna precies in het huis afspeelde, is door verklaringen van overlevenden en latere onderzoeken gedeeltelijk bekend geworden. De aanwezigen probeerden zich te verbergen of een uitweg te vinden. De SD'ers schoten de mensen die zij aantroffen dood. De enige persoon die de aanval overleefde, was de moeder van Gerrit ter Borg. Zij wist zich tijdens de schietpartij onder een tafel verborgen te houden.

Het drama van Jonetta ter Borg

Een van de meest aangrijpende gebeurtenissen speelde zich af rond Jonetta ter Borg, de echtgenote van Gerrit. Toen zij met haar baby in de armen door een Duitse soldaat werd bedreigd, smeekte zij hem het kind te sparen. De soldaat stond haar toe de baby naar een veilige plaats te brengen. Jonetta liep daarop naar buiten en stak de Sumatrastraat over. Bij de hoek met de Kuipersdijk gaf zij haar kind over aan de vrouw van slager Amelink. Volgens de overgeleverde getuigenis zei zij daarbij dat haar man al was doodgeschoten en dat ook zij zou worden vermoord. Daarna keerde zij terug naar haar woning. Daar werd zij alsnog door de Duitsers neergeschoten. Het huis werd vervolgens doorzocht en leeggehaald en uiteindelijk in brand gestoken

Acht slachtoffers

Bij de moordpartij aan de Sumatrastraat kwamen acht mensen om het leven.

Het waren:

  • Gerrit ter Borg;
  • Jonetta ter Borg, zijn echtgenote;
  • Gerard ter Borg, zijn vader;
  • Johannes J. Françoys, onderwijzer en medewerker van Trouw;
  • Gerard Rutgers;
  • Antonie van Essen;
  • Wieger Mink;
  • Piet Zandbergen, leider van de LO-Enschede.

Hun dood kwam op een moment waarop de bevrijding al zeer dichtbij was. Juist dat maakt deze gebeurtenis zo aangrijpend. De slachtoffers waren niet omgekomen tijdens een grote militaire operatie, maar werden in de laatste uren van de bezetting door verraad naar één plaats gelokt.

Piet Zandbergen en zijn laatste vergadering

Voor Piet Zandbergen was de avond begonnen met een heel ander gevoel. De bevrijding leek nabij. Hij had zelfs zijn beste pak aangetrokken, dat hij jarenlang had bewaard voor de dag waarop de oorlog voorbij zou zijn. Koerierster Hetty Meulink was eveneens voor de bijeenkomst uitgenodigd. Zij besloot echter thuis te blijven omdat zij voor een baby moest zorgen. Later beschreef zij in haar dagboek haar laatste ontmoeting met Zandbergen. Hij was zichtbaar verheugd over de naderende vrijheid en vertrok vol verwachting naar de vergadering. Dat besluit van Meulink bleek achteraf beslissend. Zandbergen zou niet meer terugkeren.

Wieger Mink en het verdriet thuis

Ook aannemer Wieger Mink behoorde tot de slachtoffers. Binnen het verzet had hij een belangrijke taak. De geheime Packard-zender werd onder meer in zijn schuur verborgen gehouden tussen bouwmaterialen. Zijn gezin wist op dat moment niet wat zich in Enschede afspeelde. Zijn vrouw en zoon verbleven bij familie in Drenthe. Pas na hun terugkeer kregen zij te horen dat Wieger Mink was vermoord. Zijn vrouw hoorde dit zelfs pas nadat de begrafenis al had plaatsgevonden. Voor de nabestaanden begon daarmee een tweede, veel stillere periode van oorlog: die van het verlies en de verwerking. Wieger Mink werd begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Noord Eschmarker Rondweg.

Ook na de Sumatrastraat ging Meyer door

De actie tegen de groep in de Sumatrastraat was voor Meyer nog niet het einde. Na de moorden begaf hij zich naar de woning van Piet Zandbergen. Daar werd een huiszoeking uitgevoerd. Bij het verlaten van de woning kwamen de SD'ers de 31-jarige typograaf Jan H. Wennink tegen. Wennink, die binnen de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten actief was, werd aangehouden. Hoewel de Duitsers tijdens de fouillering en huiszoeking geen belastend materiaal vonden, werd hij meegenomen. Aan de Zweeringsweg werd Wennink doodgeschoten.

De laatste moord: Jan Harm Bosch

Daarna richtte Meyer zijn aandacht op Jan Harm Bosch. Bosch was inspecteur bij de belastingen en een belangrijke figuur binnen het Nationaal Comité van Verzet in Enschede. Hij woonde aan de Bolhaarslaan. De SD ging naar zijn woning en arresteerde hem. Bosch werd vervolgens naar de synagoge van Enschede gebracht, die tijdens de bezetting als gevangenis was gebruikt. De volgende ochtend, 1 april 1945, Eerste Paasdag, werd hij in de tuin achter de synagoge geëxecuteerd. Als uitvoerder wordt in bronnen de SD'er Alfred Schöber genoemd. Bosch werd later begraven op de Westerbegraafplaats in Enschede. Zijn executie was een van de laatste moorden die de Duitse bezetter in Enschede pleegde. 

De bevrijding

Kort na de executie verlieten Meyer, Schöber en andere SD'ers de stad. De Duitse bezetting liep ten einde. Op 1 april 1945 trokken de geallieerde troepen Enschede binnen. De stad was vrij, maar de vreugde werd overschaduwd door de gebeurtenissen van de dagen daarvoor. Families waren hun vader, moeder, echtgenoot, zoon of dochter kwijtgeraakt. Verzetsnetwerken waren zwaar getroffen en in verschillende huizen was de bevrijding niet meer het feest geworden waarop men zo lang had gewacht. Voor sommige inwoners was de vrijheid letterlijk slechts enkele uren te laat gekomen.

Marcus Wieger Mink

Jan Harm Bosch

De jacht op Carl Huschka

Na de bevrijding wist Huschka aanvankelijk uit handen van de Nederlandse autoriteiten te blijven. Hij gebruikte verschillende valse namen en hield zich verborgen. Uiteindelijk wist de Politieke Opsporingsdienst in Enschede hem op 22 mei 1945 te traceren. Huschka werd overgebracht naar het Bureau Nationale Veiligheid en opgesloten in Den Haag. Daarmee leek zijn rol als infiltrant ten einde. Dat bleek niet zo te zijn.

Een opmerkelijke ontsnapping

In 1946 kreeg Huschka tijdens zijn detentie toestemming om onderweg naar een verhoor een kapper te bezoeken. De gelegenheid werd hem fataal voor de bewakers. Huschka wist te ontsnappen en vluchtte naar België. Daar nam hij opnieuw een andere identiteit aan. Onder de naam 'Bob' werkte hij als boerenknecht in Denderwindeke, in de omgeving van Ninove. De Belgische Rijkswacht wist hem uiteindelijk te vinden. Op 18 december 1946 reisden Enschedese rechercheurs naar België om de man te identificeren en terug te brengen. Daarmee kwam een einde aan zijn jarenlange vlucht.

Het proces

De Nederlandse justitie begon vervolgens aan een omvangrijk onderzoek naar de activiteiten van Huschka. Meer dan 250 getuigen werden gehoord. Pas in 1951 kwam de zaak voor de Bijzondere Strafkamer in Zutphen. In september en oktober van dat jaar werd uitgebreid over de rol van Huschka gesproken. Op 17 oktober 1951 volgde het vonnis. Carl Huschka werd veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf. Het vonnis kon het leed van de nabestaanden uiteraard niet wegnemen. Evenmin kon het terugbrengen wat op 31 maart en 1 april 1945 in Enschede verloren was gegaan.

De prijs van de vrijheid

Het verhaal van Huschka en de Sumatrastraat laat een donkere kant van het verzet zien. Verzetswerk draaide niet alleen om moed, sabotage en gewapende acties. Minstens zo belangrijk waren vertrouwen, geheimhouding en het vermogen om te beoordelen wie werkelijk te vertrouwen was. Juist daar wist Huschka gebruik van te maken.    Hij hoefde geen groot netwerk met geweld te vernietigen. Door zich als helper te presenteren, kreeg hij toegang tot mensen die hem uit zichzelf informatie verstrekten en hem introduceerden bij anderen. Het gevolg was dat in de laatste dagen van de oorlog verschillende verzetskringen met elkaar in verbinding kwamen. Toen de Duitsers toesloegen, konden zij daardoor meerdere mensen tegelijk bereiken. De tragedie aan de Sumatrastraat toont bovendien hoe onzeker de laatste dagen van de bezetting waren. De geallieerden stonden voor de deur, maar voor de mensen die tegen de bezetter hadden gevochten, betekende dat niet automatisch dat het gevaar voorbij was.

Enschede op de drempel van de vrijheid

Toen de geallieerden op 1 april 1945 Enschede binnenreden, kwamen zij in een stad die zwaar door de oorlog was getroffen. De ligging vlak bij de Duitse grens had Enschede kwetsbaar gemaakt. Geallieerde vliegtuigen trokken regelmatig over de stad en bombardementen hadden op verschillende momenten grote schade veroorzaakt. Ook het spoor en andere infrastructurele doelen waren het doelwit van luchtaanvallen. Bij de bevolking leefde daardoor regelmatig de angst dat geallieerde vliegtuigen Enschede voor Duits gebied zouden aanzien

Tot slot

De oorlogsjaren in Enschede laten zien dat de bezettingstijd geen spannend jongensboek was, maar een keiharde strijd op leven en dood tegen een onderdrukkend regime. Een strijd waarin de stad en haar inwoners ontzagwekkend zware offers hebben moeten brengen.

Dit artikel is een samenvatting van het verhaal dat te lezen is op:
https://www.johannesterhorst.nl/joh24.htm

Bronnen

Maak jouw eigen website met JouwWeb